De krant uit België verlustigt zich in gemengde berichten die de idées reçues over Engeland bevestigen, maar dan niet op het niveau van Flaubert - altijd over Engeland, aangezien het Frans niet meer in de belevingswereld van jeugdige journalisten past. Gewoonlijk gaan ze over seks, de klassemaatschappij of een combinatie van beide. Genre: 'De twintigjarige Jonathan Spencer is vanaf zijn tiende dagelijks op een potlood gespietst; volgens zijn opvoeders was dat noodzakelijk voor de ontwikkeling van een anaal-retentieve karakterstructuur. Dit gebeurde op een exclusieve kostschool, die zijn ouders 20.000 pond per jaar kostte. Aldaar werd hij latent homoseksueel...' (nu dus niet meer zo latent). Had hij de pech gehad een volksmeisje te zijn, dan was hij op zijn veertiende zwanger geraakt, maar dan had The Independent nooit naar hem geluisterd. Van de versteende clichés over Engeland kun je een heel Stonehenge bouwen.
...

De krant uit België verlustigt zich in gemengde berichten die de idées reçues over Engeland bevestigen, maar dan niet op het niveau van Flaubert - altijd over Engeland, aangezien het Frans niet meer in de belevingswereld van jeugdige journalisten past. Gewoonlijk gaan ze over seks, de klassemaatschappij of een combinatie van beide. Genre: 'De twintigjarige Jonathan Spencer is vanaf zijn tiende dagelijks op een potlood gespietst; volgens zijn opvoeders was dat noodzakelijk voor de ontwikkeling van een anaal-retentieve karakterstructuur. Dit gebeurde op een exclusieve kostschool, die zijn ouders 20.000 pond per jaar kostte. Aldaar werd hij latent homoseksueel...' (nu dus niet meer zo latent). Had hij de pech gehad een volksmeisje te zijn, dan was hij op zijn veertiende zwanger geraakt, maar dan had The Independent nooit naar hem geluisterd. Van de versteende clichés over Engeland kun je een heel Stonehenge bouwen. Meisjes van de gemengde Broadstone Middle School in Poole mogen binnenkort niet meer in een rokje naar school komen. Het bestuur is bang dat het maken van radslagen tijdens het speelkwartier of energieke toneellessen in die kledij de eerbaarheid van de meisjes in het gedrang kan brengen. Mijn kinderen gaan naar school in een pantalon, respectievelijk jurk van grijs flanel, een geel poloshirt en een groene trui met daarop geborduurd een middeleeuws scheepje: het schoolembleem. Het geheel doet prehistorisch aan, of liever gezegd juist erg historisch. Kledingdiscussies bij het ochtendgrauwen behoren tot het verleden. Maar vandaag spelen ze in een ander toneelstuk: over evacués uit Londen, die tijdens de blitzkrieg op de trein worden gezet; ze dragen slobberkousen, een naamloos jasje, een gebreide trui - het was niet simpel deze garderobe bij elkaar te brengen, in hun generatie zijn afdankertjes wegsmijtertjes. Gelukkig is dat grijze flanel van broek en jurk ook in 1940 bruikbaar. Om hun nek hangt een stuk karton: ze moeten, van de geschiedenis, van hun vader, naar BARRY, WALES. In High Street, waar de etalage van boekhandel Chapter and Verse suggestief naar me glimlacht, komen we de kleine blonde Migla tegen, die net door haar vader wordt afgezet. Hij heeft het vreselijk druk. Ik beloof haar straks naar huis te brengen. Ze draagt gewoon haar uniform: haar ouders, Litouwers, hebben de opdracht misschien niet goed begrepen. Samen wandelen we verder. Migla Paabo kan nog niet lezen. Mijn kinderen lezen Roald Dahl. Staatsscholen plegen achterstand te negeren en voorsprong te stimuleren; het systeem is dat van de meritocratie, voor zover iemands hersens en milieu natuurlijk een verdienste zijn. Zelf ben ik vandaag vrijwilliger in hun tweede klas. Ik help Mrs Eldridge, een verdwaalde Edwardiaanse gouvernante, die vaag op een paard lijkt en haar heeft in de kleur rood die het Engels 'gember' noemt. Alle kinderen krijgen een fotokopie van een reislabel uit de oorlog, dat ze bij aankomst met een kort bericht aan hun ouders moeten terugsturen. Aan Mr Barnard, 6 Long Street, London, schrijft mijn zoon : It's fun here in the country with my host family! Ik vraag me af of dat alleen maar taal voor hem is, of dat hij ook werkelijk een gastgezin voor zich ziet. Dan verschijnt er een heer uit een roman van Graham Greene, met het soort handschoenen waar je onmiddellijk 'kalfsleder' bij denkt, die zich voorstelt als Mr Chip en de hele klas meeneemt naar de refter. Twee oorlogsuren lang schetst hij het leven van een geëvacueerd kind. Hij legt uit hoe je een brandbom herkent, brengt een sirene met een zwengel aan het gillen en demonstreert met behulp van een pop een gasmasker voor baby's ('en niet vergeten, je moet de blaasbalg permanent gebruiken, anders stikt de baby'). De kinderen spelen met speelgoed van toen. Ze schuilen in een echte eengezinsschuilplaats, golfplaat van staal, zoals die in veel tuinen stond; binnen hangen posters die het beter weten: Hitler stuurt geen waarschuwing, draag altijd uw gasmasker bij u en, onvertaalbaar, Be like dad, keep mum - ik voel een infantiele opluchting dat ik die woordspeling begrijp. Dan schraapt het diepste van een luidspreker onverhoeds de rokerige bas van Churchill bij elkaar, die onmiddellijk dezelfde emoties als het Wilhelmus wekt, haaks op mijn verstand: vaderland, volk, opoffering, heldendom, oorlog, voetbal... 'Now don't forget your thankyous and your pleases, children', zegt Mrs Eldridge; en reeds zingt de klas: 'Thank you, Mr Chip! Thank you, Mr Barnard!'Later schiet er een soort fysieke sensatie door me heen, die mijn schrijftafel nodig heeft om een gedachte te worden, de schrijftafel waarachter ik me aan het formuleren van Engeland wijd - dat ik het heerlijk vind om kinderen te hebben in zoiets fouts als een schooluniform, die geschiedenisles krijgen en opgroeien te midden van een volk dat niet uit collectieve historische frustraties is gekweekt; ja, die nu al half en half behoren tot dat slag van de hele dag door zich verontschuldigende en bedankende Britten. Horribile dictu, maar ik vrees dat ik misschien wel liever Engelse dan Vlaamse kinderen heb, met zelfvertrouwen als historische erfenis (ironisch genoeg heeft juist dat in Vlaanderen altijd een verwaande Hollander van me gemaakt, iets waar ik tenslotte nogal uitgeput van raakte). Dat hoogblonde Baltische kind, intussen, woont op een boerderij in een naburig dorp. Een kronkelende landweg, met een verdwijnpunt dat een zwerver behoeft, brengt ons erheen. Migla pakt de hand van mijn dochter en leidt ons giebelend door een loods vol houten kratten. Daarachter hurken vijf caravans bij elkaar in een uitgestrekte, idyllische appelboomgaard, die door het late zonlicht smaakvol wordt verguld. Ze draait om haar as en zegt vijf keer snel de naam van haar land. In mijn hoofd steekt een elektrische storm op, die associaties schakelt: Churchill - IJzeren Gordijn - 1989 - economische vluchtelingen - c'est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit... Dan komt moeder Paabo in het Litouws op me af. Benno Barnard