De jongste jaren werd in Oostende het Fort Napoleon door de Vlaamse gemeenschap gerestaureerd en als multifunctioneel centrum ingericht. In de duinen van het Domein Raversijde zijn er echter nog talrijke restanten te vinden van de Atlantikwal, de verdedigingsgordel die de Wehrmacht tussen 1942 en 1944 bouwde aan de Atlantische kusten. Beide complexen getuigen van een ...

De jongste jaren werd in Oostende het Fort Napoleon door de Vlaamse gemeenschap gerestaureerd en als multifunctioneel centrum ingericht. In de duinen van het Domein Raversijde zijn er echter nog talrijke restanten te vinden van de Atlantikwal, de verdedigingsgordel die de Wehrmacht tussen 1942 en 1944 bouwde aan de Atlantische kusten. Beide complexen getuigen van een nu door de moderne oorlogstechnologie voorbijgestreefde vorm van verdediging van een stad of een grondgebied. In de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende is er een tentoonstelling te zien over dit soort vestingbouw. De aandacht gaat er naar plaatsen aan de Noordzeekust, van Boulogne-sur-Mer, een Romeinse stichting, tot Den Helder, een negentiende-eeuwse marinehaven in Noord-Holland. Het verhaal begint bij de Romeinen. Zij bouwden op een landtong een castrum, dat later zou uitgroeien tot de stad Oudenburg. Later maakten de invallende Noormannen duidelijk dat de steden zich niet langer konden veroorloven er onbeschermd bij te liggen. In de Middeleeuwen ontstonden zo versterkte forten als Oost-Souburg, Middelburg, Oostburg, Domburg en Aardenburg. De namen spreken voor zichzelf. Maar ook plaatsen als Veurne, Bulskamp, Alveringem en Diksmuide waren versterkte plaatsen. De kustlijn was in die periode nog zeer wispelturig. In de late Middeleeuwen werden vanuit Italië nieuwe verdedigingstechnieken ingevoerd. Die waren nodig om te kunnen weerstaan aan sterkere kanonnen. Het verhaal van het Fort Napoléon en de versterkingen van Wereldoorlog Twee komen eveneens ruim aan bod. In de tentoonstelling wordt ook veel aandacht besteed aan de toen al beroemde belegering van Oostende tussen 1601 en 1604. De stad was in handen van het Staatse leger van de Republiek en aartshertog Albrecht wilde daar een einde aan maken. Rondom de stad werden verschillende forten en schansen gebouwd, maar tevergeefs. Uiteindelijk was het de Genuese veldheer Ambrogio Spinola die Oostende veroverde. Vele duizenden mannen bleven in de strijd. Hun stoffelijke resten werden onlangs door het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium opgegraven aan de Visserskaai. "Met grof geschut. Vestingbouw langs de Noordzee", in de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende. Tot 26/9.Paul Dossche