DE NEDERLANDSE schrijfster Hella S. Haasse heeft in haar romans vaak een grote belangstelling laten blijken voor de achttiende eeuw. Waarom dat zo is, krijgt een (gedeeltelijk) antwoord in Haasses pas verschenen essaybundel ?Uitgesproken, opgeschreven?. Deze titel refereert naar de aard van de in deze bundel opgenomen teksten ; het boek wil een selectie zijn uit de toespraken en verspreide opstellen van Haasse en ook daarin neemt de achttiende eeuw een niet onaanzienlijke ...

DE NEDERLANDSE schrijfster Hella S. Haasse heeft in haar romans vaak een grote belangstelling laten blijken voor de achttiende eeuw. Waarom dat zo is, krijgt een (gedeeltelijk) antwoord in Haasses pas verschenen essaybundel ?Uitgesproken, opgeschreven?. Deze titel refereert naar de aard van de in deze bundel opgenomen teksten ; het boek wil een selectie zijn uit de toespraken en verspreide opstellen van Haasse en ook daarin neemt de achttiende eeuw een niet onaanzienlijke plaats in. Deze eeuw is de tijd van de Verlichting, van het vrije, kritische denken, dat toen natuurlijk niet is uitgevonden, maar dat tevoren niet noodzakelijk bijzonder werd geapprecieerd. Met haar werk, en ook met deze opstellen, onderstreept Haasse net deze bijzondere bijdrage van de achttiende eeuw aan de Westerse cultuur : een ideaal van brede, menselijke kennis, ?de humaniora?. PROVINCIE.In een beschouwing rond James Boswell knoopt Haasse daar volgende slotbedenking aan vast : ?Wij zijn een klein land, maar met een merkwaardige ligging, geografische en psychisch, op een kruispunt van culturen. Men kan dat als een nadeel beschouwen, maar ook als een voorrecht. Het betekent dat er hoge eisen aan ons gesteld worden indien we iets anders, méér, willen zijn dan een doorgangsgebied. Misschien ligt de zin van studeren toch in de eerste plaats in het vermogen om verder te kijken dan de cirkel provincie die men kan overzien vanaf de hoogste toren in het land.? Dat is een van de vele ?lessen? die Hella Haasse trekt uit haar omvangrijke lectuur uit en over de achttiende eeuw. Ze ziet dit tijdperk niet als een afgesloten, verre, louter om antiquarische redenen interessante epoche. Voor haar is deze tijd de bron van een hele reeks emanciperende ideeën en opvattingen (men zou zeggen : geestelijke verworvenheden, letterlijk) die tot vandaag doorwerken, soms meer dan we zelf vermoeden. Ze somt er zo een paar op, een opvatting over vriendschap bijvoorbeeld, of de gewijzigde verhouding tussen mannen en vrouwen. Of liever, zo stelt Haasse met zin voor nuance : ?het denken daarover?. De opstellen in deze bundel behandelen nog een reeks andere onderwerpen, de biografie bijvoorbeeld. Ze hebben gemeen dat ze te maken hebben met de omgang met cultuur en cultureel erfgoed. De manier waarop dat gebeurt, weerspiegelt zich in Haasses schriftuur : helder, bedachtzaam, overzichtelijk, met een oog voor het sprekende detail, even kritisch als enthousiasmerend. M.R. Hella S. Haasse, ?Uitgesproken, opgeschreven?, Querido, Amsterdam, 187 blz., 799 fr. Hella S. Haasse : leve de humaniora.