PAUL PATAER
...

PAUL PATAER"Burgers die over nuttige informatie voor de politie beschikken, hebben het recht en zelfs de morele plicht om die informatie over te brengen. De vraag is alleen of dat een georganiseerd karakter moet krijgen. Want op het moment dat men netwerken vormt, ontstaan er gevaren. Tot op welk punt spreek je van een informatienetwerk en wanneer is er sprake van een heuse burgerwacht? Hoe wordt de coördinator van zo'n netwerk aangeduid? Hoe wordt de informatie beheerd? Hoe ver strekt de wederzijdse informatieverstrekking, waar de minister voor pleit? En waarom moet de politie de informatie die ze verstrekt aan netwerken, niet aan àlle burgers doorgeven? We vrezen voor een bedreiging van de rechten van de mens, zoals de eerbiediging van de privacy, de onschendbaarheid van de woning en van het briefgeheim. Bovendien bestaat het gevaar dat mensen die niet participeren in zo'n netwerk, onder druk worden gezet. En omgekeerd, dat bepaalde mensen niet worden toegelaten, om welke reden dan ook. Erkenning houdt een risico van misbruik in. Men moet de kat niet bij de melk zetten. Een van de grote doelstellingen van de politiehervorming bestaat er net in om de lokale politiediensten beter uit te bouwen. Een goed georganiseerde politie maakt bijgevolg zulke netwerken overbodig. Die hebben zich vooral ontwikkeld in West-Vlaanderen, de achtertuin van ex-minister Johan Vande Lanotte, de man die de rondzendbrief heeft opgesteld. Hij kon zich niet permitteren de gebeurtenissen te veroordelen, maar hij kon ze ook niet toejuichen. Dus koos hij voor de middenweg. Niet stimuleren, gewoon toestaan. Maar ja, als hij de politie toelaat om aan begeleidende hulpverlening te doen, dan lijkt dat op stimuleren, vind ik. In de rondzendbrief staat zelfs letterlijk dat de feedback van de politie naar de netwerken dient om de burgers beter te motiveren. Motiveren en stimuleren, dat zijn toch bijna synoniemen, niet?" DALILA DOUIFIBuurtinformatienetwerken kunnen niet worden tegengehouden zolang de politie geen adequaat antwoord heeft op een plotse golf van criminaliteit. Dat zegt Dalila Douifi, woordvoerster van minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback, die de rondzendbrief over buurtinformatienetwerken niet wil terugroepen. "We moeten eerlijk zijn: bij bruuske tijdsgebonden opstoten van criminaliteit, met name bij inbraken, is de politie niet bij machte om afdoende op te treden. Wat het onveiligheidsgevoel bij de burgers doet groeien, logisch. Dus besluiten ze zich te groeperen en te organiseren, ook logisch. Als dat extreme vormen aanneemt, zoals burgerwachten, grijpen we in. Maar je kan mensen niet verbieden dat ze zich proberen te beschermen. Sinds de generatie van mei '68 zitten we met een nieuw sociaal gegeven inzake woonst: mensen gaan sneller alleen wonen, beide partners in het gezin werken, met als gevolg dat het huis vaak leeg is. Vroeger bleef de vrouw thuis, of de grootmoeder, of de ouders. Een permanente vorm van toezicht, die nu ontbreekt. We zien liever geen buurtinformatienetwerken, maar zolang we de veiligheid niet kunnen waarborgen, kunnen ze wel dienen als surrogaat. De Liga voor de Mensenrechten heeft gelijk als ze zegt dat de activiteit van zo'n netwerk eigenlijk politiewerk is, maar de situatie is nu eenmaal zoals ze is. Via het toelaten van informatienetwerken voorkomen we trouwens andere en meer extreme vormen van georganiseerde controle. Het is niet de bedoeling dat buurtbewoners bespied worden of dat onbekenden gevraagd wordt hun identiteitspapieren te tonen. Wél is het de bedoeling om via coördinatoren verdachte gedragingen en misdrijven te melden aan de politiedienst. De politie geeft feedback aan de burgers - tips inzake preventieve waakzaamheid - maar moet handelen binnen de grenzen van het beroepsgeheim. Voorwaarde is ook dat een buurtnetwerk gestart wordt door de politie, op initiatief van de burgers. Over misbruik hebben we nog geen enkele klacht ontvangen. We merken integendeel op dat in streken met zo'n netwerk het veiligheidsgevoel daadwerkelijk stijgt. Onze houding is: in de plaats van buurtnetwerken te verbieden, kan je beter een kader scheppen waarin ze kunnen werken. Zeggen wat kan en niet kan."Opgetekend door Bart Vandormael