Hogescholen en universiteiten bieden een modeltraject aan: een bacheloropleiding is gespreid over drie jaar en vereist een totaal van 180 studiepunten, die worden behaald door het volgen van les, studeren, scripties schrijven enzovoort. De meeste studenten volgen dat 'modeltraject', hoewel het decreet voordelen voor iedereen kan opleveren.
...

Hogescholen en universiteiten bieden een modeltraject aan: een bacheloropleiding is gespreid over drie jaar en vereist een totaal van 180 studiepunten, die worden behaald door het volgen van les, studeren, scripties schrijven enzovoort. De meeste studenten volgen dat 'modeltraject', hoewel het decreet voordelen voor iedereen kan opleveren. De studieprogramma's werden een hoop flexibeler. Het onderwijs wordt immers niet langer in studiejaren georganiseerd. Studenten kunnen hun jaarprogramma samenstellen aan de hand van studiepunten. Die soepelheid gaat ver. Door de indeling op basis van studiepunten in plaats van -jaren, valt de gevreesde deliberatie aan het einde theoretisch weg. Wie geslaagd is voor een examen, heeft recht op een creditbewijs of credit. Die credits worden opgespaard tot de student er genoeg heeft verzameld voor de toekenning van het bachelor- of masterdiploma. 'Zo is er een flexibeler toegang tot het onderwijs', beaamt Gisèle Descheppere die op de KH Mechelen verantwoordelijk is voor de trajectbegeleiding en lid is van de werkgroep Studie- en Studentenbegeleiding van de Associatie KU Leuven. 'Ook de doorstromingsmogelijkheden zijn verbeterd. Na een professionele bachelor kan de student van een hogeschool een "schakelprogramma" volgen om een master te behalen aan de universiteit. De studenten kunnen ook extra afstudeerrichtingen volgen waardoor ze meer kansen krijgen op de arbeidsmarkt.'Anders gezegd: de flexibilisering creëert ruimte voor geïndividualiseerde trajecten. Werkende studenten of studenten met leerproblemen kunnen hun studiepakket lichter maken door minder opleidingsonderdelen op te nemen en die over een langere periode te spreiden. Mensen die een opleiding niet hebben kunnen afwerken of die een diploma nodig hebben om hogerop te komen in de bedrijfswereld, buitenlanders die een gelijkstelling van hun diploma willen of gewoon mensen die hun opleiding willen actualiseren, kunnen zo makkelijk weer beginnen. Binnen het flexibiliseringsdecreet wordt hierover gesproken in termen van EVC's (eerder verworven competenties) en EVK's (eerder verworven kwalificaties). In de KH Mechelen maakt Philip Struyf (23) gebruik van de nieuwe mogelijkheden. Hij studeerde drie jaar geneeskunde in Diepenbeek en haalde zijn diploma als kandidaat in de geneeskunde. In zijn vierde jaar liep het mis en daarom besliste hij om terug te keren naar een oude passie: 'Ik heb altijd getwijfeld tussen journalistiek en geneeskunde', zegt Philip. 'Uiteindelijk begon ik aan geneeskunde. In Diepenbeek liep alles vrij vlotjes. In Leuven kreeg ik klierkoorts en toen ik de draad weer opnam, was mijn motivatie volledig weg. Het vooruitzicht om nog zo lang te moeten studeren was er te veel aan. Ik had er genoeg van.'Door het flexibiliseringsdecreet kon hij opleidingsonderdelen laten vallen; 'Psychologie, sociologie, Engels en informatica heb ik gehad bij geneeskunde', zegt hij. 'Daarom kon ik die opleidingsonderdelen in het eerste jaar laten vallen.'EVK's erkennen is dus niet zo moeilijk. Het gaat immers om getuigschriften, credits of diploma's die vroeger zijn behaald, aan een andere onderwijs- instelling of in een vroegere opleiding. Op basis van die diploma's kunnen studenten dan vrijstellingen krijgen. Eerder verworven competenties identificeren, evalueren en erkennen is veel moeilijker. Hoe vergelijk je de ervaring die iemand opdeed met het niveau en de inhoud van een opleiding? Dat is zeker niet gemakkelijk, meldt Ann Langenakens, directeur onderwijs, onderzoek en communicatie van de Erasmushogeschool Brussel: 'Op dit moment is het zelfs zo dat niet alle scholen de verschillende vakken in competenties hebben verwoord. Laat staan dat die verwoording in competenties op een uniforme manier zou gebeuren in dezelfde opleiding aan de verschillende instellingen in Vlaanderen.'De Universitaire Associatie Brussel (UAB), waarvan de Erasmushogeschool en de Vrije Universiteit Brussel deel uitmaken, hanteert voor de omschrijving van die competenties de portfoliomethodiek. Een grondige zelfreflectie is de sleutel. 'De kandidaat moet goed nadenken en aangeven over welke competenties hij beschikt en hoe hij die ontegensprekelijk kan bewijzen via zijn levensloop', aldus Ann Langenakens. 'Alles begint bij de bereidheid van de kandidaat om deze oefening te maken. Aan de hand van een uitgebreid dossier toont hij of zij aan dat werk of andere ervaringen hebben bijgedragen tot de verwezenlijking van bepaalde competenties. Stel dat iemand beweert een vreemde taal te beheersen. Taalvaardigheid valt uiteen in vier controleerbare handelingen: spreken, luisteren, lezen en schrijven. Dat kun je testen. Maar hoe beoordeel je iemand die zegt te beschikken over sociale vaardigheden of leidinggevende capaciteiten? Dergelijke abstracte vaardigheden controleren is minder vanzelfsprekend.' In de praktijk wordt het dat nog minder. De aanvraag moet bijzonder vroeg gebeuren. Al in de loop van februari 2006 moet de kandidaat zich aanmelden bij de UAB. Zodra dat gebeurd is, heeft hij recht op begeleiding. 'In eerste instantie krijgen de kandidaten informatie over hoe de procedure werkt en wat zij in de portfolio moeten verzamelen. De start is vooral informatief', zegt Thea Derks, diensthoofd Onderwijsvernieuwing & Onderwijs Service Centrum van de VUB. Uiterlijk op 30 april 2006 wordt het dossier ingeleverd. De portfolio wordt een eerste keer geëvalueerd om na te gaan of de kandidaat de juiste methodiek gebruikte en of hij zich aan het reglement heeft gehouden. Na deze evaluatie worden een aantal assessoren bij elkaar geroepen. De samenstelling van de commissie is afhankelijk van het dossier: er kunnen zowel docenten als vakmensen in zetelen. Aan de hele procedure is natuurlijk een prijs verbonden. Voorlopig betaalt de kandidaat iets voor de administratie bij zijn aanmelding. De totale kosten zijn afhankelijk van de opleidingsonderdelen waarvoor een portfolio wordt ingediend. 'De bedragen zijn eigenlijk belachelijk laag. Het ministerie legt ons decretaal verplichtingen op, waarbij je wel wat vragen kunt stellen. Wil je het goed doen, dan moet je daar zorgvuldig mee omgaan en dat kost tijd en bijgevolg geld', aldus Thea Derks. 'Het leveren van maatwerk aan de studenten is in principe een fantastisch, lovenswaardig streven, en komt tegemoet aan hun individuele leerbehoeften', voegt ze eraan toe. 'Dat is de basis van flexibilisering en EVC is daarvan het summum, want voor één individu roep je een hele beoordelingscommissie bijeen.'Het ultieme scenario is natuurlijk dat iemand met voldoende achtergrond en ervaring een EVC-procedure opstart en daarna meteen een diploma overhandigd krijgt. In de praktijk moeten er toch enkele vakken gevolgd worden of een scriptie geschreven. Maar het is wél de bedoeling dat de student er voordeel bij heeft. Thea Derks: 'Een kandidaat moet goed beseffen dat het samenstellen van een portfolio een zware taak is. Het kost een beetje geld, maar vooral veel tijd. In sommige gevallen is het misschien wel gemakkelijker om gewoon alle vakken binnen een opleiding te volgen. Toch is de erkenning van eerder verworven competenties en kwalificaties een kans die met beide handen gegrepen moet worden. Het zou zonde zijn om jaren werkervaring of opgedane kennis niet te benutten.''We hebben nood aan meer hoger opgeleiden en er zijn mensen die mogelijk nooit de kans hebben gehad om hoger onderwijs te volgen of die hun studies voortijdig hebben afgebroken', voegt Ann Langenakens daaraan toe. 'Wie werkelijk over bekwaamheden van het vereiste niveau beschikt en dat nog kan bewijzen ook, hoeft niet van voor af aan te beginnen.'Alles begint bij de bereidheid van de kandidaat om na te denken en aan te geven over welke competenties hij beschikt.