Vlaams minister van Onderwijs en Werk Frank Vandenbroucke (SP.A) heeft de laatste jaren een grillig parcours afgelegd. Van 1999 tot 2003 was hij minister van Sociale Zaken in de federale regering Verhofstadt I. In die functie heeft hij een aantal mechanismen op poten gezet om de uitgaven in de sociale zekerheid beter onder controle te houden. Hij had dat werk graag afgemaakt onder Verhofstadt II, maar de PS van Elio Di Rupo stak een spaak in het wiel. Voor de PS is Vandenbroucke geen socialist maar een liberaal.
...

Vlaams minister van Onderwijs en Werk Frank Vandenbroucke (SP.A) heeft de laatste jaren een grillig parcours afgelegd. Van 1999 tot 2003 was hij minister van Sociale Zaken in de federale regering Verhofstadt I. In die functie heeft hij een aantal mechanismen op poten gezet om de uitgaven in de sociale zekerheid beter onder controle te houden. Hij had dat werk graag afgemaakt onder Verhofstadt II, maar de PS van Elio Di Rupo stak een spaak in het wiel. Voor de PS is Vandenbroucke geen socialist maar een liberaal. Ter compensatie kreeg Vandenbroucke de portefeuille Werk en Pensioenen, ook niet slecht voor de geestelijke vader van de 'actieve welvaartsstaat' (lees: 'er moeten meer, veel meer mensen aan het werk worden gezet om onze sociale zekerheid in de toekomst betaalbaar te houden'). Ook als minister van Werk kreeg Vandenbroucke het al vlug met de PS aan de stok. Na de regionale verkiezingen van 2004 maakte hij zijn fel becommentarieerde overstap naar de Vlaamse regering van Yves Leterme (CD&V). Vandenbroucke staat bekend als ernstig, hardwerkend en briljant, zij het wat betweterig. Hij is ook behept met een gevoel van urgentie dat slechts weinig collega-ministers met hem delen, of toch niet in het openbaar. Begin 2004 publiceerde hij samen met dat andere SP.A-kopstuk, Johan Vande Lanotte, een open brief over het 'scharnierjaar' 2004. Dat jaar moest, zoals de term het aangeeft, beslissend worden voor een aantal uiterst dringende sociale hervormingen, onder meer om de gevolgen van de vergrijzing te ondervangen. Maar met 2004 werd het niks. In de herfst van dat jaar publiceerde Frank Vandenbroucke, ditmaal op eigen houtje, opnieuw een open brief. Of liever, een brandbrief. De federale regering ging in zijn ogen de mist in. De begroting was structureel niet op orde, de uitgaven in de sociale zekerheid liepen gevaarlijk uit de hand en de noodzakelijke reorganisatie van de arbeidsmarkt bleef achterwege. Zijn partijgenoten in de federale regering deelden in de klappen. Partijvoorzitter Steve Stevaert moest zijn vakantie in Cuba onderbreken om de plooien in de SP.A opnieuw glad te strijken. Sindsdien heeft Vandenbroucke zich met de hem kenmerkende ijver helemaal aan zijn Vlaamse portefeuille gewijd. Maar in zijn zelfgekozen ballingsoord wordt de Vlaamse minister met de dag ongelukkiger, bevestigen insiders. Niet verwonderlijk ook, want Vandenbroucke heeft op dit moment nauwelijks politieke beweegruimte. Voor onderwijs, op zich al geen gemakkelijk departement, is er geen geld, en op het vlak van werkgelegenheid zitten de voornaamste beleidsinstrumenten federaal. Tussen Vandenbroucke en de andere SP.A-excellenties is het na zijn openlijke kritiek niet meer echt goed gekomen. Vooral de samenwerking met federaal minister van Werk Freya Van den Bossche verloopt daardoor bijzonder stroef. Binnen de SP.A behoort Vandenbroucke sinds geruime tijd niet meer tot de absolute top, hoewel hij door Stevaert nog wel bij alle strategische vergaderingen betrokken wordt. Maar zijn politieke ster is onmiskenbaar verbleekt. 'Om het in beurstermen te zeggen: Vandenbrouckes aandeel binnen de Vlaamse sociaal-democratie is sterk gedaald, en dat van Vande Lanotte spectaculair gestegen', zegt een SP.A-bron. Buiten de socialistische familie wordt Vandenbrouckes vertrek uit de federale regering wél als een groot verlies gezien. 'Hij is de bekwaamste van allemaal, maar helaas, een slechte marktkramer. Hij krijgt niets verkocht, kan niet onderhandelen en heeft iedereen tegen zich in het harnas gejaagd', klinkt het in kringen van de Nationale Bank. 'Maar geef ons een regering met tien Vandenbrouckes, en België wordt een ander land', aldus een andere hooggeplaatste functionaris van de Nationale Bank. Vandenbrouckes drama binnen zijn eigen partij is dat hij voor zijn analyses en plannen vaak applaus krijgt uit 'de verkeerde hoek': de werkgevers, de 'rechtse' pers, de financiële sector. Het gerucht gaat dat hij de politiek de rug wil toekeren om opnieuw voltijds professor te worden. Op korte termijn lijkt dat onwaarschijnlijk, maar op de iets langere termijn valt dat zeker niet uit te sluiten. Misschien is de universiteit toch meer zijn natuurlijke biotoop. Een paar weken geleden nam Pierre Pestieau, professor economie van de universiteit van Luik, in de krant Le Soir de verdediging van Frank Vandenbroucke op zich. Verrassend, gezien de slechte reputatie van Vandenbroucke bezuiden de taalgrens. Où est donc passé Frank Vandenbroucke? vroeg Pestieau zich af. Vandenbroucke liet een nieuwe wind waaien door het Belgische sociale beleid, schrijft Pestieau in zijn opmerkelijk opiniestuk, maar de Franstalige politici hebben hem het leven zuur gemaakt 'zodat hij uiteindelijk in ballingschap is vertrokken naar de Vlaamse regering'. En dat het 'een verlies is waarvan men de gevolgen sterk onderschat'. Hoe jammer is de politieke eclips van Frank Vandenbroucke, nu een heleboel hete maatschappelijke hangijzers binnenkort een politieke oplossing moeten krijgen? Wij praatten niet alleen met Pierre Pestieau, maar confronteerden ook een aantal Vlaamse gesprekspartners, die professioneel betrokken zijn bij de beleidsterreinen waarvoor Vandenbroucke in de federale regering bevoegd was, met de vragen die de Luikse professor opwerpt. Het woord is aan hen. Han Renard