Wij zijn zachtjesaan op een leeftijd gekomen waarop we alle woorden wel een keer gehoord hebben, uitgezonderd de specifieke vaktermen. Het woord bondieuserie evenwel, hadden wij nog nooit gehoord. En de meesten van u evenmin, daarvan zijn wij overtuigd. Het stond vóór de zomeronderbreking in Van de redactie, het beruchte schotschrift van onze chef-Wetstraat dat wel vaker uitblinkt door neologismen en neologasmen. Dit laatste is het wat euforische gevoel dat taalliefhebbers bevangt bij het lezen van een nieuw woord.
...

Wij zijn zachtjesaan op een leeftijd gekomen waarop we alle woorden wel een keer gehoord hebben, uitgezonderd de specifieke vaktermen. Het woord bondieuserie evenwel, hadden wij nog nooit gehoord. En de meesten van u evenmin, daarvan zijn wij overtuigd. Het stond vóór de zomeronderbreking in Van de redactie, het beruchte schotschrift van onze chef-Wetstraat dat wel vaker uitblinkt door neologismen en neologasmen. Dit laatste is het wat euforische gevoel dat taalliefhebbers bevangt bij het lezen van een nieuw woord. Bondieuserie zeg. En wie was daar het slachtoffer van? Drie keer raden. Prins Filip natuurlijk. Als er toch in dit land één onhandige kluns rondloopt die het spek immer aan zijn been heeft, het onheil permanent over zichzelf afroept, als eeuwige pineut constant de spotlust opwekt, dan is het de kroonprins. Er kan geen duif over Laken vliegen of ze laat iets vallen op het hoofd van prins Filip. Geen koe dropt een vla in een wei of prins Filip zet er zijn picknickmand in neer. Volgens onze chef-Wetstraat hadden enkele liberale kopstukken via hun megafoon Pol Van den Driessche aan koning Albert laten weten dat ze niet gediend waren van de bondieuserie van diens oudste zoon. Er zijn zo van die woorden waarvan niemand precies weet wat ze betekenen, maar waarvan iedereen het wel precies aanvoelt. In die categorie mag 'bondieuserie' op het podium mikken. De van Dale erbij gehaald, bladzijde 'bond-bonenhotel' en niets gevonden. Ook niet tussen 'bondgenootschap' en 'bondig', waar zich alfabetsgewijs bondieuserie zou moeten bevinden. Een bonenhotel is overigens Bargoens voor een gevangenis. En in een afgeleide betekenis voor het ministerie van Justitie zoals dat is achtergelaten door Marc Verwilghen. Een ander zou het opgeven maar u kent uw dienaar: toegewijd als geen. En dus Wolters handwoordenboek Frans-Nederlands vanonder het stof gehaald. 'Bondieuserie: 1 femelarij; 2 religieuze rommel.'Alstublieft. Er zijn dus liberalen die de vorst via Pol Van den Driessche hebben laten weten dat ze niet gediend zijn van de religieuze rommel van zijn eerstgeborene. Of van diens femelarij. Dat zijn we voor alle zekerheid ook maar gaan opzoeken. Betekent kwezelarij of schijnheiligheid. Zoiets neigt sterk naar majesteitsschennis, of niet? En dat durft die Rik allemaal schrijven. Terwijl hij toch ook soms op het paleis wordt uitgenodigd, al mogen we dat op de redactie nooit weten. 'Rik komt wat later', heet het dan. De belediging aan het adres van prins Filip is des te merkwaardiger omdat iedereen weet dat onze chef-Wetstraat, in tegenstelling tot het merendeel van zijn blijkbaar metselende redacteurs, zelf tot de rechtervleugel van Opus Dei behoort. En zo we de mannen van Escrivá de Balaguer misschien niet allemaal kunnen beschuldigen van femelarij, dan zeker wel van de handel in religieuze rommel. In die zin is onze chef-Wetstraat veeleer een mede- dan een tegenstander van prins Filip. Maar kennelijk heeft de weerzin voor het Huis Saksen-Coburg-Gotha het gehaald op de christelijke solidariteit. De verklaring hiervoor kan in één woord worden samengevat: afgunst. 'Weinigen hebben zoveel kwaadgesproken over de Belgische monarchie als de Coburgs', beweert onze directeur-hoofdredacteur in de eerste zin van zijn bondieuserie-pamflet. Dat is best mogelijk maar wij kennen er alvast één: Van Cauwelaert Rik. 'Lange tijd was Coburg een scheldwoord in heel Europa', is één van zijn beleefdere uitspraken over ons vorstenhuis. En dat de mensen naar de rouwstoet van Leopold II kwamen om op zijn kist te spuwen. En dat Jack the Ripper een Coburg was! Dat heeft letterlijk in Knack gestaan, echt waar. Over barones de Vaughan wensen wij hem niet eens te citeren, en nog minder over Leopold III en Lilian Baels, er zijn grenzen aan de malfaisanterie. Wij hebben u vorige week laten verstaan waar die naijver vandaan komt. Onze chef-Wetstraat is namelijk van adel. Van echte adel welteverstaan, niet van nepadel zoals sommige Amerikaansgezinde redactrices van voorheen Vlaamsgezinde kranten. Voluit heet hij Rik van Cauwelaert de Wyels de Ligne, en die de Ligne voert terug op prins Eugène, die na de Belgische Revolutie van 1830 het regentschap en aansluitend de troon van het nieuwe koninkrijk werd aangeboden. Gène weigerde en verkoos het ambt van ambassadeur bij de Heilige Stoel. In 1852 werd hij wel, voor de liberalen nota bene, voorzitter van de Senaat. Tot hij ontslag nam uit ongenoegen over de onderwijswet van Hubert van Humbeeck. De Coburgs zijn oorspronkelijk niet van adel, ze hebben hun titels gekocht. Het zou ons te ver leiden om de geschiedenis van de Albertijnen en de Ernestijnen hier uit de doeken te doen, en als wij beginnen over de koehandeltjes tussen Coburg en Saksen-Meiningen staan wij niet meer in voor onszelf. Maar weet dat het Huis Saksen-Coburg-Gotha allerminst kon worden verdacht van bondieuserie. Van machtswellust des te meer. Het aantal Saksen-Coburgs dat zich in de jaren achttienhonderd op een Europese troon heeft gevogeld is niet te tellen. België, Bulgarije, Portugal, Engeland, Rusland, Ierland, Indië, Denemarken, Italië, Beieren, Mexico... Op Jan van den Berghe na weet niemand nog de draden te ontrafelen, maar er was nauwelijks een troon in Europa of er wrong zich een Saksen-Coburg op. De Van Cauwelaerts van hun kant leverden enkele burgemeesters onder wie die van Antwerpen, vervlaamsten links en rechts een universiteit, nonkel Gust die net als onze chef-Wetstraat een scherpe pen had nam Dietsche Warande en Belfort over, nonkel Frans stichtte 'in een geest van Roomse ruimheid' De Standaard, iets waarvoor de familie zich nu schaamt, en in menige fanfare werd de hoeveelheid decibels fors aangedikt door het blaasvermogen van een de Wyels op het koper. Maar de Belgische troon is hen nooit meer aangeboden. Een sluis ja, maar die brengt heel wat minder op dan kroon en troon. En dat steekt, bij sommige nakomelingen. Koen Meulenaere