Hij mag dan al de curator zijn van het festival van Avignon, toch wordt Jan Fabre in Frankrijk niet echt bejubeld. Zelfs Libération en Le Monde, die traditioneel mild zijn voor de Antwerpenaar, waren ontgoocheld over de openingsvoorstelling L'Histoire des larmes. Le Figaro sabelde ook de herneming van Je suis sang neer. Le Nouvel Obser-vateur noemde Fabres werk 'niets dan intellectueel en arti...

Hij mag dan al de curator zijn van het festival van Avignon, toch wordt Jan Fabre in Frankrijk niet echt bejubeld. Zelfs Libération en Le Monde, die traditioneel mild zijn voor de Antwerpenaar, waren ontgoocheld over de openingsvoorstelling L'Histoire des larmes. Le Figaro sabelde ook de herneming van Je suis sang neer. Le Nouvel Obser-vateur noemde Fabres werk 'niets dan intellectueel en artistiek bedrog, gratuite provocatie en kouwe drukte'. Volgens criticus Raphaël de Gubernatis verkondigt Fabre in de kern eigenlijk onfrisse ideeën over raszuiverheid. De manier waarop hij zijn acteurs dwingt zichzelf te (laten) vernederen, is een bewijs van 'een naar fascisme neigende geest'. Ook het publiek liep niet massaal warm voor Fabre. Recensenten melden fluitconcerten en toeschouwers die de zaal verlaten. Fabre dankt zijn aanstelling niet aan het respect van de Fransen, maar aan zijn netwerk. Dat begint met Hugo De Greef in de jaren tachtig en loopt via het Parijse Théâtre de la Ville van Gérard Violette tot Hortense Archambault en Vincent Baudriller, de directeurs van het festival van Avignon. In veel buitenlandse kranten wordt het theater dat Fabre toont in Avignon (zijn eigen werk en dat van onder meer Jan Decorte, Wim Vandekeybus en Anne Teresa De Keersmaeker) gelijkgesteld met hét Vlaamse theater. Dat zou volgens de Zwitserse krant Le Temps niet de dialoog zoeken, maar er enkel op uit zijn 'om de toeschouwer te schokken met een ijdele grootsprakerigheid. Het is een soort visionair theater, geobsedeerd door het mogelijke hiernamaals. In de excessen hunkert het naar troost: en genade.' Wat Avignon te zien krijgt, is echter niet hét Vlaamse theater, maar wel het netwerk van Jan Fabre. Nieuwe stromingen, zoals het 'politieke' theater van De Queeste of Union Suspecte of de sociaal-artistieke werkingen, zien de Fransen niet. Om maar te zwijgen van de Vlaamse comedy- en cabaretartiesten die in Nederland zo populair zijn. Zonder netwerken. De ironie wil dat een stuk als Gembloux van de KVS (over de Marokkaanse soldaten die tegen de nazi's vochten in België) in het 'Off-gedeelte' van Avignon terechtkwam... op uitnodiging van de Franse gemeenschap. Jan Fabre mag gerust zijn. Zijn curatorschap rendeert. Het zorgt ervoor dat hij en zijn vrienden ook in de toekomst kunnen blijven rekenen op Vlaamse subsidies. Een extatische cultuurmi-nister Bert Anciaux (Spirit) verkondigde op de openingsavond van het festival dat de groepen die op Avignon gespeeld hebben 'prio-ritaire steun' zullen krijgen. Jammer voor de Vlaamse theatermakers die geen vriendjes zijn van Fabre. K.v.d.B.