Het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (SISA) in de Cadixstraat in Antwerpen is met haar negenhonderd leerlingen momenteel een van de grootste stedelijke scholen. In de loop van de voorbije negen jaar is het leerlingenaantal verdubbeld. Dat komt voor een deel door de instroom van Nederlandse studenten, die hier goedkoper en dichter bij huis hun specifieke studierichting vinden dan in eigen land. Maar ook door mondreclame: het SISA staat erom bekend begaan te zijn met haar leerlingen.
...

Het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (SISA) in de Cadixstraat in Antwerpen is met haar negenhonderd leerlingen momenteel een van de grootste stedelijke scholen. In de loop van de voorbije negen jaar is het leerlingenaantal verdubbeld. Dat komt voor een deel door de instroom van Nederlandse studenten, die hier goedkoper en dichter bij huis hun specifieke studierichting vinden dan in eigen land. Maar ook door mondreclame: het SISA staat erom bekend begaan te zijn met haar leerlingen. Directeur Gene Leys: "Na het decreet op een participerend schoolbeleid van 1990 deed het ministerie van Onderwijs een beroep op scholen om concrete initiatieven in deze zin uit te werken. De stad Antwerpen heeft die uitdaging opgepakt: het college keurde in 1991 het pedagogisch project voor het stedelijk onderwijs goed. Dit behelsde een ondersteuning van scholen die een emancipatorische aanpak van leerlingen wilden realiseren. Onze school had al een leerlingbegeleidingssysteem en wilde dit absoluut verder uitbouwen. Wij konden ons terugvinden in de missie die stelt dat zorgverbreding helemaal geïntegreerd dient te worden in de kennisoverdracht, van basis tot top en andersom. Lesgeven en begeleiden van leerlingen zijn bij ons zeer verweven in elkaar. Dat wil niet zeggen dat alle problemen in de klas kunnen opgelost worden. Precies daarom hebben wij het systeem van graadcoördinatoren. In elke graad van zowel technisch, kunst- als beroepsonderwijs is een van de leerkrachten een aantal uur per week vrijgesteld om probleemsituaties op te vangen en naar een oplossing te helpen zoeken. Deze uren worden ingevuld door leerkrachten die al spontaan aan leerlingbegeleiding deden. De extra arbeidsbelasting wordt gecompenseerd door hen twee tot zes uren per week klasvrij te maken. De graadcoördinatoren luisteren naar het verhaal van de leerling en maken met hem een afspraak over de sanctie. Bij herhaalde tekortkomingen wordt een contract opgesteld dat dient als een verdere stap met meer gevolgen bij het niet naleven er van. Zowel leerlingen als leerkrachten kunnen terugvallen op deze graadcoördinatoren, die op hun beurt overleg plegen met de adjunct-directeur en met het PMS. Basisvoorwaarde om dit systeem goed te doen draaien, is regelduidelijkheid. De leerlingen en hun ouders weten precies wat er van hen verwacht wordt en tot wie ze zich kunnen richten. Het schoolreglement werd vertaald in voor iedereen begrijpelijke bewoordingen. Op overtredingen zoals spijbelen of te laat komen, wordt onmiddellijk gereageerd. Daarom niet altijd met de klassieke sancties. De aandacht gaat veeleer naar het zoeken van oplossingen voor het probleemgedrag, naar de oorzaken ervan. Daarbij wordt actief overleg gepleegd met iedereen die met die leerling te maken heeft." "Elke school heeft een eigen profiel, en het is belangrijk dat leerkrachten zich daar thuis in voelen. Naarmate onze visie op leerlingenbegeleiding in alle geledingen verspreid raakt, ontstaat er vanzelf een stroming die stimulerend werkt voor wie gewonnen is voor de overlegcultuur. Maar zij oefent tevens druk uit op leerkrachten die zich afzetten tegen deze aanpak. Ik hoef hen daarvoor als directeur echt niet aan hun vel te zitten. Wie zaken wil doorpraten met mij, vindt steeds een open deur. Wie zich uiteindelijk niet kan vinden in de visie van deze school, hoort hier ook niet thuis. Gelukkig zijn dat uitzonderingssituaties."WE GEVEN HEN RUIMTELeerkrachten Leo De Clippeleir, Charles De Roeck en Griet Tuerlinckx getuigen van het impact van hetSISA-model op hun lesgeven en op het gedrag ervan bij leerlingen. De Roeck en De Clippeleir zijn tevens graadcoördinatoren. "Omdat het goed functioneren van leerlingen bij ons centraal staat, en zij weten dat wij bereid zijn met hen naar oplossingen te zoeken, stelt het handhaven van het gezag weinig problemen op het SISA", zegt Charles De Roeck. Hij geeft een paar voorbeelden uit de praktijk. "Een meisje uit het beroepsonderwijs gedroeg zich soms uitermate explosief in de klas. Uit een gesprek met de graadcoördinator bleek dat er bij haar thuis ernstige problemen waren. In onderling overleg werd onder andere afgesproken dat de leerling een tiental minuten uit de klas zou gaan als het niet meer ging. Alle leerkrachten werden op de hoogte gebracht van die afspraak." "Een andere leerling viel geregeld in slaap tijdens de les. Bleek dat hij 's nachts ging werken om zijn studies te betalen. In overleg met de ouders werd gezocht naar andere bronnen van inkomsten om de dubbele belasting voor de leerling op te heffen." "Via Europese gelden kreeg de school kans om deel te nemen aan een internationaal uitwisselingsproject. De directie besliste het project te geven aan de moeilijke klassen. Vanuit enkele andere klassen kwamen daar smalende geluiden op: die zullen er wel niets van bakken. Het project werd door verschillende leerkrachten van die klassen opgepakt. Een vakoverschrijdende aanpak is overigens niet ongewoon binnen het SISA. En het initiatief sloeg dermate aan, dat andere klassen na een poos kwamen informeren of ze niet konden meedoen. Moeilijke klassen werden op deze wijze pioniersklassen, en putten motivatie en engagement uit hun nieuwe status." "Gezag", zegt De Roeck, "heeft te maken met het leggen van verantwoordelijkheid bij mensen zelf. Het gaat erom dat ze zich niet onledig voelen." Ruimte geven, noemt Griet Tuerlinckx het. "Wij zijn de opvang die sommigen thuis niet hebben. Zorgverbreding in school compenseert voor zorgversmalling in het gezin." Dit systeem vraagt wel dat een leerkracht in de spiegel durft kijken. Leo De Clippeleir: "Als een leerling bij mij komt met een probleem met een leerkracht, stimuleer ik die leerling tot een gesprek met die leerkracht. Gewoonlijk valt dat best mee. Zo nodig is het mijn taak om bij die leerkracht het probleem aan te kaarten: 'Dat signaal heb ik opgevangen bij die leerling. Je moet er misschien eens over nadenken.' Wij gaan ervan uit dat wij hier allemaal zitten om bij te leren, leerlingen zowel als leerkrachten."Ria Goris