De Vlaamse Cultuurprijzen zijn verdeeld. Het geroddel kan beginnen. Over Sigrid Bousset, bijvoorbeeld, die samenwerkte met Jan Fabre en Jan Lauwers, maar toch in de jury Toneelliteratuur bleef zitten. Fabre en Lauwers werden beiden genomineerd, Lauwers won. Terecht overigens, maar door de deontologisch compleet onaanvaardbare houding van Bousset - die haar juryvoorzitter liet beslissen of ze mocht blijven zitten in plaats van de eer aan zichzelf te houden - blijft er voor eeuwig een smet op de bekroning.
...

De Vlaamse Cultuurprijzen zijn verdeeld. Het geroddel kan beginnen. Over Sigrid Bousset, bijvoorbeeld, die samenwerkte met Jan Fabre en Jan Lauwers, maar toch in de jury Toneelliteratuur bleef zitten. Fabre en Lauwers werden beiden genomineerd, Lauwers won. Terecht overigens, maar door de deontologisch compleet onaanvaardbare houding van Bousset - die haar juryvoorzitter liet beslissen of ze mocht blijven zitten in plaats van de eer aan zichzelf te houden - blijft er voor eeuwig een smet op de bekroning. Of neem nu Honoré d'O. Steengoede kunstenaar, daar niet van. Toch is hij maar tweede keuze omdat Francis Alÿs, die door de jury was uitverkoren, de prijs had geweigerd. Officieel heet het dat Alÿs de nominatie weigerde, maar het is een publiek geheim dat de prijs eigenlijk voor hem was voorbestemd. Who the fuck is dan wel die Francis Alÿs? Welnu, hij is zowat de belangrijkste Belgische kunstenaar van dit moment. Hij leeft en werkt al sinds 1986 in Mexico City waar hij aanvankelijk als architect neerstreek, maar zich gaandeweg ontpopte tot kunstenaar op het snijvlak van surrealisme, conceptualisme, minimalisme en structuralisme. Voorbeelden: Alÿs - die vooral een videokunstenaar is, maar ook machtig mooie tekeningen maakt - wandelde ooit door Mexico City met een geladen revolver om na te gaan hoe lang het zou duren alvorens hij zou worden opgepakt. Hij liet een vos door de National Portrait Gallery lopen, stuurde een pauw naar de Biënnale van Venetië om de pronkzucht van dit gebeuren aan te klagen, hij duwde een gigantisch blok ijs door de straten van - alweer - Mexico City en liet 800 Peruviaanse arbeiders letterlijk een berg verplaatsen. Alÿs werkt in de arme wijken van de Mexicaanse hoofdstad. Zijn werk vloeit naadloos over in zijn sociaal en maatschappelijk engagement. In de traditie van Jef Geys heeft hij een afkeer van de geïnstitutionaliseerde kunstwereld. Hij groeide in twintig jaar uit tot een van de duurste kunstenaars ter wereld. Hij won in 2004 trouwens de blueOrange, met 77.000 euro de riantst gedoteerde kunstprijs van Europa. Pas dan schrok men in Vlaanderen wakker. De Vlaamse Gemeenschap vroeg en kreeg een werk in bruikleen (dat op Alÿs' vraag in zijn geboortestad Antwerpen werd ondergebracht, in het MuHKA) en nadien volgden ook een aantal tentoonstellingen in het privécircuit. Toen de Franse Gemeenschap Alÿs vroeg om dit jaar België te vertegenwoordigen in Venetië, weigerde hij. Te drukke agenda, luidde het. Toen had men al nattigheid moeten voelen. Kort daarna weigerde hij de Vlaamse Cultuurprijs voor Beeldende Kunst. Officieel omdat hij wil dat die naar een jongere kunstenaar zou gaan. Ik kan 's mans gedachten niet lezen, maar kan me voorstellen dat Alÿs stilletjes weerwraak neemt op de Vlaamse (Belgische) kunstwereld. Jarenlang werd hij hier straal genegeerd. Omdat hij tweetalig opgevoed was en zowel in Antwerpen, het Pajottenland als in Doornik woonde? Is hij het slachtoffer van de typisch Belgische blinde vlek die kunstenaars die niet zuiver tot een gemeenschap behoren straal negeert? Feit is dat men hem hier pas aan de borst wilde drukken, toen hij in het buitenland bekend werd. Van omgekeerd provincialisme gesproken! Het siert de jury dat ze - eindelijk - oog had voor deze 47-jarige Antwerpenaar, maar ze had kunnen weten dat hij zou bedanken voor de eer. Francis Alÿs is te groot geworden voor de Vlaamse Cultuurprijzen. Voor hem is het een matig gedoteerde regionale prijs. In schaarse interviews zei hij al dat hij zich meer een Mexicaan voelde dan een Belg. En zeg nu zelf, een Vlaamse Cultuurprijs voor een buitenlander. Daar doen wij toch niet aan, meneer. Karl van den Broeck