Sterke, maar helaas amper geloofwaardige voetbalverhalen.
...

Sterke, maar helaas amper geloofwaardige voetbalverhalen.Nu de kans op een kampioenstitel alsmaar dichter komt, wordt er te Lier nog amper over iets anders gesproken. Zelfs als men een pond gehakt of een halve kilo varkenskarbonaden koopt, krijgt men er een schep voetbalnieuws bovenop. Zelf ben ik niet meteen een fanaat van het spel, maar ik hoor er wel graag over vertellen en dan wel hoe partijdiger hoe liever. Het zou voor mij een moeilijke keuze zijn om de match te laten verslaan door John dan wel door Guido. De eerste bezigt meestal de taal van een oorlogscorrespondent waar de kanonschoten en houwitserballen niet ontbreken. Guido brengt een gedetailleerd verslag, meer uitgediept en voorzien van achtergrondinformatie over de spelers (waar of gefantaseerd), portretten en spelfases vol overdrijvingen waardoor een troosteloze kamp toch nog wat pit krijgt. Hij kan eindeloos verhalen over een zekere Blomme, de beste en tevens de slechtste voetballer die ooit de grasmat betrad. Ik weet zelfs niet dat er een natuurlijke persoon met die naam bestaat maar dat het eerder een spook van zijn verhit brein is. ?Ha, die Blomme,? zegt hij, ?hij dribbelde de linksvoor, de spits, de scheidsrechter en de frisco-man voorbij, snapt als hij langs de lijn raast een broodje van de warme-worstjes-verkoper mee, en wandelt dan zijn broodje oppeuzelend met de bal op de doelwachter toe alsof hij met een opgerolde pekinees op stap was. Dan, wanneer hij de sidderende keeper in het wit van de ogen kan kijken, knalt hij de bal een kilometer over. Wat een gemiste kans, hij had het leder er maar in te blazen. Vanop de tribune weerklinkt een geloei en gebrul als bij een kettingbotsing van olifanten. Weer eens echt een luchtschot à la Blomme.? ?Erop los, jongens, hoorde ik de kapitein van de ploeg roepen,? zegt John. ?En zij galoppeerden op één rij zoals ridders op de vijand toe. Maar die jongens aan de overkant staan niet de eerste keer in de vuurlijn. De eerste schermutselingen grijpen plaats, links voor het doel. Er wordt wat verward over en weer geschoten. De tegenstanders willen terrein herwinnen maar niks aan te doen, de aanvallers hebben zich juist buiten het strafschopgebied ingegraven. Een echte kans tot schieten krijgen ze niet. De bal danst over en weer als een zevenslager en dan plots schiet er een voet uit en daar stijgt het leder als een lichtkogel de lucht in, hoger, hoger, nog hoger, hemeltje als die nog maar ooit terug komt. Alle spelers staan met het hoofd in de nek rond te draaien als dronken eenden. Waar gaat die bal vallen ? Achter het doel midden in de hijgende spionkop, op het hoofd van de lijnrechter ? Ondertussen komt de bal als een bom naar beneden gesuisd. Het was doodstil op de gradins en de tribune, maar nu met het terugkeren van het leder groeit er een kreet van angst, hoop en afgrijzen uit de duizenden kelen. Geloof het of geloof het niet, maar de kapitein staat toch op de juiste plaats, de plaats van de inslag, als ik het zo eens mag noemen. Er weerklinkt een droge knal, als een raket uit een bazooka flitst de bal in een zuiver rechte lijn naar de goal, de keeper heeft in een hoek van zijn doel dekking gezocht. Binnen. Ja, dan mogen we gerust van een onvoorwaardelijke capitulatie spreken.? ?Ken jij Leo Sardijn niet ?? roept Guido terwijl hij van verbazing grote ogen trekt. Hij weet natuurlijk maar al te goed dat ik deze Sardijn niet ken, dus kan hij zijn gangen gaan. ?Geen slordiger man dan hij stond ooit tussen de twee zijpalen en de bovenlat. Nooit gepoetste shoes, veters tot een macaroniknobbel vastgeknoopt, shirt ontsierd door colavlekken, yoghurt, banaan of druivensuiker. En dan de handschoenen : je gelooft het nooit, maar die zaten vol gaten. Leo is een hartstochtelijke nagelbijter maar tijdens de match zitten die hoornachtige groeisels in de handschoenen veilig buiten zijn bereik. Daarom niet getreurd, dus moesten de handschoenen aan zijn kauwzucht geloven en bij tijden stond hij waarachtig met mitaines in het doel. Het ergst was het gesteld met zijn shorts. Waarom bekommerde zich nooit iemand om de gebroken elastiek die het kledingstuk op zijn gepaste plaats houdt ? Heel de wedstrijd door stond de man alsmaar door aan dat broekje te hijsen en te trekken om niet in de onzedelijkheid te vervallen. Maar niettegenstaande al deze handicaps, wat voor een doelwachter ! Draaiers, wentelballen, schuivers, niets kwam voorbij zijn persoon, het was alsof hij de hele doelmond vulde. En de rust die van hem uitging, slordige mensen stralen die vaak uit. Op een keer bij een strafschop liet hij het spel stilleggen, stapte uit zijn doel, plukte een margrietje af en stak het tussen de tanden. De strafschop was een indraaier, een loepzuiver sikkelschot, maar Leo stond paraat, de bal kwam zich aan zijn borst en in zijn armen vleien als een lang verloren zoon.? Met zulke verslaggevers winnen wij aan beide kanten. Gommaar Timmermans