Een internationaal gewaardeerde Vlaamse contratenor heb ik in een interview op Radio 3 horen zeggen dat Guido Gezelle de enige dichter was uit het hele Nederlandse taalgebied die het Nederlands bruikbaar maakte voor de muziek.
...

Een internationaal gewaardeerde Vlaamse contratenor heb ik in een interview op Radio 3 horen zeggen dat Guido Gezelle de enige dichter was uit het hele Nederlandse taalgebied die het Nederlands bruikbaar maakte voor de muziek. Benno Barnard die in Knack de schaduw van Baudelaire over de West-Vlaamse priester-dichter liet vallen, wil ik eraan herinneren dat het de Franse dichter was die beweerde dat het uitvinden van zelfs de kleinste klankbron veel belangrijker was voor de literatuur dan alle revoluties ter wereld. Volgens dit muzikale en Baudelairiaanse criterium is de artistieke waarde van Gezelle gewoon onschatbaar. Poëzie - zoals heel de kunst - is het product van de verbeelding ( l'Imagination bij Baudelaire) en niet van het intellect. Kunst werkt met beelden en niet met begrippen (zoals wijsbegeerte en wetenschap). Baudelaire spreekt van zijn "culte des images". Het goddelijke, dat bij Gezelle God is of "de zone" waarvan "het blomgewas" de "stralen vangt", wordt bij Baudelaire, l'Infini. Dezelfde geestelijke werkelijkheid, in een andere context, maar altijd in beelden uitgedrukt. Hoofdthema bij Gezelle is de aanwezigheid van het goddelijke in het universum, het best herkenbaar in zijn contemplatie van de eenvoudigste wezens, de "schepselkens": een vogel, een bloem, een kers, het ranke riet... Nu beweert Barnard dat hij van die "volière" niet moet weten. Dat is zijn goed recht. Smaak is subjectief. Maar dit uiterst subjectief oordeel steunt hij op de argumentatie dat er bij Gezelle een tekort is aan intellectualisme. En hier wordt duidelijk dat hij de essentie zelf van de dichtkunst niet herkent. Daarom is zijn oordeel niet relevant. Om deze discussie af te sluiten, graag de mening over Guido Gezelle van Michel Seuphor, geboren in Antwerpen in 1901 en begin deze maand gestorven in Parijs. Dichter in twee talen, plastisch kunstenaar van wereldniveau en tegelijkertijd historicus van de abstracte kunst en briljant essayist, vriend van Kandinsky, Mondriaan, Baumeister, Arp... Zeventien jaar oud was Fernand Berckelaers - zijn pseudoniem SEUPHOR is een anagram van ORPHEUS - toen hij zijn leraar Nederlands voor het eerst een gedicht van Guido Gezelle hoorde voorlezen. Hij raakte zo geweldig onder de indruk, dat hij op dat ogenblik besloot levenslang een dichter te zijn. Dit vertelde hij in een interview met Knack: "Ik hoorde 'Mijn hert is als een blomgewas' en wist dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn. (...) Tijdens die ene minuut dat Pater de Clippele het gedicht declameerde, werd me duidelijk dat literatuur het enige dak kon zijn waaronder ik wilde wonen. Ik ben toen zelf beginnen dichten, en dat doe ik, uit zelfbehoud, nog vrijwel elke dag." Op het toppunt van zijn internationale roem sprak Seuphor opnieuw over de invloed van Guido Gezelle in Le jeu de je, een autobiografisch verhaal dat hij schreef voor het Mercator-boek hem aangeboden naar aanleiding van de retrospectieve van zijn oeuvre in het Gemeentemuseum in Den Haag en in het Parijse Musée National d'Art Moderne-Centre Georges Pompidou. "Gezelle (...) aura été le compagnon, à la fois pacifique et exaltant, de ma longue vie. Toujours présent en sourdine, m'incitant à la bienveillance, à l'amour de la nature, à la contemplation des choses les plus simples. J'ai parfois cherché une équivalence du grand poète flamand dans les grandes littératures mondiales, et je ne l'ai pas trouvée." In Seuphors roman "Les évasions d'Olivier Trickmansholm" wordt de held, in Frankrijk gek geworden, teruggestuurd naar familie in een Vlaams dorp, waar hij opnieuw zijn evenwicht vindt met de hulp van een pastoor, die alle trekken vertoont van Gezelle. Hij sterft terwijl de priester-kunstenaar hem op zijn vraag Ego Flos voorleest. Het minnelied van die "blomme" en het "geweldig zonnelied". Op de korte plechtigheid op 19 februari 1999 in het crematorium van de Père Lachaise in Parijs voor de verassing van Seuphor, heb ik na een korte toelichting voor de aanwezige Fransen de eerste strofe en de vier laatste verzen van Ego Flos voorgelezen. Agnes Caers/Brussel