Geloof niet wat ze u in Het Journaal proberen wijs te maken: er komt geen oorlog in Irak. Wij herhalen: geen. Toch niet nu. Jef Lambrecht, eind november te gast in TerZake, liet niet de minste twijfel bestaan: vóór januari 2004 wordt er niet geschoten. Geen kogel in de Golf.
...

Geloof niet wat ze u in Het Journaal proberen wijs te maken: er komt geen oorlog in Irak. Wij herhalen: geen. Toch niet nu. Jef Lambrecht, eind november te gast in TerZake, liet niet de minste twijfel bestaan: vóór januari 2004 wordt er niet geschoten. Geen kogel in de Golf. Van een Golfveteraan als Jef mogen we veronderstellen dat hij het weet. Hij belt niet voor niets dagelijks met George Bush om hem op de hoogte te houden van zijn jacht op Osama bin Laden. In TerZake was hij formeel: 'De oude Bush was immens populair na de Golfoorlog, maar anderhalf jaar later waren de mensen dat alweer vergeten en verloor hij de verkiezingen tegen een onbekende schuinsmarcheerder als Bill Clinton. Zoon Bush zal die fout niet maken. Hij wacht tot de verkiezingen van 2004 dichterbij zijn, en omdat in Irak vanaf februari zandstormen heersen en nadien een verzengende hitte, wordt het januari 2004.' Daar viel weinig tegen in te brengen. Zeker niet door Frieda Van Wijck, van wie wij ons altijd afvragen of ze wel weet wie er in de andere stoel zit. Velen denken dat Frieda zeer verstandig is en goed voorbereid aan haar gesprekken begint, maar het volstaat haar eens te bekijken met de tegenovergestelde gedachte in het achterhoofd. Als de Amerikanen één dezer dagen toch zouden aanvallen, is het om Jef te pesten. Ze zijn over de plas niet vergeten hoe hij met zijn Belgian Institute for World Affairs vier miljoen dollar eiste van tabaksgigant Peter Stuyvesant, omdat die op zijn sigarettenpakjes vermeldde dat Stuyvesant de stichter van de stad New York was, terwijl die eer volgens Jef de Belg Pierre Minuit toekomt. In feite zal het Jef worst wezen wanneer de Amerikanen aanvallen. Zijn enige bedoeling was om Rudi Vranckx op zijn ongemak te stellen. U weet dat er een moordende strijd woedt tussen Johan Depoortere en Rudi Vranckx om als oorlogsverslaggever met de meeste en de gevaarlijkst lijkende stand-ups in Het Journaal te verschijnen. Jef heeft in dat duel de kant van Depoortere gekozen, zij het meer uit strategische dan uit emotionele overwegingen. Nu is Vranckx er het jongste half jaar niet aan te pas gekomen in Het Journaal. Werd uit medelijden wel eens gevraagd om in de studio iets te komen uitleggen wat voordien in een filmpje al in het lang en het breed uitgelegd was, maar ondertussen scoorden Depoortere en, gelukkig, ook Caroline Van den Berghe punt na punt in de stand-up-stand. Vranckx, die zijn hoop had gesteld op de nieuwe Golfoorlog, moest thuis werkloos toekijken. Ondertussen sloeg Depoortere verwoestend toe. Trok eerst door Afghanistan voor een beklijvende reportage over de Taliban één jaar na 11 september. Doorkruiste Nepal op zoek naar maoïstische rebellen en wapenopslagplaatsen van het regeringsleger. En tot slot arriveerde hij net op tijd in Moskou voor de gijzeling in de stadsschouwburg. Eigenlijk was hij daarheen getrokken voor de musical die er werd opgevoerd. Depoortere is een groot liefhebber van musicals en had zichzelf getrakteerd op een vrije avond. Tot zijn grote woede hoorde hij bij de ingang dat zich onverwacht een groep van vijftig bezoekers uit een verre provincie had aangediend en dat er voor hem geen plaats meer was. 'Maar ik heb een kaartje', brieste Johan boos. 'Ik heb betaald, ge zijt verplicht mij binnen te laten.' Die vervaarlijk ogende buitenlander maakte zodanig veel stennis dat de politie erbij werd geroepen, en terwijl die met Johan stond te discussiëren, slopen achter hen enkele met explosieven vol gekleefde Tsjetsjenen de zaal binnen. Depoortere werd manu militari op straat gegooid, waar hij terstond een passerend Russisch camerateam opvorderde zodat hij nog rechtstreeks in TerZake zijn beklag zou kunnen maken over het geklungel van de Russische bureaucratie. Vijf minuten voor hij in de ether mocht, hoorde hij dat er binnen een gijzeling aan de gang was. Nu heeft Johan wel voor hetere vuren gestaan. Op de Westoever week hij, de behaarde borst ontbloot, geen meter achteruit hoewel een Israëlische legertank daar nadrukkelijk op aandrong. In een grot in Afghanistan blafte hij eens tot een verschrikte inboorling die daar blijkbaar een onderkomen had gezocht: 'Gij daar, met uw witte hoofdband en uw baard, scheer u weg vieze clochard.' Toen hij dus te twaalfder ure vernam dat hij door een onwillige kassierster een wereldscoop had gemist, besloot hij eerst zijn stand-up af te werken en daarna te proberen alsnog het theater binnen te dringen. Ook toen de eindredactie uit Brussel besliste dat hij alleen in de uitzending mocht als hij iemand had om te interviewen, raakte Johan niet in paniek. 'Wie van u spreekt Nederlands?' brulde hij naar de snel aangroeiende groep nieuwsgierigen die op de plaats des onheils was samengestroomd. En zo kreeg hij puur toevallig de Nederlandse Rus te pakken met wiens drama heel België de volgende vijf dagen intens zou meeleven. Tot de gijzeling afgelopen was, meldde Depoortere zich present in alle nieuwsbulletins van radio en televisie, en elke dag schreef hij een volledige bladzijde in De Standaard. Tussendoor overlegde hij met de Russische veiligheidsdiensten hoe een einde aan de bezetting kon worden gemaakt. 'Ik heb hier iets meegebracht uit Nepal wat misschien kan helpen', vertrouwde hij de verbaasde agenten toe. 'Het is opium. Niet voor het volk maar voor mij. Indien ge dit nu verbindt met acetylcyanide, en ge spuit dat door de verluchtingspijpen naar binnen, dan gaat ge eens wat zien gebeuren. Ik heb dat jaren geleden een keer aan mijn collega Dirk Tieleman laten proeven en de gevolgen zijn vandaag nog zichtbaar. Ze gaan daar roze olifanten en purperen beren door elkaar zien vliegen, geloof me. Gelieve te spuiten vanaf vijf voor zeven, dan kan ik het live in het nieuws brengen.' De strijd tussen Depoortere en Vranckx in Ramallah heeft er vorig jaar voor gezorgd dat het volledige jaarbudget van de nieuwsdienst al in april op was. Er is nu vers geld, dat de oorlog beginne. Koen Meulenaere