Paul Buysse is censor bij de Nationale Bank en bestuurder van het Vlaams Economisch Verbond. Buysse is actief in zowel de Koning Boudewijnstichting als het Prins Filipfonds.
...

Paul Buysse is censor bij de Nationale Bank en bestuurder van het Vlaams Economisch Verbond. Buysse is actief in zowel de Koning Boudewijnstichting als het Prins Filipfonds.In het begin van jaren negentig kwam Paul Buysse met het Vlaams Blok in aanvaring. Partijleden verteerden het niet dat de voorzitter van de Antwerpse Kamer van Koophandel in de ondernemingen opleidingen opzette voor kansarmen en migranten. Er kwamen vijandige perscommuniqués en anonieme scheldbrieven.Moet het bedrijfsleven zich wel iets van extreem-rechts aantrekken?Paul Buysse: Natuurlijk. Het heeft met de politieke besluitvorming te maken en in dit land is de politiek nauw verweven met de economische dynamiek. Extreem-rechts stelt ook een sociaal en humaan probleem. Het gaat niet om de vraag voor of tegen het Vlaams Blok. Het gaat om de maatschappijvorm waarin ondernemers en hun medewerkers welvaart en welzijn kunnen creëren. U bent een trotse Sinjoor. Frustreert het u dat Antwerpen de meest 'bruine' stad van Vlaanderen is?Buysse: Antwerpen is altijd een kweekplaats voor politieke vernieuwingen en experimenten geweest, ook extreme. Het heeft alles te maken met de onvrede van een groot deel van de bevolking - één op vier stemt Vlaams Blok - over het beleid. Van de goede intenties na Zwarte Zondag, nu al ettelijke jaren geleden, is weinig in huis gekomen. De problemen zijn bekend, de overheid weet heel goed wat er moet gebeuren, maar er bestaat een soort magische macht om dat in de Antwerpse regio niet te doen. Ook het bedrijfsleven maakt zich zorgen over de trage besluitvorming. De stad heeft nu een veelkleurig en moeilijk werkend college. Maar het succes van het Vlaams Blok in de gemeenteraadsverkiezingen kan het beleid in de regio helemaal blokkeren. Kunnen ondernemingen niet functioneren met onverschillig welke politieke meerderheid?Buysse: Ik denk het niet. Het bedrijfsleven heeft al een paar keer duidelijk stelling genomen. Iemand als Christian Leysen gaat op de barricaden staan: Vlaanderen mag niet bruin worden. Het Vlaams Blok is geen goede voedingsbodem voor de democratie en het is zonneklaar dat de vrijemarkteconomie moet steunen op de democratie. Werkgeversverenigingen hebben initiatieven genomen om opleiding en tewerkstelling van migranten te bevorderen - dingen die de overheid onvoldoende doet. De Kamers van Koophandel vertellen daarover meer sociologische dan mercantiele dingen. Een aantal ondernemers heeft zich onlangs uitgesproken tegen racisme. Dat is goed, want het bedrijfsleven is een onderdeel van de maatschappij, het staat daar niet buiten. Met een aantal ondernemers bereiden wij een initiatief voor om een duidelijk democratisch signaal te geven ter bescherming van de economie. De onbestuurbaarheid waarin wij terecht kunnen komen, is gevaarlijk. Europa biedt ons mogelijkheden, de wereldeconomie draait goed. Vlaanderen mag nu niet verslappen in zijn inspanningen om welvaart te creëren. Het Vlaams Blok aan de macht kan een verslappend effect hebben. Bestaat daarover eensgezindheid onder ondernemers?Buysse: Er zijn bedrijfsleiders die het salonfähig vinden te vertellen dat ze voor het Vlaams Blok hebben gestemd en het Blok zelfs financieel steunen. Ik kan het niet meten, maar denk dat het een kleine minderheid is. Ik heb daar begrip voor. Ik kan aannemen dat mensen ontgoocheld zijn over het falende beleid dat vooral in de grote steden de fundamentele problemen niet heeft aangepakt. Zij willen opnieuw een gemeenschap waar orde, netheid, fierheid en efficiëntie prioriteiten zijn en geloven dat het Vlaams Blok hen dat kan geven. Dat sluit aan bij het algemeen gevoel van onvrede en onveiligheid. Dreigt het politieke isolement dan in de bedrijfswereld te worden doorbroken?Buysse: Ik ben geen politicus en wil dialogeren. Maar ik weiger te praten met mensen die op een doctrinaire en dogmatische wijze de gemeenschap hun wil willen opleggen. Gezien de spanning op de arbeidsmarkt kan de aanwezigheid van allochtonen wel nodig zijn voor de economie.Buysse: De migranten terugsturen naar hun land van herkomst is niet meteen wat de economie nodig heeft. Europa heeft berekend dat binnen de vijf jaar anderhalf miljoen bijkomende arbeidskrachten nodig zijn. Vandaag al is er schaarste op de arbeidsmarkt, niet alleen voor ingenieurs maar ook voor laaggeschoolden. Straks kunnen wij onze machines niet meer bemannen. In Vlaanderen zijn er nu bevolkingsgroepen van buitenlandse afkomst aanwezig, soms tweede, derde generatie. Ze zijn gemarginaliseerd. Het Vlaams Blok wil hun integratie nog bemoeilijken. Maar als we die allochtonen integreren, met behoud van onze culturele eigenheid, en hen opleiden, dan is er dubbele winst. Sommigen vrezen dat de migranten de jobs afpakken. U stelt hun tewerkstelling voor als een wondermiddel.Buysse: Het gevoel van onveiligheid onder de bevolking is groot. Criminaliteit is gekoppeld aan werkloosheid, marginaliteit en armoede. Nultolerantie is één middel. Maar repressief optreden alleen volstaat niet. Opleiding, begeleiding, coaching en dialoog zijn nog belangrijker. Het komt erop aan de migranten eigenwaarde te geven. Wie voortdurend op z'n kop krijgt, zet zich af. In Antwerpen vormen de Oost-Europeanen een zware criminele belasting. Dat vergt een efficiënte aanpak en daarin faalt de overheid. Het is een voedingsbodem voor het Blok. België en vooral Vlaanderen leven van de export. Kan een opmars van extreem-rechts de uitvoer schaden?Buysse: Ik denk het wel. Ik heb veel in het buitenland gewerkt. In Amerika, Engeland of Australië, belangrijke handelspartners, blijft 'zwart', 'bruin' of 'fascistisch' beperkt tot een handvol marginalen. Ik werd veel geïnterpelleerd over extreme right en de fascist movement in België. What a pity this is happening to you. Met een slecht imago komen wij als bedrijfsleider gehandicapt aan de start. Een bruin imago is geen goed imago. Dat komt dan nog bovenop de dioxinecrisis en in mindere mate de affaire-Dutroux. Het is hoog tijd dat we op de exportmarkten ons land opnieuw voorstellen zoals het is: een goed land. Guido Despiegelaere