Mobutu en Kabila beslechten een oorlog die al woedt sinds Zaïre zelf in 1960 ontstond.
...

Mobutu en Kabila beslechten een oorlog die al woedt sinds Zaïre zelf in 1960 ontstond.Maarschalk Mobutu Sese Seko heeft over zijn bevolking geheerst bij gratie van repressie, dictatuur en uitbuiting. Dat betekent dat hij altijd op het overwicht van de brute macht heeft moeten rekenen, met geld en geweld. Hij is er ook door vergaan. Dat de ziekte hem vooraf fysiek heeft geveld, is slechts een ironie van de geschiedenis. Mobutu gebruikte elke mogelijkheid om zijn machtsgreep te bestendigen, laatst met het aan de macht brengen van een door militairen geleide regering. Ook liet hij zijn aanhangers Mandungu Bula Nyati tot voorzitter van het overgangsparlement HCR-PT benoemen. Na het ontslag van de weinig populaire aartsbisschop Laurent Monsengwo twee jaar geleden was de voorzittersstoel vacant gebleven, maar kennelijk achtte Mobutu het vorige week nodig om daar verandering in te brengen. Tenslotte wil de overgangsgrondwet dat de HCR-PT-voorzitter de functie van staatshoofd vervult bij ontstentenis van president. Mobutu wou dus zijn voorzorgen nemen. Mandungu, die als jonge activist in de koloniale tijd het pseudoniem Toni-Toni gebruikte en nu Tony Carbure wordt genoemd, vertegenwoordigt een bepaald type Zaïrees politicus. Hij behoorde bij de onafhankelijkheid van Belgisch Kongo in 1960 tot de links-liberale, nationalistische strekking rond de eerste Kongolese premier Patrice Lumumba, nam deel aan de lumumbistische rebellie in Stanleystad (Kisangani), ging in Moskou studeren enzovoort. Voor mensen als Mandungu was Mobutu, die al van in september 1960 de feitelijke macht in Kongo controleerde, de ultieme doodsvijand. Tot dat anti-Mobutukamp behoorde toen ook al Laurent-Désiré Kabila, de leider van de Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo (AFDL). Mandungu en Kabila gingen elk hun weg. De eerste koos, zoals zoveel opposanten, eieren voor zijn geld en zocht van in de vroege jaren zeventig een plekje in het hart van het politieke, administratieve en militaire apparaat rond de president. Kabila radicaliseerde in de andere richting en koos voor het door China en Cuba gesteunde maquis in Oost-Zaïre, de door het Mobutuleger nooit echt gecontroleerde regio ten noorden van het Tanganyikameer, rond Fizi-Baraka en Uvira. In haar bekende Mobutubiografie ?De dinosaurus? schreef de journaliste Colette Braeckman, ongetwijfeld de beste Belgische Zaïre- watcher, nog in 1991 dat Kabila daar met een kleine schare volgelingen in een volmaakt isolement leefde : ?Het idee van het veroveren van de centrale macht is steeds verderaf komen te staan.? OPPOSITIE WORDT NIET GEDULDDe trajecten van Kabila en Mandungu leken de enig mogelijke : met of tegen Mobutu, wat een vrij simpel politiek schema is. Maar toen Belgisch Kongo in zeven haasten de onafhankelijkheid kreeg, kende de kolonie ook nauwelijks enige politieke cultuur. Of liever, de kolonisator had de gekoloniseerde altijd in een positie van ondergeschiktheid en onmondigheid gedrukt, waar slechts laat enige verandering in kwam, toen naar het eind van de jaren vijftig de eerste verkiezingen werden georganiseerd. Na een kort intermezzo, de eerste twee maanden na de onafhankelijkheid, was het daarmee al afgelopen en Mobutus tweede staatsgreep maakte in 1965 een definitief einde aan elke mogelijkheid tot een pluralistische politieke ontwikkeling. Mobutu nam daarmee het autoritair-hiërarchisch gezagsmodel van de kolonisatie over. Dat had weinig te maken met de autochtone tradities van de rond een chef opgebouwde politieke structuur waarmee hij zich nochtans naar buitenuit legitimeerde. Alternatieven voor zijn macht heeft Mobutu nooit geduld. De enige structuur die met min of meer succes enig tegenwicht kon vormen, was de katholieke kerk, met wijlen kardinaal Malula als emblematische tegenstander. Elke politieke oppositie kon daarom niet anders dan radicaal zijn en, bij gebrek aan democratie, het regime gewelddadig te lijf gaan. Maar Mobutu beschikte altijd over genoeg geld, buitenlandse steun en vuurkracht om zijn oorlogen te winnen. De diep ingekankerde corruptie zorgde er echter voor dat Mobutus machtsmiddelen altijd zwakker werden. Doordat de winsten van de bodemrijkdommen door Mobutus parasieten werden geroofd, bleven investeringen in mijnen en plantages uit, waardoor de geldbronnen van het regime stilaan opdroogden. En na het einde van de Koude Oorlog verloor Mobutu nog eens zijn functie als anticommunistische zetbaas van het Westen. In 1990 zag hij zich verplicht om een principiële democratisering af te kondigen, op vele plaatsen moest zijn regime het ontstaan van zelfbedruipende basisgemeenschappen gedogen, met de uitgeholde administratie stortte het overheidsapparaat in elkaar, doordat er geen geld meer was om de soldaten te betalen, verviel het leger tot een predatorisch en militair onbetrouwbaar zootje ongeregeld. Kabila zou ondervinden dat een stootje volstond om het hele Mobutubouwwerk in elkaar te doen storten. Daar hadden Zaïres buurlanden ondertussen ook alle belang bij. Want Mobutu verwelkomde opposanten uit Uganda, Rwanda, Burundi, Zambia en Angola, in de hoop zodoende een prominente internationale rol te kunnen blijven spelen. Vooral zijn steun aan de Rwandese Hutu is hem zuur opgebroken. REFERENTIES UIT DE JAREN ZESTIGToen na de genocide van 1994 honderdduizenden Hutu naar Zaïre vluchtten, raakte de Rwandees-Zaïrese grens gedestabiliseerd als gevolg van infiltraties vanuit de kampen op Rwandees territorium. Daaraan dienden Kabila en de Banyamulenge (Zaïrese Tutsi, die door het Zaïrese regeringsleger en Hutu-vluchtelingen werden vervolgd) een eind te maken. Van zodra ze in oktober vorig jaar het front openden, merkten ze dat het een fluitje van een cent was om van Uvira tot Goma een bufferzone te creëren. Het Zaïrese leger was geen partij voor hen wat belette hen dan nog om de strijd voort te zetten, desnoods tot in Kinshasa ? In die context is de AFDL ontstaan, als een amalgaam van onder andere oud-lumumbisten, Tutsi, gewezen Katangese gendarmes (die na de mislukte afscheiding van Katanga kort na de onafhankelijkheid naar Angola waren gevlucht), plus Kabila's Parti de la Révolution Populaire. Dat amalgaam wordt vooral door anti-Mobutisme bijeen gehouden en is niet zonder slag of stoot tot een eenheid gesmeed. Kabila, aanvankelijk alleen woordvoerder van de Alliantie, wordt er bijvoorbeeld van verdacht de hand te hebben in de dood, begin januari dit jaar, van André Kisase Ngandu, de eerste opperbevelhebber van het AFDL-leger, die in de Alliantie de uit ex-lumumbisten en Katangese gendarmes bestaande Conseil National de la Résistance pour la Démocratie leidde. Die moord brengt een interne machtsstrijd aan het licht, zodat het niet ondenkbaar is dat de AFDL uiteindelijk nog uiteen valt in elkaar met geweld bestrijdende fracties. De meeste elementen in de Alliantie hebben gemeen dat hun politieke referentie in de nationalistische strijd van de vroege jaren zestig ligt. Vandaar dat zij ook geen enkele affiniteit vertonen met de uiterst versnipperde en volgens hen corrupte en door Mobutu voortdurend bedrogen politieke klasse die na 1990 in Kinshasa tot ontwikkeling kwam. Ook de zogeheten basismaatschappij, de société civile, dreigt gesandwicht te worden tussen de AFDL en Mobutu, want zij nemen met de strijd een draad op die in 1965 is blijven liggen. Zo eindigt ook Mobutu waar hij was begonnen : in de logica van de brutale macht. Als gevolg van de uitputting van zijn machtsmiddelen evolueerde hij naar een bunkermentaliteit. Verzwakt door ziekte en in de steek gelaten door zijn immers altijd al opportunistische ?baronnen?, verloor Mobutu alle greep op de wereld. Ook zijn besef van de werkelijkheid vernauwde tot wat enkele naaste familieleden en getrouwen zoals zijn kabinetschef hem nog vertelden. Maar de zachte implosie van Kinshasa waarop de AFDL altijd hoopte dat de hoofdstad haar als een rotte vrucht in de schoot zou vallen past niet in de destructieve paranoïa die eigen is aan elke bunkermentaliteit. Marc Reynebeau Mobutu met de Amerikaanse gezant Bill Richardson : bunkermentaliteit.