De cijfers erover zijn doorgaans krakkemikkig, maar toch doet de regering graag haar best om te bewijzen dat het, uiteraard dankzij haar doortastende beleid, de goede kant uitgaat met de criminaliteit. Het gegoochel met de misdaadstatistieken moet de kiezer doen geloven dat het breed verspreide onveiligheidsgevoel nergens op berust - zodat het ook nergens voor nodig is om te stemmen op extremistische partijen, die dat gevoel exploiteren ten bate van hun eigen politieke gewin. Maar veel helpen die cijfers niet. Dat kan moeilijk anders, want daarmee worden rationele argumenten, zoals statistieken, ingezet om emoties te weerleggen, in dit geval de overtuiging, het geloof bij veel kiezers dat toch overal gevaar loert.
...

De cijfers erover zijn doorgaans krakkemikkig, maar toch doet de regering graag haar best om te bewijzen dat het, uiteraard dankzij haar doortastende beleid, de goede kant uitgaat met de criminaliteit. Het gegoochel met de misdaadstatistieken moet de kiezer doen geloven dat het breed verspreide onveiligheidsgevoel nergens op berust - zodat het ook nergens voor nodig is om te stemmen op extremistische partijen, die dat gevoel exploiteren ten bate van hun eigen politieke gewin. Maar veel helpen die cijfers niet. Dat kan moeilijk anders, want daarmee worden rationele argumenten, zoals statistieken, ingezet om emoties te weerleggen, in dit geval de overtuiging, het geloof bij veel kiezers dat toch overal gevaar loert. Politici paaien zichzelf soms met de idee dat onveiligheidsgevoelens 'slechts' subjectief en dus onbelangrijk zijn. Maar die vaststelling levert enkel een pleonasme op. In gevoelens schuilt tenslotte altijd een hoge dosis subjectiviteit. Daar kan de politiek moeilijk mee om, omdat de klassieke liberale democratie geen rekening houdt met emoties. Zij berust immers op het principe dat een per definitie goed geïnformeerde burger in het stemhokje een beredeneerde uitspraak doet op grond van een rationele afweging. De kiezer zou het politieke aanbod beoordelen met objectieve argumenten en zich in zijn keuze niet laten misleiden door emoties, subjectiviteit, propaganda of demagogie. Dat is een ietwat naïeve visie. Emoties maken nu eenmaal deel uit van de menselijke natuur en het is dus letterlijk onmenselijk om er in de politiek geen rekening mee te willen houden. Bovendien toont de neurobiologie aan dat emotie en rationaliteit onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, zeker in leerprocessen. Als de kiezers politiek iets 'leren', zijn daar dus ook altijd emoties in het spel. Het is bijgevolg, ironisch genoeg, heel irrationeel en onverstandig om emoties politiek geen ruimte te gunnen. Toch worden gevoelens meestal scheef bekeken: ze zouden irrationeel zijn, de werkelijkheid vertekenen en de kiezer tot verkeerde keuzen leiden. De geschiedenis toont voldoende aan dat emoties altijd een rol spelen in de politiek. Dat kiezers in het verleden vrij trouw en standvastig bleven stemmen voor zuilpartijen, kwam vaak doordat de zuilen konden instaan voor de emotionele behoefte aan geborgenheid en nestwarmte. Zoals het ook een emotie als woede was die tot zoveel al dan niet gewelddadige massabewegingen leidde, met soms ingrijpende politieke gevolgen. Maar hoewel ze voor emoties meestal slechts onbegrip opbrengen, maken de politieke elites er zelf vanouds op grote schaal gebruik van, vooral in hun verkiezingspropaganda. De partijen appelleren daarmee meer bepaald aan angstgevoelens: ze praten de kiezer angst voor verandering aan wanneer ze aan de macht zijn, angst voor het status-quo wanneer ze in de oppositie verkeren. Politici jammeren vandaag niettemin graag koket dat de politiek helaas is ontaard in emopolitiek, een nieuw zoemwoord, waar vooral de N-VA vaak snerend naar uithaalt. Serieuze politici doen niet aan emoties. Maar ze doen het toch, en niet alleen in hun propaganda. Daarvan getuigt de extreme personificatie van de campagnes de jongste jaren. Partijen doen er alles aan om van hun kandidaten vertrouwenwekkende, aantrekkelijke, populaire figuren te maken. Ze willen de kiezer niet zozeer overtuigen met de rationaliteit van hun programma, maar ze willen hem aan zich binden door tussen hem en hun kandidaten een affectieve, emotionele band te smeden. Campagnes uit het verleden rond Hendrik De Man, Achille Van Acker, Gaston Eyskens of Leo Tindemans bewezen al de efficiëntie van een door emoties gedreven personencultus. Bleef die vroeger beperkt, vandaag is hij de algemene regel. Dat geeft een nieuwe betekenis aan het streven om de vermeende kloof tussen de burger en de politiek te dichten. Met name de politicus moet dicht bij de kiezer staan - om de emotionele identificatie tussen beide te versterken. Daaruit vloeiden ook nieuwigheden voort als de halvering van de lijststem en de geplande recht- streekse verkiezing van de burgemeester: niet de rationele kwaliteit van het programma telt, wel de emotionele kwaliteit van de politicus. Daarom zijn zoveel kandidaten op 18 mei aanstaande slechts schijnkandidaten, want ze zullen nooit het mandaat opnemen waarvoor ze zullen worden verkozen; het emotionele kapitaal van populaire politici moet alleen stemmen voor de partij lokken. Deze tendens teert op populariteit en imago's waarvan politici hopen dat ze een bij uitstek emotionele vonk op de kiezer doen overslaan. Eerst deden de partijen dat door zogeheten BV's op hun lijsten te zetten (wat zelfs de NV-A probeerde met Paul Van Keer en Walter Capiau), vervolgens door van toppolitici BV's te maken. Een no-nonsense-figuur als Steve Stevaert doet daarin niet onder voor de gedoodverfde emopoliticus Bert Anciaux. Het verschil tussen beiden is alleen dat Stevaert gebruik maakt van een berekend imago om een groot emotioneel kapitaal op te bouwen. Bij Anciaux, alias de bleiter, ligt het in zijn karakter; hij kan zijn persoonlijke emoties moeilijk verbergen en schrikt er dus niet voor terug om er in het openbaar uiting aan te geven. Als de emopolitiek vandaag erg is uitgewaaierd, komt dat niet doordat de politiek de emoties eindelijk als factor heeft erkend, wel omdat ze de laatste tijd tot het publieke domein zijn doorgedrongen. Veel mensen lijken tuk op ongegeneerd getoonde emoties, getuige het succes van zovele docusoaps en soortgelijke tv-verschijnselen - o, de gretigheid waarmee de camera op tranen inzoomt! Misschien valt dat succes wel te verklaren als een reactie tegen de traditionele benepen, burgerlijke, vals-deftige terughoudendheid, waarin voor emoties geen plaats mocht zijn, behalve in de privésfeer. Alleen zelfbeheersing telde, want echte mannen huilen niet. Maar de soms exhibitionistische emotionaliteit van nu relativeert de gevoelens ook. Wat zozeer met een groot publiek wordt gedeeld, kan tenslotte nooit erg ongewoon zijn - het is vooral een vraag om aandacht. De paradox is dat de politieke elites wel op grote schaal gebruik maken van emoties, maar ze in hun discours toch meestal als negatief voorstellen. De verklaring voor die paradox ligt in de wens van politici om de gevoelens te controleren. Dat valt wel eens tegen, want emoties laten zich per definitie maar moeilijk vangen in de rationele denkkaders van het openbare leven en dus ook van de politiek. Wanneer politici zelf emoties hanteren of manipuleren, levert dat geen problemen op. Dat ligt anders met emoties in het grote publiek. Gevoelens behoren per definitie niet tot de rationaliteit en zijn dus onvoorspelbaar. Dat stemt de politieke elites onzeker - en onzekerheid is iets wat ze kunnen missen als kiespijn. Dat politici maar moeilijk om kunnen met emoties, bleek bijvoorbeeld uit hun verwarde en tegenstrijdige, soms paniekerige reacties op de publieke emotionaliteit rond de dood van koning Boudewijn of de Witte Mars, of uit hun nog altijd schutterige omgang met de onveiligheidsgevoelens. En dat ze van emoties inderdaad wat te vrezen hebben, bewees de politieke aardverschuiving in Nederland na de moord op Pim Fortuyn van net een jaar geleden. Het negeren of alleen opportunistisch inspelen op emotionaliteit bij het grote publiek helpt daar niet bij. En wat in gladde praatjes emotionele intelligentie heet, is ook niet meer dan een tijdelijk management van gevoelens, wat niets verhelpt aan de redenen waarom de publieke emotionaliteit in de politiek is toegenomen. Emoties trekken zich weinig aan van gevestigde structuren, instellingen of procedures. Ze signaleren daarmee vervreemding, frustratie en gevoelens van uitsluiting - en wijzen dus op een tekort aan democratie. Dat is het geval als de klassieke, rationele regels van de politiek niet meer volstaan, omdat het publiek ze niet meer aangepast vindt aan zijn noden en verwachtingen of aan de veranderde omstandigheden van de tijd. Toegegeven, daaraan iets doen, en dus emoties ernstig nemen, is heel wat moeilijker dan trachten de kiezer te paaien met sexy poppe-tjes op de kandidatenlijsten. Marc ReynebeauPolitici hebben altijd emoties gebruikt, maar voelen zich onzeker wanneer de kiezer dat doet.