Bij het beluisteren van het motet Ave Maria van Giovanni Giorgi bekruipt me het gevoel alsof ik naar een kruising van Palestrina en Händel zit te luisteren. Wat het in zekere zin ook is: de vrijwel onbekende Giorgi staat met zijn voeten nog stevig in de polyfonie en de technieken van het madrigaal, maar hij brengt reliëf door te spelen met solo- en koorpassages en zijn harmonie is voor zijn tijd vooruitstrevend, creatief en fris. Zoals zoveel genieën pikte Händel deze en andere ontwikkelingen op en vormde hij ze om tot zij...

Bij het beluisteren van het motet Ave Maria van Giovanni Giorgi bekruipt me het gevoel alsof ik naar een kruising van Palestrina en Händel zit te luisteren. Wat het in zekere zin ook is: de vrijwel onbekende Giorgi staat met zijn voeten nog stevig in de polyfonie en de technieken van het madrigaal, maar hij brengt reliëf door te spelen met solo- en koorpassages en zijn harmonie is voor zijn tijd vooruitstrevend, creatief en fris. Zoals zoveel genieën pikte Händel deze en andere ontwikkelingen op en vormde hij ze om tot zijn eigen, unieke taal. De schittering van Händel kennen we, de glans van Giorgi is vergeten. In feite weten we van hem welgeteld drie dingen zeker: hij werkte als kapelmeester in Sint-Jan-in-Lateranen (Rome) en in Lissabon, waar hij stierf in 1762. Een van de grote fans van Giorgi is de jonge Argentijnse dirigent Leonardo García-Alarcòn. Hij bracht het Choeur de Chambre de Namur samen met de musici van zijn ensembles Capella Mediterranea (kromhoorns, trombones en orgels) en Clematis om een Mis voor dubbelkoor en een aantal motetten van Giorgi op cd te zetten. Een uitstekend idee. De (sacrale) muziek klinkt inderdaad fantastisch, tegelijk bekend en fris, bijzonder zuiver en diep. De techniek van het contrapunt tot in het extreme uitgediept, maar tegelijk erg spontaan. Tegelijk put hij uit de nieuwe ontwikkelingen van de instrumentale muziek, waarbij solopartijen worden afgezet tegen de begeleiding. Zoals dat vaker gaat met aficionados, laat García-Alarcòn geen middel ongemoeid om de luisteraar in te pakken. Hij gaat daarbij zover dat hij het (behoorlijk volumineuze) koor in de mis nog instrumentaal ondersteunt, al is dat niet voorgeschreven. 'Het is ook nooit goed', zult u zeggen, maar soms is de technische benadering iets te machtig voor deze muziek, zoete boterroom op een cake. Indrukwekkende galm die misschien van de kerk komt waar de opname werd gemaakt, maar misschien ook uit een digitaal doosje. Een paar keer gaat de techniek er echt wel over: de aanzet van het motet Dextera Domini heeft duidelijk een digitale kijkoperatie ondergaan en in het Sanctus van In omnem terram a 4 zit ergens rond 1'20 zo'n tien seconden gebonk alsof iemand op de achtergrond een trap afstormt. Zo te horen het gevolg van een poging om de luisteraar te overdonderen in de diepste registers. Maar dat is een beetje zout op slakken leggen, net zoals de bedenking dat een van de vier talen van het wat warrige boekje het Nederlands had mogen zijn. Dit is een uitstekende en verrassende cd met heerlijke, weinig bekende muziek die haarscherp en met veel gevoel voor evenwicht werd uitgevoerd. GIOVANNI GIORGI, AVE MARIA, CHOEUR DE CHAMBRE DE NAMUR O.L.V. LEONARDO GARCÍA-ALARCÓN, RICERCAR. Peter Vandeweerdt