We konden de laatste weken allemaal lezen, wat we al lang wisten. Vlaanderen raakt in de ranking van Europese landen achterop wat investeringen in duurzame energie betreft. Het wettelijke kader is ontoereikend en een degelijke visie is er niet. Daartoe ontbreekt het sommige regeringspartijen aan moed en durf - los van de traditionele belangen van de traditionele energieproducenten. Een aangezien er geen consensus bestaat, blijven Vlaanderen en België maar wat aanmodderen. Duurzame energieproductie wordt door sommige regeringsleiders beschouwd als iets voor geitenwollensokkentypes.
...

We konden de laatste weken allemaal lezen, wat we al lang wisten. Vlaanderen raakt in de ranking van Europese landen achterop wat investeringen in duurzame energie betreft. Het wettelijke kader is ontoereikend en een degelijke visie is er niet. Daartoe ontbreekt het sommige regeringspartijen aan moed en durf - los van de traditionele belangen van de traditionele energieproducenten. Een aangezien er geen consensus bestaat, blijven Vlaanderen en België maar wat aanmodderen. Duurzame energieproductie wordt door sommige regeringsleiders beschouwd als iets voor geitenwollensokkentypes. Twee argumenten komen telkens opnieuw naar voren: er zou in Vlaanderen niet genoeg ruimte beschikbaar zijn, en duurzame energie zou economisch niet rendabel zijn. Beide argumenten houden geen steek. Recente overheidsinvesteringen in bijvoorbeeld Duitsland en Spanje hebben ervoor gezorgd dat verschillende nieuwe technologieën zijn ontwikkeld die de rentabiliteit van de gebruikte technologieën zeer sterk doet toenemen. Bovendien hebben deze investeringen een dynamiek op gang gebracht die steeds nieuwere en productievere installaties creëert die weldra de concurrentie zullen kunnen aangaan met (de kostprijs van) traditionele energiebronnen. Dit heeft er onder andere toe geleid dat met kleinere oppervlakten er een grotere energieoutput wordt gecreëerd. Met krachtige en langdurige investeringen, zo voorspelt men, zal de productie uit duurzame energie binnen afzienbare tijd mogelijk zelfs goedkoper zijn dan de productie uit traditionele niet-hernieuwbare energiebronnen. Bovendien, en het is onbegrijpelijk dat dit argument zo gemakkelijk van tafel wordt geveegd, zijn de niet-duurzame energiebronnen eindig. De vraag is niet of hernieuwbare energiebronnen het alternatief zijn; ze zijn het enige alternatief. Iedereen weet dat. Vasthouden aan de traditionele energiebronnen en onvoldoende investeren in hernieuwbare energiebronnen, is vasthouden aan de kortetermijnbelangen van hen die op dit moment nog grote winsten halen uit de fossiele brandstoffen. Er wordt in dit verhaal veel verwezen naar Duitsland en in mindere mate naar Spanje. En terecht. In Duitsland wordt vandaag minstens 15 procent van de elektriciteitsconsumptie uit hernieuwbare energie gehaald en de overheid wil dat percentage tegen 2020 zelfs verdubbelen. Dat is 10 procent meer dan wat de Europese Unie tegen 2020 van de lidstaten verwacht. In deze sector worden in Duitsland op dit moment meer dan 250.000 mensen tewerkgesteld, met een omzet van meer dan 35 miljard euro. Met andere woorden, de groene hernieuwbare energieproductie is in Duitsland big business geworden. Het is al lang geen geitenwollensokkenverhaal meer, het is een keiharde economische werkelijkheid geworden. Het Duitse voorbeeld toont aan dat men met een creatieve, efficiënte en moedige wetgeving die ingegeven is door een langetermijnvisie, wel degelijk het (economische én ecologische) verschil kan maken. Deze boot heeft Vlaanderen dus gemist. We kunnen alleen maar hopen dat het plan 'Vlaanderen in Actie', gelanceerd door de Vlaamse regering en waar een hoofdstukje in terug te vinden is over duurzame energie, geen dode letter blijft. PATRICK VANDER WEYDEN IS HOOFDREDACTEUR VAN HET TIJDSCHRIFT SAMENLEVING EN POLITIEK EN DOCENT AAN DE UNIVERSITEIT GENT. door Patrick Vander Weyden