Wetenschappers gaan er graag van uit dat soorten met een groot verspreidingsgebied goed gebufferd zijn tegen gevolgen van de klimaatopwarming. Maar een onderzoek van 543 landzoogdieren, bekendgemaakt in Ecology Letters, suggereert dat dit niet noodzakelijk h...

Wetenschappers gaan er graag van uit dat soorten met een groot verspreidingsgebied goed gebufferd zijn tegen gevolgen van de klimaatopwarming. Maar een onderzoek van 543 landzoogdieren, bekendgemaakt in Ecology Letters, suggereert dat dit niet noodzakelijk het geval is. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de verspreiding van de soort en anderzijds de overlevingscapaciteiten van individuele dieren. Het is best mogelijk dat een soort een wijde verspreiding kent, maar dat haar individuen een gespecialiseerd dieet hebben. Zo'n soort kan dan toch in de problemen komen, niet als direct gevolg van de stijgende temperaturen, wel door hun effect op de lokale voedselvoorziening. Dat zou opgaan voor het rendier. Andere onderzoekers gebruiken in Molecular Ecology het stekelbaarsje als voorbeeld van een soort met zo'n grote genetische flexibiliteit dat het onwaarschijnlijk zou zijn dat ze zich niet zou kunnen aanpassen aan de klimaatverandering. Stekelbaarsjes in brakwatergebieden ontwikkelden in amper één jaar tijd genetische aanpassingen aan veranderingen in hun leefgebied als gevolg van hogere temperaturen. De veranderingen waren vergelijkbaar met wat de soort in het verleden op lange termijn toonde. Over sommige soorten hoeven we ons dus geen zorgen te maken.