De regering begint een campagne te voeren om de nieuwe euro te populariseren. De opzet draait meer om publiciteit dan om politiek.
...

De regering begint een campagne te voeren om de nieuwe euro te populariseren. De opzet draait meer om publiciteit dan om politiek.Straks komen er nieuwe belastingen en besparingen in de sociale zekerheid, in naam van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU). Intussen zette de regering, met afzonderlijke persconferenties van minister van Financiën Philippe Maystadt (PSC) en van zijn collega van Economie Elio Di Rupo (PS), een ?Nationaal Overgangsplan? in werking. Dat plan moet de financiële sector, de ondernemingen en de consumenten op de EMU en concreet op het gebruik van de eenheidsmunt euro voorbereiden. ?De consument moet geleidelijk in euro beginnen denken,? zegt Di Rupo. Wat een niet bijzonder duidelijke boodschap is, aangezien die munt pas op 1 januari 1999 een koers krijgt aangemeten. Het EMU-saneringsplan en de politieke publiciteitscampagne eromheen roepen een probleem op. Stel dat de Europese leiders in 1998, op advies van centrale bankiers en stille diplomaten, besluiten dat België geen lid kan zijn van de kopgroep van vijf of zes landen die met de eenheidsmunt van wal steken. Na al die inspanningen en moeite, zal België dan in geen decennia genezen van het Europees syndroom. GESTE.Met de hypothese van niet-deelneming aan de muntunie wil de regering geen rekening houden. Hoewel de staatsschuld dubbel zo groot is als de toetredingsnormen van Maastricht toelaten en België inzake het getolereerde begrotingstekort slechts met de hakken over de sloot kan geraken. Zelfs de mogelijkheid dat de muntunie op 1 januari 1999 helemaal niet tot stand komt, is geen thema. Nochtans staan de sterren niet gunstig. Slechts één van de vijftien lidstaten van de Europese Unie voldoet aan alle normen van Maastricht, namelijk Europa's fiscaal paradijs Luxemburg. Zelfs de kernlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland gaan met hun begrotingstekort achteruit ten opzichte van de norm. Maar premier Jean-Luc Dehaene (CVP) en de zijnen gaan er terdege van uit dat België op 1 januari 1999 meekan met de muntunie. Het beperken van het begrotingstekort tot 2,8 procent in plaats van drie procent, volgend jaar, moet de Europese leiders van België's trouw aan de EMU-principes overtuigen. Hoewel die geste noch in het regeerakkoord aangekondigd staat, noch door het parlement is goedgekeurd, maar er kwam op streng advies van de technocraten van de Hoge Raad voor Financiën. De technici van de muntunie bereiden tegen 1 januari 1999 niet het grote feest van ?meer Europa? voor. Ze doen zich tegoed aan boodschappen van pijn en smart voor de bevolking. Geen regering van de Vijftien slaagt erin de monetaire unie, met zijn eenheidsmunt, als iets gewenst en positiefs te verkopen. De regeringen in de Unie zijn er verantwoordelijk voor dat hun bevolking zich tegen de euro zal keren. Maar alleen ?buitenstaanders? manifesteren kommer over deze gang van zaken. Minister van Staat en Europees parlementslid Willy De Clercq bijvoorbeeld, betoogde in een opiniestuk in De Standaard dat de politici zelf een groot stuk onzekerheid en onduidelijkheid scheppen. ?Bijna permanent zijn er (individuele) verklaringen van (top)politici die pleiten voor een uitstel van de introductie ; voor een introductie in schijven ; voor minder strenge normen om tot de club der deelnemers te worden toegelaten, enzovoort.? Die onduidelijkheid blijft voortduren. De officiële EMU-agenda voorziet erin dat de koersen van de munten van de deelnemende landen, en dus van de euro, op 1 januari 1999 onherroepelijk aan mekaar worden vastgeklikt. Van dan af is de euro vrijwillig bruikbaar in het giraal geldverkeer (via rekeningen). Op 1 januari 2002 komen biljetten en munten in euro in omloop en zes maanden later zijn de nationale munten niet langer een wettelijk betaalmiddel. Maar die planning staat niet eens meer vast, bekende financieminister Maystadt zopas. Hij is er, net zoals voorzitter Alexandre Lamfalussy van het Europees Monetair Instituut (de toekomstige Europese Centrale Bank), voorstander van de onderlinge, definitieve wisselverhoudingen al in het begin van 1998 vast te leggen. Dat zou speculatie bemoeilijken. Heel monetair Europa is immers doodsbang van de verwachte aanval van speculanten op de internationale financiële markten. Het is een tijd geleden dat zij nog makkelijk geld verdienden op de Europese wisselmarkten. En voor dat in de EMU definitief onmogelijk wordt, zullen ze niet nalaten kracht en zwakte van de EMU-kandidaten tot eigen voordeel te testen. ENQUETES.Er bestaat nog meer onzekerheid. Maystadt kondigde aan dat de eurobiljetten en -munten waarschijnlijk iets vroeger dan 1 januari 2002 zullen uitgebracht worden, waarschijnlijk halfweg 2001. En hij zou er, om verwarring te vermijden, niet tegen zijn de periode waarin de nationale munten en de euro naast mekaar bestaan, korter te laten uitvallen dan zes maanden. Ondernemingen, die hun computerprogramma's moeten aanpassen, en winkeliers, die hun kassa's op euro moeten afstemmen, blijven intussen wachten op een vaste agenda. Wanneer komen de ongemakken en de kosten er nu aan ? Niettemin beginnen vice-premiers Maystadt en Di Rupo met een campagne ter promotie van de eenheidsmunt. Niets aan de hand, heet het. Onderzoeken leren dat de Belgische bevolking positief staat ten aanzien van de invoering van de eenheidsmunt. De jongste enquête is alweer eclatant. Elio Di Rupo liet de Coöperatieve Verbruikersbeweging enkele honderden mensen ondervragen. En wat blijkt ? Acht op tien Belgen staan gunstig tegenover de eenheidsmunt (54 procent is er veeleer voor, 25 procent is er helemaal voor). De Belgen geloven trouwens ook dat de eenheidsmunt er zal komen en dat België deel zal uitmaken van de muntunie. Enthousiastelingen zitten vooral in de leeftijdscategorie van 35 tot 44 jaar. Minder euforie heerst er onder de bevolking van 15 tot 34 jaar. Slechts achttien procent van de Belgen is ronduit tegen de EMU gekant. Met zo'n soort onderzoeken bewijzen Europa en de regeringen van de kandidaat-muntuniestaten nu dat de bevolking de EMU wenst. Het is een zekerdere weg dan het parlementair debat, laat staan een referendum over een constructie die leven en werken in Europa grondiger verandert dan de vorming van Europa zelf. Terwijl de Europese Unie een economische gemeenschap is, leidt de EMU vroeg of laat naar een politieke unie. Wat insluit : het afstaan van de bevoegdheden inzake muntbeleid en dus ook de autonomie op het gebied van fiscaliteit en sociale zekerheid. Er wordt niet gedebatteerd over de saneringsinspanningen die geleverd moeten worden om de muntunie op te zetten. Die inspanningen leiden nochtans tot deflatie en economische krimp in alle Europese landen. Voorts zijn ze medeverantwoordelijk voor de werkloosheid. De pas gepubliceerde halfjaarlijkse enquête van Marketing Unit leert daar iets over. Zeven op tien consumenten vinden dat ze er nu niet beter aan toe zijn dan een jaar geleden (16,8 procent vindt dat hun positie erop vooruit is gegaan, 12,5 procent vindt precies het tegenovergestelde). Het beleid van de federale regering vindt 61,7 procent (veeleer) slecht, 21 procent (veeleer) goed en 17,3 procent heeft er geen mening over of Dehaene nu goed dan wel slecht presteert. RAMP.Hoe weinig opinieonderzoeken als dat van de Coöperatieve Verbruikersbeweging over de euro bewijzen, blijkt al meteen uit de antwoorden. Dat de Belgen niet goed inzien hoe de overgang van de frank naar de euro in de praktijk zal verlopen, is begrijpelijk. Maar een onderzoek, dat wil aantonen dat de bevolking positief staat tegenover de eenheidsmunt, bewijst in werkelijkheid bitter weinig als het tegelijkertijd volgende resultaten bevat : 76 procent van de Belgen vindt zichzelf onvoldoende geïnformeerd ; 40 procent heeft nog nooit gehoord van de convergentiecriteria nochtans het enige programmapunt van de regering-Dehaene ; slechts één Belg op twee weet dat de eenheidsmunt euro heet en één op drie denkt dat het om de ecu gaat ; de verwarring tussen de Europese Monetaire Unie en de Europese Unie is compleet. Eigenlijk staat de toekomstige EMU voor de meeste Belgen (en Europeanen, ongetwijfeld) louter symbool voor de Europese eenmaking. Maystadt en Di Rupo hebben nog werk aan de winkel. Zo leert de enquête dat de Belgen de muntunie vooral wensen om de praktische voordelen. Zij waarderen het vrij verkeer dat eigenlijk al lang een verworvenheid is in de Europese Unie en het niet meer moeten wisselen van geld (?zonder verlies geld kunnen wisselen? en ?met gemak kopen in de EU-landen?). Een tegenvaller in dat opzicht is dat de Zuid-Europese vakantielanden de kandidaten met de geringste kansen zijn om toe te treden tot de kopgroep die start met de muntunie. Aan het verlies van de eigen munt, de charme van de frank, tillen de Belgen niet zwaar. Het verrrast de onderzoekers van de Coöperatieve Verbruikersbeweging dat sociale voordelen, zoals het scheppen van werkgelegenheid, niet in verband worden gebracht met de invoering van de eenheidsmunt. Hun enquête leert dat slechts 18 procent van de Belgen meent dat de EMU meer banen kan opleveren, terwijl 59 procent gelooft dat er niet meer werkgelegenheid door komt. Dat hoeft echter niet te verrassen. De regering ondernam nooit een poging om de voordelen van het ?historisch project EMU? uit te leggen. Of omgekeerd : ze verkondigt dat het niet-lidmaatschap voor het land een ramp zou zijn, maar vertelt er niet bij waarom. Slechts na hard aandringen, probeerde Maystadt op zijn EMU-persconferentie enkele economische en politieke argumenten voor de muntunie op te sommen. Dankzij de eenheidsmunt zullen de directe en de indirecte kosten van de instabiliteit van de Europese wisselkoersen verdwijnen. Economisch zal Europa even invloedrijk zijn als Japan en de Verenigde Staten. Maar bij de invoering van de eenheidsmarkt van 1992 beefden de VS voor Fortress Europe en nu valt een gelijkaardige vrees voor de muntunie niet te bespeuren. Maystadt gelooft ook dat de economische en monetaire unie het gevaar van extreem nationalisme in Europa kan beperken. STRATEGIE.Dat raakt echter de zorgen niet die uit de door Di Rupo bestelde enquête blijken. De Belgen verwachten van Europa dat het voorrang geeft aan de samenwerking tussen de lidstaten in de strijd tegen banditisme en terrorisme en in de ijver ten gunste van de milieubescherming. Ze hopen dat de EU meer werk maakt van het oplossen van sociale problemen, terwijl ze vinden dat Europa momenteel veeleer voorrang geeft aan het vrij verkeer van goederen en kapitalen dan aan dat van personen. Op basis van haar onderzoek stelt de Coöperatieve Verbruikersbeweging een trapsgewijze informatiestrategie voor. Het is de bedoeling om de houding van de verbruiker tegenover de eenheidsmunt in positieve zin te wijzigen (van ?veeleer voorstander? naar ?volledig voorstander?). Vooral, zo vindt de beweging, het hele overschakelingswerk kan niet alleen aan de financiële sector worden overgelaten. ?Bij de vorming van de volgende regering, in 1999, moet een staatssecretaris voor de euro worden aangeduid. Het is ondenkbaar dat de invoering van de euro uitsluitend aan de markt wordt overgelaten,? zegt Di Rupo. Hij kondigt tegen september of oktober Euro Ruimte aan, een tussenschakel tussen het Euro Comité van het ministerie van Economische Zaken en de buitenwereld. De verbruikers en de ondernemingen zullen alle praktische vragen over de invoering van de euro aan Euro Ruimte kunnen voorleggen. De excellentie heeft een dubbele zorg. Er zal een scherpe prijzencontrole nodig zijn, om te vermijden dat de omzetting van de frank naar de euro ongerechtvaardigde prijsverhogingen meebrengt, al was het maar onder het voorwendsel van de afronding van de prijzen. En vervolgens is een goede bescherming van de consument noodzakelijk, om erover te waken dat de conversiediensten van de banken gratis zijn. Over dat laatste bestaat ongerustheid, want financieminister Maystadt herhaalt net iets te vaak dat de kredietinstellingen gratis frank tegen euro moeten omruilen. Guido Despiegelaere Belgen verwachten van de muntunie gemakkelijker te kunnen reizen. Met de euro op zak.Vice-premier Elio Di Rupo : de banken moeten gratis frank tegen euro inwisselen.Euromunten zijn er pas vanaf 1 januari 2002. Sommige Franse gemeenten betalen er nu al mee.