De katholieke kerk excelleerde in het verleden niet bepaald inzake het aanvaarden van wetenschappelijke visies die niet in haar kraam pasten. Galileo Galilei kon daarvan meespreken. Het duurde eeuwen voor de kerk zijn stellingen als correct erkende. En het duurde een halve eeuwigheid voor de kerk een uitspraak deed over de grote oerknal, toch een geesteskind van een van haar onderdanen: monseigneur Georges Lemaître.
...

De katholieke kerk excelleerde in het verleden niet bepaald inzake het aanvaarden van wetenschappelijke visies die niet in haar kraam pasten. Galileo Galilei kon daarvan meespreken. Het duurde eeuwen voor de kerk zijn stellingen als correct erkende. En het duurde een halve eeuwigheid voor de kerk een uitspraak deed over de grote oerknal, toch een geesteskind van een van haar onderdanen: monseigneur Georges Lemaître. Over de moeilijke relatie tussen kerk en wetenschap, een gesprek met professor Christoffel Waelkens, sterrenkundige van de KU Leuven en een gelovig wetenschapper. Waarom heeft de kerk er zo lang over gedaan om Galilei te aanvaarden, of om te verklaren dat het model van de grote oerknal overeenstemde met het scheppingsverhaal?CHRISTOFFEL WAELKENS: De kerk betreurt al geruime tijd dat er iets mis is gegaan met het proces van Galilei. Volgens mij was de man daar mee schuldig aan: hij ging uitermate arrogant tewerk, wat niet handig is tegenover een instituut met een hoog aanzien voor hiërarchie. Verder vind ik het toenmalige standpunt van de kerk, dat Galilei de Copernicaanse theorie als een hypothese moest beschouwen, meer in overeenstemming met de filosofie van de wetenschap dan Galilei's stelling dat het de waarheid was. Hij had toen niet meer dan een onnozel bewijs: dat de getijden het gevolg waren van de rotatie van de aarde. Eeuwenlang heeft de kerk het heliocentrisme in de praktijk gedoogd, zoals ze vandaag met contraceptie doet. Maar het is correct dat de huisstijl van de kerk er geen is van het vlug toegeven van vergissingen. In verband met de grote oerknal moet gezegd dat Lemaître zelf het zich aantrok dat paus Pius XII in 1952 de band legde tussen de grote oerknal en de schepping. Lemaître vond dat een vergissing, omdat hij wetenschap en geloof als twee verschillende wegen beschouwde. Als gelovige vond hij het niet netjes om de theologische waarheid ondergeschikt te maken aan een per definitie weerlegbare wetenschappelijke theorie. Als lid en later als voorzitter van de Pontificale Academie voor Wetenschappen heeft hij de paus ervan overtuigd om zo'n uitspraken niet te herhalen. Ook vandaag houdt de paus christelijke en wetenschappelijke kosmologie goed gescheiden. De kerk blijft wel een aandachtig toeschouwer. Heeft de kerk überhaupt iets nuttigs te melden over exacte wetenschap?WAELKENS: Voor een goed begrip: de kerk is door het Concilie gedefinieerd als het Godsvolk op weg. Dit gezegd zijnde, is het een gelukkige omstandigheid dat de kerk de dialoog met de wetenschap blijft aangaan. Vergeet niet dat de wetenschappelijke revolutie in de christelijke wereld is gebeurd. Dat is wellicht niet toevallig: de aandacht voor de rede is sterk in de christelijke traditie geïncorporeerd. Voor wetenschappelijke inzichten gaat men best niet in de bijbel zoeken, maar een geloof dat de ambitie heeft de totale mens te raken, spiegelt zich aan de inzichten van de wetenschap. Het christendom heeft als enige wereldgodsdienst de confrontatie met de Verlichting durven aangaan, en is er gelouterd, maar niet verminderd aan kracht, uitgekomen. Is het nodig een wetenschappelijke onderbouwing voor het scheppingsverhaal te vinden?WAELKENS: Nee, het is zelfs een ijdele hoop. Lemaître hield vol dat schepping iets anders is dan ontstaan, en zich meer situeert op het niveau van de zin die al dan niet in de wereld gestoken is. Thomas van Aquino stelde al dat het theologische begrip van schepping ook van toepassing is op een wereld die er altijd is geweest. De zin "In het begin schiep God hemel en aarde" is trouwens in fysische termen een contradictie, want toen er nog geen heelal was, was er ook geen tijd. Maar Genesis 1 blijft een van de mooiste verhalen voor mensen op zoek naar een zingeving. Dus als nieuwe inzichten zouden uitwijzen dat er geen begin van de tijd was, verandert er in feite niets voor het geloof?WAELKENS: Het wetenschappelijke probleem is dat, dicht bij de oerknal, de algemene relativiteitstheorie niet verenigbaar is met de quantumtheorie. We kunnen dus niet uitsluiten dat er ooit fundamenteel nieuwe inzichten komen over het vroegste heelal, die we misschien niet zullen kunnen toetsen aan waarnemingen van het heelal van vandaag. Wat de filosofische aspecten betreft, meen ik dat wij altijd beperkt zullen blijven door het feit dat wij waarnemers zijn binnen het heelal: een volledig objectiveren van een systeem waarvan men zelf deel uitmaakt, lijkt mij in tegenspraak met de logica. Als Stephen Hawking beweert dat hij door het verzoenen van de relativiteitstheorie en de quantummechanica de "Geest van God" zal blootleggen, dwaalt hij. De vraag naar het waarom van het bestaan van het heelal wordt dan gewoon vervangen door de vraag naar het waarom van het bestaan van zijn theorie. Waelkens schreef over zijn inzichten het boek "De code van de kosmos" (Lannoo, 1995).Dirk Draulans