Waren veel politici er zich niet of nauwelijks van bewust wat het Multilateraal Akkoord over Investeringen (MAI) precies inhield, dan gold dat niet voor de wereld van de niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Een zeshonderd ngo's uit een zeventigtal landen hebben, tot merkbare irritatie van de promotoren van het MAI, geen middel onverlet gelaten om oppositie te voeren tegen het in de steigers staande akkoord. In België waren dat bijvoorbeeld Oxfam Solidariteit en het Nationa...

Waren veel politici er zich niet of nauwelijks van bewust wat het Multilateraal Akkoord over Investeringen (MAI) precies inhield, dan gold dat niet voor de wereld van de niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Een zeshonderd ngo's uit een zeventigtal landen hebben, tot merkbare irritatie van de promotoren van het MAI, geen middel onverlet gelaten om oppositie te voeren tegen het in de steigers staande akkoord. In België waren dat bijvoorbeeld Oxfam Solidariteit en het Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking. Deze organisaties droegen er in aanzienlijke mate toe bij dat de MAI-onderhandelingen in de knel zijn geraakt, zo geeft ook het Belgische ministerie van Buitenlandse Handel toe. Het belangrijkste wapen van de NGO's in hun strijd tegen het MAI was het Internet. Dat bracht de Britse krant The Financial Times ertoe om te gewagen van network guerrillas. In het jongste nummer van het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy duidde managementdeskundige Stephen J. Korbin deze "zondvloed van elektronisch versterkte oppositie" in de context waarin ook het MAI zelf thuishoort: de globalisering. Wil het akkoord de nationale grenzen wegvegen en de macht van individuele nationale staten minimaliseren, dan vormt het world wide web daar de gepaste antipode voor. Via dit wereldomspannende netwerk kunnen in geen tijd en tegen een geringe kostprijs contacten worden gelegd en informatie doorgegeven. Informatie was cruciaal, aangezien de MAI-onderhandelingen erg confidentieel verliepen, zonder enig democratisch toezicht. Deels was deze geheimdoenerij ingegeven door de complexiteit van de materie, deels evenwel ook door de onwil van de initiatiefnemers om de kwestie in het publieke domein te brengen. Zij vonden (en vinden) dat het stroomlijnen van de geglobaliseerde vrije markt een zaak is waarover openbare discussie, laat staan politiek toezicht en democratische controle niet wenselijk zijn. De "network guerrilla" heeft hun, aldus Korbin, kwaadschiks geleerd dat niet iedereen er zonder meer van overtuigd is dat een geheel geliberaliseerde internationale economie automatisch het algemeen welzijn ten goede komt. De MAI-ervaring doet de voorstanders van het akkoord ervan vrezen dat de ngo's nu "bloed hebben geroken" en zich door hun succes gesterkt zullen voelen. Hoe dan ook heeft het MAI een kleine oefening in democratie opgeleverd - klein, omdat ze een zaak is geweest van een beperkte groep activisten en bijvoorbeeld in België amper de weg heeft gevonden naar het grote publiek. Knaagt een geglobaliseerde economie aan de traditionele politieke macht, dan is toch ook bewezen dat de nieuwste informatietechnologie een forum kan bieden voor een vernieuwd democratisch debat.M.R.