Een Albanese Madame Bovary? Een spionageverhaal? Een geschiedenis over de rivaliteit van de volken op de Balkan? Een vertelling waarin de Griekse vader van alle vertellingen op een homerische manier wraak neemt op degenen die zijn geheim pogen te ontsluieren? Of gewoon een boek waarin je, als een voorsmaak op Het dromenpaleis (1982), kennis kunt maken met de obsessies van de dictatuur? Dossier H. (1980) behoort zonder twijfel tot de sterkere romans van de Albanese schrijver Ismail Kadare die hier van de gelegenheid gebruik maakt om alle facetten van zijn grote schrijverschap te etaleren. In sommige van zijn korte romans lukt hem dat niet altijd even goed, waarschijnlijk omdat Kadare zich in zijn novellen en verhalen een discipline oplegt die stilistisch geen ruimte biedt aan zijn meesterlijk talent om groteske zijsprongen te maken. In Dossier H., waar het niet aankomt op een zin min of meer, heeft Kadare ...

Een Albanese Madame Bovary? Een spionageverhaal? Een geschiedenis over de rivaliteit van de volken op de Balkan? Een vertelling waarin de Griekse vader van alle vertellingen op een homerische manier wraak neemt op degenen die zijn geheim pogen te ontsluieren? Of gewoon een boek waarin je, als een voorsmaak op Het dromenpaleis (1982), kennis kunt maken met de obsessies van de dictatuur? Dossier H. (1980) behoort zonder twijfel tot de sterkere romans van de Albanese schrijver Ismail Kadare die hier van de gelegenheid gebruik maakt om alle facetten van zijn grote schrijverschap te etaleren. In sommige van zijn korte romans lukt hem dat niet altijd even goed, waarschijnlijk omdat Kadare zich in zijn novellen en verhalen een discipline oplegt die stilistisch geen ruimte biedt aan zijn meesterlijk talent om groteske zijsprongen te maken. In Dossier H., waar het niet aankomt op een zin min of meer, heeft Kadare van die beperkingen geen last. Al zijn er wandluizen genoeg op de vliering waarop hij zich installeert, toch neemt de spion Dullë Baxhaja, 'conform de regels die de laatste tijd van kracht waren geworden', zijn eigen doosje met wandluizen en strooit de beestjes over zichzelf uit 'om te voorkomen dat een spion tijdens de uitoefening van zijn plicht in slaap zou vallen'. Het wemelt van dergelijke invallen in Dossier H., wat maakt dat de lezer het academisch onderwerp dat de rode draad is van de roman als lichte kost verwerkt. We zijn in het Albanië van begin jaren dertig. Het gaat om een bizar, onooglijk, gluiperig en autoritair koninkrijk dat in zijn winterslaap wordt opgeschrikt als twee Ieren opduiken die een vreemde plan hebben opgevat. Ze hebben besloten om het raadsel van de Griekse dichter Homerus op de valreep te ontsluieren door de heldendichten en balladen van de Albanese rapsoden te registreren op de 'magnetofoon', een apparaat dat maar pas is uitgevonden. De Ieren zien het zo: 'Wat ons interesseert is niet zozeer het Albanese epos op zich, alswel de technologie die aan de schepping daarvan ten grondslag ligt, om een moderne uitdrukking te gebruiken. En daaruit willen we trachten een algemeen geldende wetmatigheid af te leiden: hoe een dergelijk epos tot stand komt. Om zo te komen tot ons uiteindelijke doel, de oplossing van het homerische raadsel.' De komst van de Ierse geleerden veroorzaakt een enorme deining in het saaie provinciestadje. Mukadez, die zichzelf Daisy noemt, is de jonge en kinderloze vrouw van de steriele en gefrustreerde onderprefect die in N. de plak zwaait. Daisy stelt zich een opwindende relatie met een van de Ierse mannen voor, maar ze beleeft de teleurstelling van haar leven als ze merkt hoe matig de belangstelling van de geleerden voor haar is. Als de arme Daisy uiteindelijk zwanger wordt is het niet van een Ier, maar van een Albanese spion. De gynaecoloog die haar zal aborteren, behoort tot de vriendenkring van haar man. Om haar te verstaan te geven hoezeer hij haar nu in zijn macht heeft, belooft de gynaecoloog aan Daisy 'dat ze erop kon vertrouwen dat haar man hiervan nooit iets aan de weet zou komen'.GEZWOREN VIJANDENDe onderprefect zelf heeft vanuit het verre Tirana de opdracht gekregen na te gaan wat de komst van de twee Ieren werkelijk te betekenen heeft. Het paranoïde regime neemt zonder meer aan dat de Ieren spionnen zijn, een veronderstelling die Kadare exploiteert om een roman te schrijven die en passant ook een analyse is van de dictatoriale achtervolgingswaan. Dossier H. zit trouwens vol allusies op de paranoia van het stalinistische Hoxha-tijdperk (1945-1985) waarin het grootste deel van Kadare's oeuvre is ontstaan. Voor de Serviërs, de gezworen vijanden van de Albanezen, is het onderzoek van de geleerden, die zich bedienen van de 'duivelse' recorder, aanleiding om de praktijken van de Ieren bij de naïeve Albanezen verdacht te maken. Op den duur gaan de Albanezen inderdaad geloven dat de Ieren aansturen op de eliminatie van hun cultuur. Het eindigt op een fiasco. De magnetofoon en de banden met de liederen worden door de opgemaakte Albanezen vernietigd. De Ieren druipen onverrichter zake af. Meer nog, alsof hij door de wraak van de blinde dichter H. (Homerus) is getroffen, verliest een van de Ieren zijn gezichtsvermogen. Op elke pagina van Dossier H. voel je hoe de schrijver zijn alle kanten opwoekerende fantasie beteugelt en ze vastlegt in beheerste en onderkoelde zinnen. Kadare laat de naïeve wereld van de uit Amerika aangespoelde Ieren op een schitterende wijze contrasteren met het obscurantisme van een door minderwaardigheidsgevoelens en wantrouwen geplaagde Balkan-elite die achter elk woord een verborgen en beledigende betekenis zoekt. Het leven is er zuur, 'want zoals negentig procent van een augurk uit water bestaat, zo bestaat negentig procent van het leven uit gevoelens van gekrenkte trots en jaloezie.' Ismail Kadare, 'Dossier H.', Van Gennep, Amsterdam, 191 blz., 690 fr.Piet de Moor