'Na de zorgeloze groei-jaren in de periode 1960-1980 zijn we in de gezondheidszorg sinds 1982 overgeschakeld naar de budgettaire jaren. Het aanbod en de financiering van de ziekenhuizen werden gestroomlijnd. De ziekenfondsen werden geresponsabiliseerd. Er werd een rem gezet op de geneesmiddelenuitgaven en de instroom van nieuwe artsen. In de ziekteverzekering kwam er een algemene groeinorm voor de uitgaven. Maar voor de toekomst van het Belgische systeem van gezondheidszorg is die budgettaire fixatie onhoudbaar, ontoereikend en gevaarlijk.' Dat zegt Marc De Vos, professor arbeidsrecht aan de Universiteit Gent en algemeen directeur van het Itinera Institute.
...

'Na de zorgeloze groei-jaren in de periode 1960-1980 zijn we in de gezondheidszorg sinds 1982 overgeschakeld naar de budgettaire jaren. Het aanbod en de financiering van de ziekenhuizen werden gestroomlijnd. De ziekenfondsen werden geresponsabiliseerd. Er werd een rem gezet op de geneesmiddelenuitgaven en de instroom van nieuwe artsen. In de ziekteverzekering kwam er een algemene groeinorm voor de uitgaven. Maar voor de toekomst van het Belgische systeem van gezondheidszorg is die budgettaire fixatie onhoudbaar, ontoereikend en gevaarlijk.' Dat zegt Marc De Vos, professor arbeidsrecht aan de Universiteit Gent en algemeen directeur van het Itinera Institute. Dat instituut is al twee jaar 'een denk- en doetank voor duurzame economische groei en sociale bescherming'. Om na te gaan hoe 'gezond' de Belgische gezondheidszorg is en hoe dat systeem in de 21e eeuw overeind kan worden gehouden, is een team aan het werk gezet onder leiding van François Daue. Hij was in het verleden adjunct-directeur van de Franstalige federatie van ziekenhuizen en nadien directeur gezondheidszorg bij Deloitte & Touch. 'Onze economie evolueert naar een gezondheidseconomie', aldus De Vos. In de gezondheidssector werken 400.000 mensen. Dat is 9,4 procent van de actieve bevolking, meer dan het onderwijs (370.000) en dubbel zoveel als de bouwsector. De gezondheidsuitgaven (publieke en privésector samen) stijgen ook pijlsnel: van 7 procent van het bruto binnenlands product in 1995 naar ruim 10 procent nu en mogelijk naar 16 procent tegen 2020. 'Maar toen de middelen voor de ziekteverzekering werden vastgelegd, werd die uitgaventrend niet gestuurd maar gevolgd. Daardoor kannibaliseren ze het systeem van de sociale zekerheid, dat al 35 procent van zijn budget naar de gezondheidszorg ziet gaan', zegt De Vos. Desondanks zijn ook de medische kosten die de patiënt zelf betaalt, flink gestegen. Volgens gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) van 23 procent van alle gezondheidsuitgaven in 1997 tot meer dan 28 procent vandaag. De Vos: 'Ook dat is gebeurd om begrotingsredenen, en niet als een keuze om de patiënt op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.' Door die eenzijdige budgettaire benadering, die sterk beïnvloed wordt door de onderhandelingsmacht van ziekenhuizen, artsen en ziekenfondsen, staat het gezondheidszorgbeleid in ons land al een kwart-eeuw stil, zeggen De Vos en Gaue. De situa-tie is onhoudbaar, menen ze, omdat er nieuwe uitdagingen zijn: andere levens- en consumptiegewoonten (minder tabaksgebruik, meer zwaarlijvigheid), de toename van chronische ziekten, de stijging van de levensduur, nieuwe medische technolo- gieën en behandelingen. Volgens Gaue is er nood aan meer kwaliteitsdoelstellingen (in internationale vergelijkingen over kindersterkte, perinatale sterfte of sterfte door borst- of darmkanker moet België vijftien à twintig andere ontwikkelde landen laten voorgaan; 110.000 ziekenhuisinfecties per jaar kosten 2500 tot 3000 mensen het leven). Andere aandachtspunten zijn de stiefmoederlijk behandelde gezondheidszorgpreventie en het dreigende tekort aan artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners. Gaue en De Vos pleiten voor meer 'horizontale samenwerking' in de gezondheidszorg en voor regionale of pathologiegebonden 'zorgnetwerken' tussen artsen en tussen instellingen. Maar vooral willen ze dat het kortetermijndenken wordt geruild voor een 'strategische reflectie' over de rol en de verantwoordelijkheid op langere termijn van de overheid, de patiënten, de artsen en andere zorgverstrekkers, de ziekenfondsen, de privéverzekeraars, de geneesmiddelensector en alle andere 'leveranciers van zorgdiensten en -goederen'. MEER INFORMATIE OVER HET RAPPORT 'HOE GEZOND IS DE GEZONDHEIDSZORG IN BELGIë?' VINDT U OP www.itinerainstitute.org DOOR PATRICK MARTENS