De voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Jean-Claude Trichet, heeft het al zo vaak herhaald: 'Ons kompas is slechts gericht op één element: de prijsstabiliteit.' Sinds haar ontstaan op 1 juni 1998 heeft de ECB zich inderdaad op die ene taak toegelegd: de inflatie onder de 2 procent houden, zodat ook de consumptieprijzen vrij stabiel blijven en maximaal met 2 procent stijgen.
...

De voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Jean-Claude Trichet, heeft het al zo vaak herhaald: 'Ons kompas is slechts gericht op één element: de prijsstabiliteit.' Sinds haar ontstaan op 1 juni 1998 heeft de ECB zich inderdaad op die ene taak toegelegd: de inflatie onder de 2 procent houden, zodat ook de consumptieprijzen vrij stabiel blijven en maximaal met 2 procent stijgen. De ECB slaagt vrij goed in haar opzet. Volgens cijfers van ING bedroeg de gemiddelde inflatie in de eurozone sinds de oprichting van de bank (tussen 1999 en 2008) 2,1 procent, terwijl dat in de tien jaar daarvoor (tussen 1989 en 1998) nog 2,9 procent was. 'Als je bovendien weet dat de olieprijzen in de voorbije tien jaar gemiddeld gestegen zijn met 26 procent per jaar, terwijl ze in de tien jaar daarvoor slechts met gemiddeld 1,5 procent stegen, kun je zonder probleem zeggen dat de ECB de inflatie onder controle heeft', meent Peter Vanden Houte van ING. Maar kan ze dat vandaag blijven volhouden? Of zijn de centrale bankiers hun greep op de inflatie kwijt? In april 2008 bedroeg de gemiddelde inflatie in de eurozone al 3,3 procent. In mei was dat voor België zelfs 5,2 procent. Externe factoren, meer bepaald de hoge energie- en voedselprijzen, verklaren voor een deel de stijging van de inflatie. Maar er is meer. 'De inflatie die we vandaag kennen, is ook een gevolg van de ontsporing van het geldbeleid van andere centrale banken', schreef econoom Paul De Grauwe in een column in De Morgen. Zo pompte de Amerikaanse Federal Reserve op een bepaald moment zo veel geld in de economie om ze te stimuleren, dat er een consumptieboom is ontstaan die door de stijging van de vraag tot forse prijsstijgingen heeft geleid. Ook China, dat zijn munt gekoppeld heeft aan de dollar, werd in die spiraal van overconsumptie en kredietcreatie meegesleurd. De economische boom die daaruit voortvloeide, zorgde voor een stijgende vraag naar energie, en dus voor een spectaculaire stijging van de grondstoffenprijzen. Betekent dit dat we teruggaan naar de jaren 1970, toen de consumptieprijzen met meer dan 10 procent stegen? Zover zijn we nog lang niet. Maar het is niet duidelijk of we te maken hebben met een tijdelijk fenomeen of met het begin van een lange periode van hogere inflatiecijfers, aldus nog De Grauwe. Hoewel, de kredietcrisis mag dan nog niet helemaal onder controle zijn, de Europese Centrale Bank wist alvast de schade te beperken voor de eurozone door zeer snel op de noden van de banken in te spelen en ze de nodige liquiditeit te verschaffen. Toch blijft de ECB een instelling die enkel en alleen het monetaire beleid van de Unie kan bepalen. Over de sociaaleconomische politiek van een land, bijvoorbeeld, kan ze zich niet uitspreken. Herhaaldelijk al waarschuwde Trichet dat landen zoals België en Luxemburg met hun automatische loonindexering in een spiraal van prijsstijgingen terecht dreigen te komen na elke olieschok. Want een stijging van de olieprijzen leidt tot een stijging van de lonen, en dus tot nog meer inflatie. Maar Trichet heeft geen inspraak in dit soort interne politieke kwesties. De jarige Europese Centrale Bank is nog altijd beperkt in haar macht. door Ingrid Van Daele