Op het kantoor van de Vreugdezaaiers in Gent komen nu dagelijks oproepen binnen van geadopteerden die informatie wensen over hun achtergrond. De vereniging werd vanuit christelijk-caritatieve inspiratie in de jaren zestig gesticht door pater Delooz en heeft zo'n drieduizend Indiase kindjes in België binnengebracht. In de meeste dossiers is maar summiere informatie bewaard. Veel geadopteerden reageren daar erg ontgoocheld op. Destijds was men zich niet bewust van he...

Op het kantoor van de Vreugdezaaiers in Gent komen nu dagelijks oproepen binnen van geadopteerden die informatie wensen over hun achtergrond. De vereniging werd vanuit christelijk-caritatieve inspiratie in de jaren zestig gesticht door pater Delooz en heeft zo'n drieduizend Indiase kindjes in België binnengebracht. In de meeste dossiers is maar summiere informatie bewaard. Veel geadopteerden reageren daar erg ontgoocheld op. Destijds was men zich niet bewust van het feit dat opgroeiende kinderen zich later vragen zouden stellen bij hun herkomst. De organisatie geeft de problemen uit het verleden grif toe, maar wil nu wel meewerken om de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Het heeft echter tijd gevergd om de weeshuizen in India te sensibiliseren om informatie mee te delen. Die informatie kan heel verschillend zijn: soms positief en hoopgevend, soms ronduit negatief, soms is er helemaal niets terug te vinden (zoals van vondelingen). Soms werd de afkomst opzettelijk verdoezeld om ongehuwde moeders te beschermen. Al heel wat jongeren zijn teruggekeerd naar 'hun weeshuis'. Vaak is de instelling inmiddels gesloten of het personeel veranderd. Een vrijwilliger van de Vreugdezaaiers organiseert ook groepsreizen naar India. Een van de geadopteerden die al op zo'n reis is meegegaan, is de dertigjarige Shahsi, geadopteerd in 1976 als meisje van zes, en inmiddels zelf moeder van twee jongens. Sinds jaar en dag is zij bezig met de lange en pijnlijke zoektocht naar haar identiteit. In 1994 ging ze terug om het staatsweeshuis te zoeken waar ze als kind had verbleven. Toen kreeg ze te horen dat ze officieel doodverklaard zou zijn - een uitspraak die haar diep raakte. Altijd weer werd gezegd dat ze dankbaar moest zijn en van geluk mocht spreken dat ze geadopteerd was. Overal kreeg ze het deksel op de neus. In 1999 is ze opnieuw naar India gegaan. Voor het eerst vond ze een aanknopingspunt: Miss Lalita, de vrouw die vijfentwintig jaar geleden voor haar adoptie bemiddeld had. Ze kon zich Shahsi nog goed herinneren omdat het een kindje met een hazenlipje was. Omdat ze al lang geleden met dat werk gestopt is, kon ze het dossier echter niet opvragen. Maar volgende zomer keert Shahsi terug naar India om haar zoektocht voort te zetten. Intussen schrijft ze lange brieven naar alle ministers en instanties om de zoekende geadopteerden te helpen.Chris De Stoop