Halverwege de jaren zestig was Luc Van Looy als missionaris naar Zuid-Korea vertrokken. Toen Johannes Paulus II in 1984 een historisch bezoek bracht aan dat land, vroeg Rome hem om te tolken bij het gesprek van de kerkvorst met de toenmalige president Chon Du Hwan. 'De paus arriveerde pas een halfuur voor dat gesprek was gepland', herinnert Van Looy zich. 'Ik vroeg hem met-een welke taal hij zou spreken met de president. Zijn antwoord zal ik nooit vergeten: " We zullen zien".'
...

Halverwege de jaren zestig was Luc Van Looy als missionaris naar Zuid-Korea vertrokken. Toen Johannes Paulus II in 1984 een historisch bezoek bracht aan dat land, vroeg Rome hem om te tolken bij het gesprek van de kerkvorst met de toenmalige president Chon Du Hwan. 'De paus arriveerde pas een halfuur voor dat gesprek was gepland', herinnert Van Looy zich. 'Ik vroeg hem met-een welke taal hij zou spreken met de president. Zijn antwoord zal ik nooit vergeten: " We zullen zien".' LUC VAN LOOY: In het Italiaans, dat is de voertaal in Rome. Het gesprek met de president verliep uiteindelijk in het Engels, waarbij ik uiteraard vertaalde naar het Koreaans. VAN LOOY: De berichtgeving in Time herinner ik mij niet meer, maar de paus sprak inderdaad zeer stevige taal - rustig en beleefd, maar bijzonder duidelijk. Chon Du Hwan was na een militaire staatsgreep aan de macht gekomen en had geen respect voor de mensenrechten. Het gesprek was minutieus voorbereid, zoveel was duidelijk: alle belangrijke thema's kwamen aan bod. De paus verdedigde de democratie en had het ook uitdrukkelijk over de samenwerking met Japan, China en Noord-Korea. VAN LOOY: Meteen na dat gesprek werd een officieel persbericht verspreid, en meer komen journalisten normaal gesproken niet te weten. Qua informatie was dat persbericht volledig correct, alleen was de toon ervan uiteraard minder stevig dan het gesprek zelf. Ik neem aan dat sommigen meer straffe publieke statements van de paus hadden verwacht en daarom wat teleurgesteld waren. VAN LOOY: In feite was dat niet nodig. De toenmalige Zuid-Koreaanse kardinaal Kim nam de publieke veroordeling van het dictatoriale regime voor zijn rekening. Die man had de gewoonte om in zijn kerst- en paasboodschappen regelrecht in te gaan tegen het regime: zo verdedigde hij bijvoorbeeld de bewoners van de slums, sloppenwijken die gewoon met de grond werden gelijkgemaakt om plaats te maken voor dure flatgebouwen. De paus hoefde zulke wantoestanden niet publiek te veroordelen, het feit dat hij op bezoek kwam zei in feite al genoeg - het was een krachtige ondersteuning van kardinaal Kim. VAN LOOY: Hij sukkelde toen al geweldig met zijn gezondheid, maar hij was erg goed op de hoogte van de situatie in het bisdom Gent. We hebben het vooral gehad over het belang van het vrije onderwijs in ons land: dat de christelijke inspiratie onder meer via het godsdienstonderwijs een grote rol moet blijven spelen in de samenleving. VAN LOOY: Ik denk dat we op dit moment een maatschappelijke evolutie doormaken die ons dwingt tot een belangrijke vraag: hoe moeten wij als katholieken flexibel genoeg omgaan met ons geloof en tóch de waarheid blijven zoeken? Wat is dat, de mens? Wat is dat, het leven? Op die vragen moeten wij, samen met anderen, het antwoord blijven zoeken. Maar zolang we dat antwoord niet gevonden hebben, mogen we volgens mij nog niet alles op losse schroeven zetten. Al mogen we evenmin te dogmatisch zijn. VAN LOOY: Nee, ik héb ook geen duidelijk antwoord. Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat ik het niet weet. We moeten rekening houden met de veranderende mentaliteit, maar we moeten ook de vraag blijven stellen naar de waarheid over de mens en over het leven. VAN LOOY: Zoals u misschien weet, komt dat uit het evangelie volgens Lucas. Op een bepaald moment zegt Jezus tegen zijn apostelen: Duc in altum - vaar naar het diepe, en gooi daar uw netten uit. Die uitspraak heeft de paus vaak geciteerd de afgelopen jaren, als een soort motto van waar de Kerk naartoe moet. VAN LOOY:(lacht) Nee, zo interpreteer ik dat niet. Ik denk dat hij bedoelde: wees niet bang om u te profileren als gelovige, als katholieke Kerk. Wij moeten niet bang zijn om in het maatschappelijk debat onze stem te laten horen. Kardinaal Danneels vertolkt dat standpunt ook al geruime tijd, en ik sluit mij daar graag bij aan. J.D.C.