Zelfs op hoge leeftijd blijft Mark Grammens de zoon van zijn vader, Florimond 'Flor' Grammens (1899-1985). In de jaren dertig begon Flor Grammens in z'n eentje zijn 'Uilenspiegelacties': het overschilderen van onwettige tweetalige straatnaamborden. Maar Flor Grammens kon maar uitgroeien tot 'het fenomeen Grammens' omdat hij, aldus zijn biograaf Louis De Lentdecker, een erg moeilijk mens is geweest: 'Hij was onmogelijk. Meestal was hij ongenietbaar. Ontelbare mensen heeft hij op de zenuwen gewerkt.' Mark Grammens heeft best wat van het temperament van zijn vader geërfd. Grammensen zijn einzelgängers. Bij Grammens jr. wordt die eenzelvigheid nog versterkt door een gehoorprobleem. Soms, als een discussie hem niet zint, zet hij zijn hoorapparaat uit.
...

Zelfs op hoge leeftijd blijft Mark Grammens de zoon van zijn vader, Florimond 'Flor' Grammens (1899-1985). In de jaren dertig begon Flor Grammens in z'n eentje zijn 'Uilenspiegelacties': het overschilderen van onwettige tweetalige straatnaamborden. Maar Flor Grammens kon maar uitgroeien tot 'het fenomeen Grammens' omdat hij, aldus zijn biograaf Louis De Lentdecker, een erg moeilijk mens is geweest: 'Hij was onmogelijk. Meestal was hij ongenietbaar. Ontelbare mensen heeft hij op de zenuwen gewerkt.' Mark Grammens heeft best wat van het temperament van zijn vader geërfd. Grammensen zijn einzelgängers. Bij Grammens jr. wordt die eenzelvigheid nog versterkt door een gehoorprobleem. Soms, als een discussie hem niet zint, zet hij zijn hoorapparaat uit. In 1939 wordt Flor Grammens verkozen tot Kamerlid, als onafhankelijk kandidaat van het Vlaams-Nationaal Verbond (VNV). Hoewel hij zich tijdens de bezetting vrij terughoudend opstelt, wordt hij veroordeeld voor collaboratie. Niet zozeer die gerechtelijke uitspraak heeft zijn zoon getekend, wel het feit dat het gezin Grammens te maken krijgt met straatgeweld. De inboedel van het huis wordt kort en klein geslagen. Mark (12 jaar oud) en zijn moeder delen in de klappen. Nog in 1985 schrijft Grammens in zijn Herinneringen aan oorlog en repressie: 'Nu, veertig jaar later, gaat er nog steeds geen dag voorbij of de gruwel van dat moment dringt zich in mijn herinnering op, en ik neem aan dat dit herinneringsbeeld het laatste zal zijn dat ik, op mijn sterfbed, van deze wereld zal bezitten.' Net zoals zijn vader maakt Mark Grammens zelf zijn weg. Hij wil journalist worden. Bij De Standaard is geen plaats voor hem. Flor Grammens, die op dat moment ook met zijn zoon overhoopligt, komt persoonlijk tussenbeide opdat Mark níét zou worden aangenomen. Die neemt het heft in eigen handen. In 1956 trekt hij als correspondent naar Londen: 'Ik wilde een goed journalist worden en dus wilde ik het vak in Engeland leren.' De jaren in Fleet Street bepalen zijn leven. Mark Grammens schoolt zich in de Britse journalistieke cultuur. Hij houdt er een blijvende belangstellig aan over voor diplomatie en buitenlandse politiek, en een liefde voor het goed geschreven stuk. Hij bewondert Kingsley Martin, de hoofdredacteur van het links georiënteerde blad The New Statesman. Terug in België wordt Grammens in 1962 politiek journalist bij De Linie. Dat opinieblad is katholiek en Vlaams, maar evolueert onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie in progressieve richting. Grammens belichaamt die nieuwe combinatie van 'Vlaanderen' en 'progres-siviteit'. Aan de horizon gloort 'Leuven Vlaams' en de linkse studentencontestatie: Mark Grammens lijkt al vroeg the signs of the times te begrijpen. Zeker als in 1964 het tijdschrift De Nieuwe het licht ziet. Mark Grammens wordt hoofdredacteur en uitgever tegelijk. Ook dat heeft hij afgekeken van Kingsley Martin: 'Een hoofdredacteur moet obsessief bezig zijn. Zijn blad moet zijn levenswerk zijn.' Het wordt Grammens' keurmerk: per definitie bepaalt de hoofdredacteur (niet de redactie) de lijn van het blad. Geen wonder dat zijn carrière in 1988 uitmondt in een eenmansblad, Journaal. Grammens schrijft het helemaal zelf vol, tot begin dit jaar: erudiet, stevig gedocumenteerd, goed geschreven, vanuit een persoonlijke en dus discutabele visie. Mark Grammens maakt ook politiek-ideologisch een evolutie door. De Nieuwe is hét blad voor de linkse flaminganten. Grammens verzet zich tegen de Vietnamoorlog, en ook in de jaren tachtig is hij een consequente tegenstander van de door de VS opgedrongen kernbewapening van West-Europa. Maar hij blijft links ook uitdagen. Zo valt hij al vroeg in de jaren negentig de nieuwe 'flinksheid' aan: 'Nu links heeft opgehouden de werkloosheid te bestrijden, bestrijdt het de werklozen.' Zoals Grammens' vriend Frans Crols schreef: 'Hij is te links voor rechts en te rechts voor links.' Vanaf de jaren zeventig wordt Mark Grammens ook een vedette van de Vlaamse rechterzijde. Hij ontpopt zich tot een heftig tegenstander van het Egmontpact en van de tot compromis bereide lijn van Hugo Schiltz. Systematisch valt Grammens voortaan 'het federalisme' aan. Wanneer hij zich ook steeds kritischer uitlaat over de multiculturele samenleving en medewerker wordt van 't Pallieterke komt hij wel erg dicht bij het Vlaams Blok/Vlaams Belang. In 1990 hoort wijlen Luc Neuckermans, Wetstraatjournalist van De Standaard, verbaasd hoe Grammens een Vlaamse bijeenkomst toespreekt: 'Wij moeten de tirannie van de Vlaamse Beweging herstellen. In Vlaams-Brabant moet een campagne van haat gevoerd worden tegen de faciliteiten.' Dat alles culmineert in een zware en, achteraf gezien, fundamentele aanvaring tussen Mark Grammens en Hugo Schiltz. Grammens schrijft een boekje, Gedaan met geven en toegeven, naar een oude slogan van Schiltz. Schiltz repliceert: Gedaan met treuren en zeuren. Grammens betoogt dat de Vlaamse Beweging niet meer mag meewerken aan 'Belgische' staatshervormingen. Vlaamse politici die dat wel doen, zijn ontrouw aan hun historische opdracht. Daarom wil hij 'het herstel van de democratie, waardoor de Vlaamse meerderheid België kan regeren'. Vandaar ook zijn zeer lovende evaluatie van de collaboratie: de Duitse bezetting was 'de enige periode waarin de Vlamingen in België een macht bezaten die in verhouding stond tot hun getalsterkte'. Maar omdat België ooit onoplosbare, communautair getinte financiële problemen krijgt, moeten Vlaamse politici ook de 'onvermijdelijke onafhankelijkheid' voorbereiden. Grammens krijgt een vinnig antwoord van Schiltz, staatshervormer par excellence. Schiltz vindt Grammens' stelling over een Vlaamse machtsgreep nonsens: 'Er zijn in de hele Vlaamse Bewegingsliteratuur nauwelijks of geen teksten te vinden die een agressieve, imperia-listische geest uitademen of waarin geponeerd wordt dat wij ons als een herrenvolk moeten gedragen.' In 1990 zijn waarnemers vrij algemeen van oordeel dat Schiltz die tweekamp misschien niet met knock-out, dan toch op de punten heeft gewonnen. Een kwarteeuw later liggen de kaarten anders. Het electorale succes, eerst van Yves Leterme (CD&V) en dan nog nadrukkelijker van Bart De Wever (N-VA), wijzen op een veranderde visie in de Vlaamse Beweging. Het fundamentele discours van De Wever (geen staatshervorming naar 'Belgische' logica, uitgaan van eigen Vlaamse kracht) is wezenlijk anders dan dat van Schiltz. Schiltz was een (con)federalist, De Wever is ten gronde een post-(con)federalist. Zijn partij herhaalt veel van wat Grammens heeft geschreven. Het is het verschil tussen de Volksunie en de N-VA, de partij die als haar opvolger geldt en toch zo anders is. Het overstijgt zelfs de N-VA. Ook Letermes 'vijf minuten politieke moed' waren erg grammensiaans van inspiratie. En de duidelijkste toepassing van het eenzijdige gebruik van de 'Vlaamse macht' blijft de splitsing van B-H-V in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken in november 2007, door een ruime Vlaamse meerderheid van CD&V/N-VA, Open VLD, VB én SP.A, tegen alle Franstaligen in. Vervelend detail: tot dusver heeft die strategie tot weinig geleid. Toch ligt hier de echte betekenis van Mark Grammens. Hij heeft ertoe bijgedragen dat niet alleen de Vlaamse Beweging maar ook veel Vlaamse geesten een fundamenteel andere weg op willen of durven. Een weg naar een ander land. DOOR WALTER PAULIGrammens' eenzelvigheid wordt nog versterkt door een gehoorprobleem. Soms, als een discussie hem niet zint, zet hij zijn hoorapparaat uit.