Over de meegaandheid van het Verenigd Koninkrijk hebben de Verenigde Staten zich in hun diplomatie nooit zorgen hoeven te maken; dat land was een betrouwbare, voorspelbare en haast onvoorwaardelijke bondgenoot. Dat kon allerminst worden beweerd van Frankrijk, dat altijd een eigengereide koers volgde, maar dus ook altijd voorspelbaar bleef. En wanneer het erom ging spannen, kon Washington in het verleden altijd op Duitsland rekenen. Tot voor een paar maanden toch, toen de rood-groene regering van Gerhard Schröder zich allerminst inschikkelijk toonde om de VS te volgen in hun Iraakse avontuur. De verbijstering daarover sloeg om in woede. In haar jongste editie meldde de Britse zondagskrant TheObserver dat de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld zijn administratie de opdracht heeft gegeven om te onderzoeken hoe Duitsland kan worden 'gestraft', meer bepaald door zijn economie te 'schaden' - niets minder dan dat.
...

Over de meegaandheid van het Verenigd Koninkrijk hebben de Verenigde Staten zich in hun diplomatie nooit zorgen hoeven te maken; dat land was een betrouwbare, voorspelbare en haast onvoorwaardelijke bondgenoot. Dat kon allerminst worden beweerd van Frankrijk, dat altijd een eigengereide koers volgde, maar dus ook altijd voorspelbaar bleef. En wanneer het erom ging spannen, kon Washington in het verleden altijd op Duitsland rekenen. Tot voor een paar maanden toch, toen de rood-groene regering van Gerhard Schröder zich allerminst inschikkelijk toonde om de VS te volgen in hun Iraakse avontuur. De verbijstering daarover sloeg om in woede. In haar jongste editie meldde de Britse zondagskrant TheObserver dat de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld zijn administratie de opdracht heeft gegeven om te onderzoeken hoe Duitsland kan worden 'gestraft', meer bepaald door zijn economie te 'schaden' - niets minder dan dat. Duitsland straffen, moet andere landen ontraden in de toekomst even 'verraderlijke' plannen te willen koesteren. Er staat genoeg op het spel, wat het duidelijkst bleek in de ruzie tussen de VS en wat Rumsfeld 'het oude Europa' noemde. Ze kende vorige week haar voorlopige hoogtepunt toen de NAVO in een pijnlijke besluiteloosheid verviel. Het Noord-Atlantische bondgenootschap kon maar geen beslissing nemen over maatregelen om Turkije, een buurland van Irak, te beschermen voor het geval van een Amerikaanse militaire aanval tegen het regime van Saddam Hoessein. Voor alle duidelijkheid: het fel verzwakte Iraakse leger kan onmogelijk een ernstige militaire bedreiging vormen voor Turkije, dat over een omvangrijke, gemotiveerde en met moderne wapens uitgeruste strijdmacht beschikt. Eerder het omgekeerde is het geval. Als het tot een Amerikaanse inval in Irak komt, is het zelfs vrij waarschijnlijk dat die zal beginnen vanaf Turks grondgebied. Meer nog, Turkije volgt een eigen agenda. Wellicht zal het Turkse leger mee met de Amerikanen de grens oversteken om daar zijn deel van de buit op te eisen, door controle te verwerven over het Koerdische noorden van Irak, wat de Koerden in Turkije definitief moet ontmoedigen in hun autonomie-eisen en waarmee Ankara de hand kan leggen op omstreden olievelden in Iraaks Koerdistan. Als de NAVO op 15 januari dan toch van Washington de vraag kreeg om na te denken hoe bondgenoot Turkije kon worden bijgestaan, deed het dat veeleer om politieke dan om strikt militaire redenen. Vragen om een planning te beginnen, klinkt alvast wat overbodig. Tenslotte doet de NAVO niets anders dan militaire plannen maken en dat er rond Irak wat loos is, hadden ook de plannenmakers in het hoofdkwartier in Evere bijvoorbeeld uit de krant al kunnen vernemen. De Amerikanen wilden hun vraag - die al een maand eerder was voorbereid toen de Amerikaanse onderminister van Defensie Paul Wolfowitz in Evere langskwam - via de Noord-Atlantische Raad bevestigd zien, om de NAVO-leden op zijn minst moreel, zo al niet politiek te binden aan Washingtons plannen. Daarmee stond de NAVO voor een dringend op te lossen politiek probleem. Zulke problemen vinden hun oorsprong altijd in de asymmetrie van de krachtsverhoudingen. Daardoor is het nut en de relevantie van de alliantie heel verschillend voor de diverse lidstaten, zeker in de moeizame transformatie die de NAVO ondergaat sinds het einde van de Koude Oorlog. Voor Europa - voor zover binnen de alliantie al sprake kan zijn van een eensgezind EU-optreden - is het bondgenootschap een kader om een collectieve defensie te organiseren, de VS zien het als een instrument dat alleen ad hoc wordt gebruikt. Het moet dan wel op afroep beschikbaar zijn, maar het kan, als dat zo uitkomt, net zo goed worden genegeerd. Dat bleek het duidelijkst na de terreuraanvallen van 11 september 2001, toen de alliantie voor het eerst in zijn geschiedenis een beroep deed op het artikel 5 van het Verdrag van Washington, zijn stichtingsakte. Daarmee erkenden de 19 lidstaten dat een agressie was gepleegd tegen één van hen, wat hen allen tot solidariteit verplichtte. Het was een symbolische geste waar Washington achteraf niks mee aanving, want de VS voerden de daaropvolgende oorlog in Afghanistan in hun eentje, met de hulp van een paar geselecteerde bondgenoten, zoals Groot-Brittannië. De NAVO komt daar pas nu, en dan nog zijdelings aan te pas, bij de organisatie van de vredesmacht ISAF die probeert de orde te handhaven in Afghanistan en daarvoor commandostructuren van de alliantie gebruikt. Irak is een kwestie van een heel andere orde, waarin de NAVO Washington wel dienstig kan zijn. In Afghanistan moest alleen een acuut probleem worden opgelost, de door het Taliban-regime aldaar gesponsorde al-Qaeda-terreur. Een oorlog tegen Irak dient daarentegen als hefboom in een nieuwe Amerikaanse politieke doctrine, waarvan onder andere het principe van de 'defensieve aanval' deel uitmaakt. Zeker dat laatste is een beginsel dat moeilijk te rijmen valt met het beginsel van de vreedzame coëxistentie in de wereldgemeenschap, zoals dat door de Verenigde Naties wordt beheerd. En de VS hebben al vaker laten blijken dat ze niet veel zin hebben in veel inspanningen om de zegen van de VN te krijgen. Als het kan, graag, maar ze zullen er niet op wachten. NAVO-betrokkenheid kan zulke acties evenwel een alternatieve politieke legitimiteit bezorgen, al was het maar omdat de lidstaten van het bondgenootschap zich uitdrukkelijk tot de democratie bekennen. Het politieke karakter van de vraag die Washington naar Evere doorsluisde, bleek duidelijk in het ontwerp van decision sheet dat daarvoor op tafel kwam. Daarin was niet alleen sprake van 'gewone' defensieve maatregelen, zoals het uitsturen van Patriot-luchtafweerraketten, AWACS-radarvliegtuigen en eenheden die gespecialiseerd zijn in bescherming tegen biologische en chemische oorlogsvoering. De NAVO engageerde zich ermee ook in de eigenlijke voorbereiding van de oorlog, onder meer door de lidstaten troepen te laten leveren voor taken (de bescherming van NAVO-installaties en in vredes-machten in de Balkan) die nu door Amerikanen worden vervuld, maar die Washington nodig heeft voor de aanstaande oorlog tegen Irak. De NAVO-lidstaten die op andere internationale fora als de EU en de VN uitdrukkelijk voor een onderhandelde en multilaterale oplossing voor de kwestie-Irak hadden gekozen, kwamen daarmee in een lastig parket. Daartoe behoren in de eerste plaats Frankrijk en Duitsland, met in hun zog het voluntarisme van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR), bijgevallen, in een eerste fase toch, door Luxemburg. Instemmen met de Amerikaanse (niet: Turkse) vraag om zo'n planning te beginnen, bedreigde zichtbaar de coherentie van hun diplomatie. Ertegen ingaan, kwam dan weer neer op het weigeren van de noodzakelijke solidariteit met een bondgenoot. Dat laatste werd nog acuter toen Turkije op 10 februari dan maar zelf artikel 4 van het Verdrag van Washington inriep - ook al de eerste keer dat dit gebeurde. Daarmee geeft het te kennen dat het zich bedreigd voelt en de bijstand van de bondgenoten vraagt, en dat kunnen die moeilijk weigeren. Ook omdat NAVO-secretaris-generaal George Robertson het verzet tegen de Amerikaanse vraag onderschatte, sleepte de impasse een hele maand aan. Er kwam alleen een uitweg door de zaak door te sluizen van de Noord-Atlantische Raad, waarin alle lidstaten bij consensus moeten beslissen, naar het Defense Planning Committee (DPC), waarin Frankrijk niet is vertegenwoordigd omdat het geen deel uitmaakt van de militaire structuur van de NAVO. Met een twijfelend Duitsland en zonder Franse steun kreeg België daar het volle gewicht van het 'verzet' op de schouders gedrukt. Om de NAVO te 'redden', zou het initiatief van België moeten komen. De uitkomst kwam er pas vorige zondagavond, tegen middernacht aan. Het slotcommuniqué oogt nogal warrig, wat erop wijst dat het er in de onderhandelingen hard toegegaan moet zijn. Dat de NAVO erin besluit om Turkije niet in de steek te laten, ligt voor de hand. Maar van andere maatregelen is geen sprake meer en bovendien stelt de NAVO erin haar optreden uitdrukkelijk in een defensieve context, met een even uitdrukkelijke verwijzing naar de VN als forum waarop de Iraakse crisis moet worden geregeld. Zo is de acute gewetensnood van twee, drie NAVO-lidstaten opgelost. Voor eventjes toch, want daarmee is de grond van de zaak niet van de baan. Zoals de NAVO zich nu heel dringend weer over haar nut en functie moet bezinnen, wil zij een minimum aan geloofwaardigheid behouden, in de eerste plaats intern. Want een vertoon van besluiteloosheid, verdeeldheid en onderlinge verwijten zoals het de voorbije weken te zien is geweest, kan de alliantie zich geen tweede keer permitteren. Zelfs deze eerste keer was er al te veel aan. Marc ReynebeauDE VS GEBRUIKEN DE NAVO ALLEEN ALS DE ALLIANTIE HEN DIENSTIG KAN ZIJN.