'Mensen die de snoozeknop gebruiken, worden vaak weggezet als lui en ongedisciplineerd, en velen geloven dat die extra tien minuten elke ochtend je biologische klok ernstig kunnen verstoren', lazen we onlangs in de Britse krant The Independent.
...

'Mensen die de snoozeknop gebruiken, worden vaak weggezet als lui en ongedisciplineerd, en velen geloven dat die extra tien minuten elke ochtend je biologische klok ernstig kunnen verstoren', lazen we onlangs in de Britse krant The Independent. Kent u dat gevoel van sluimeren, tot de buzz niet langer te negeren valt? 'Dan heeft de wetenschap goed nieuws voor u', schreef de krant. 'U bent wellicht intelligenter, creatiever en zelfs gelukkiger dan wie erin slaagt om bij het eerste wekkersignaal uit bed te springen.' De donkere winterochtenden doen het ons graag geloven. Maar klopt het wel? Het Laatste Nieuws nam het bericht uit The Independent over, en beide kranten noemen de Britse studie 'Waarom nachtuilen intelligenter zijn' als bron. Die studie van de controversiële evolutionair psycholoog Satoshi Kanazawa (London School of Economics) en Kaja Perina, de hoofdredactrice van Psychology Today, verscheen al in 2009 in het vakblad Personality and Individual Differences. Uit bevragingen van ruim 15.000 jongvolwassenen concluderen zij dat er een verband bestaat tussen je biologische klok en je IQ. Avondtypes, die later gaan slapen en later opstaan, blijken gemiddeld intelligenter dan ochtendtypes. Een klein beetje maar. Maar het effect is statistisch significant. De auteurs verklaren dat aan de hand van de evolutietheorie en verwijzingen naar de oertijd. Simpel gezegd was de norm bij onze voorouders 'vroeg eruit en vroeg erin', in lijn met licht en duisternis. Maar avontuurlijk aangelegde slimmeriken zouden zich gaandeweg aan dat dictaat hebben kunnen onttrekken. Biologisch psycholoog Rudi D'Hooge (KU Leuven) noemt die verklaring 'twijfelachtig'. Over de snoozeknop staat in de studie overigens geen woord. Over creativiteit of geluk evenmin. Bijgevolg is de stelling onzin, zegt slaapspecialiste Winni Hofman (Universiteit van Amsterdam). 'Het onderzoek gaat niet over snoozen, maar over ochtend- of avondtypes. In onze hersenen zit een biologische klok waardoor al onze functies - fysiologische zoals lichaamstemperatuur, maar ook psychologische zoals alertheid - min of meer een ritme van 24 uur bestrijken. Die cyclus loopt evenwel niet bij iedereen gelijk. Sommige mensen zijn al wakker voor de haan kraait. Anderen komen later op gang, maar zingen het uit tot diep in de nacht. De meeste mensen zitten ergens tussenin.' Ook uit een metastudie van Franzis Preckel en collega's (2011), die de resultaten van meerdere onderzoeken waaronder die van Kanazawa vergeleek, blijkt dat avondtypes gemiddeld een beetje intelligenter zijn. Qua schoolresultaten scoren ze gemiddeld wel iets minder. 'Die inzichten zijn praktisch relevant omdat werk en onderwijs bij ons eerder op de maat van ochtend- dan op die van avondmensen georganiseerd zijn', zegt professor An Mariman, die als somnologe verbonden is aan de slaapkliniek van het UZ Gent. Maar over individuen zeggen ze weinig tot niets, beklemtoont professor Johan Verbraecken van het slaapcentrum UZ Antwerpen. 'Albert Einstein bijvoorbeeld, was een ochtendtype.' Volgens een clemente lezing van het stuk in The Independent zijn intelligente mensen eerder avondtypes die later gaan slapen, maar 's morgens nog moe zijn omdat ook zij moeten opstaan. Zij zouden dan vaker snoozen dan ochtendtypes. Maar dat blijkt vooralsnog niet uit onderzoek.Hoewel volgens het onderzoek waarnaar de krant verwijst avondtypes statistisch gesproken een beetje intelligenter zijn dan ochtendtypes, beoordeelt Knack de stelling als onwaar. ONWAAR Door JAN JAGERS, illustratie FRED'Mensen die op de snoozeknop duwen, zijn intelligenter, creatiever en gelukkiger' The Independent