Het Zwin (150 ha) is grotendeels eigendom van de Compagnie Het Zoute. Het Zeeuwse Landschap, de particuliere vereniging voor natuurbehoud in de provincie Zeeland, beheert 25 hectaren van het Zwin, inclusief de monding. De baggerwerken om genoeg zeewater in het natuurgebied te laten stromen, kosten de Nederlandse en Belgische overheden vijf miljoen frank (120.000 euro) per jaar. Dat bleek het voorbije decennium echter geen afdoende oplossing te zijn. Toch niet als de Internationale Zwincommissie het gebied nog lang als een zout intergetijdengebied met slikken en schorren wil behouden. Aan beide kanten van de grens wordt echter al eens opgemerkt dat de overheid in Het Zwin blijft tuinieren om de Compagnie Het Zoute aan inkomsten te helpen. 'Waarom laten we de natuur niet begaan. Dan slibben de geulen dicht en...

Het Zwin (150 ha) is grotendeels eigendom van de Compagnie Het Zoute. Het Zeeuwse Landschap, de particuliere vereniging voor natuurbehoud in de provincie Zeeland, beheert 25 hectaren van het Zwin, inclusief de monding. De baggerwerken om genoeg zeewater in het natuurgebied te laten stromen, kosten de Nederlandse en Belgische overheden vijf miljoen frank (120.000 euro) per jaar. Dat bleek het voorbije decennium echter geen afdoende oplossing te zijn. Toch niet als de Internationale Zwincommissie het gebied nog lang als een zout intergetijdengebied met slikken en schorren wil behouden. Aan beide kanten van de grens wordt echter al eens opgemerkt dat de overheid in Het Zwin blijft tuinieren om de Compagnie Het Zoute aan inkomsten te helpen. 'Waarom laten we de natuur niet begaan. Dan slibben de geulen dicht en wordt het Zwin een soort binnenduin', luidt het. Thijs Kramer, hoofd van de afdeling Groene Ruimte van de Zeeuwse Milieufederatie (ZMF), heeft alvast vragen bij de doeltreffendheid van het plan om de klei- en zandlagen in het Zwin tot een meter diepte af te graven. Die ingreep wordt voorgesteld door de Compagnie Het Zoute en het Zeeuwse Landschap. En het is ook een prioriteit in de startnota van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van Knokke-Heist. Ze hopen dat er daardoor meer zeewater naar binnen zal vloeien en dat het naar zee stromende vloedwater het aangeslibde sediment zeewaarts zal voeren. Dat voorstel zal op 20 april besproken worden in de Technische Werkgroep van de Internationale Zwincommissie in Oostende. Dat betekent dat de particuliere beheerders van het Zwin afstappen van de oplossing die voordien in de Internationale Zwincommissie werd besproken en door de promotoren van Sluis-aan-Zee was overgenomen. Om die grensgemeente na anderhalve eeuw weer met de zee te verbinden en in Sluis een jachthaven aan te leggen, willen zij onder andere het afwateringskanaal tussen Sluis en Cadzand aanpassen voor de pleziervaart en in Cadzand een zeesluis neerpoten op de plaats waar nu het pompgemaal staat. Vorig jaar nog werd voorgesteld om dat gemaal landinwaarts te verhuizen en het achterin het Zwin op een spuikom te laten aansluiten. Die zou dan op geregelde tijdstippen massale hoeveelheden (zoet) polderwater door het Zwin spuiten om de geulen open te houden en de bijbehorende biotoop in leven te houden. Die denkpiste wordt nu verlaten wegens de ecologisch en financieel onheilspellende gevolgen. ZEEUWSE NUANCEDe Nederlandse ambtenaren en milieuverenigingen willen voortmaken. Zij vrezen immers dat de hooghartige houding van de Compagnie Het Zoute de critici in Vlaanderen aan zet laat en dat daardoor de toekomstvisie op het Zwin vertroebeld wordt. De groenen in Zeeuws-Vlaanderen benaderen het al te summiere beheersplan voor het Zwin en de uitbouw van Sluis-aan-Zee immers veel genuanceerder dan hun Vlaamse collega's van Natuurreservaten, SP en Agalev. Thijs Kramer, een spilfiguur in de Zeeuwse Milieufederatie: 'Onze relatie met de overheid en de privé-sector is minder problematisch dan die van onze Vlaamse gesprekspartners. Wij hebben transparantere overleg- en beslissingsprocedures. Bovendien kan Sluis-aan-Zee een onderdeel worden van het Gebiedsgericht Project West-Zeeuws Vlaanderen om de natuur- en landschapswaarden tussen het Zwin en Breskens zodanig te versterken dat iedereen er baat bij heeft: het landschap en de recreatie. De promotoren van Sluis-aan-Zee moeten echter eerst een gedetailleerd Milieu Effecten Rapport (MER) voorleggen. Dat document zal de wettelijk voorziene procedure volgen. Dan pas zal blijken of Sluis-aan-Zee realiteitswaarde heeft. Dat burgemeester Lippens en Compagnie Het Zoute intussen de constructieve houding van de Zeeuwse groenen zowel bij het beheer van het Zwin als bij de studie van Sluis-aan-Zee tegenover hun Vlaamse collega's uitspelen, mag ons niet beletten beide projecten zo rationeel mogelijk te bekijken. Het Nederlandse overlegmodel heeft de milieuverenigingen in Zeeuws-Vlaanderen totnogtoe geen windeieren gelegd. Dat laat onverlet dat wij wel degelijk rekening houden met de gevoelens van de Vlaamse natuurbescherming.'Frank De Moor