Uitgeverij De Eenhoorn, Vlasstraat 17, 8710 Wielsbeke,
...

Uitgeverij De Eenhoorn, Vlasstraat 17, 8710 Wielsbeke, tel 056-60 54 60 of www.eenhoorn.be Bekroond in 2002: 'Meneer Papier gaat uit wandelen' van Elvis Peeters en Gerda Dendooven (Boekenpauw) en 'Roodgeelzwartwit' van Brigitte Minne en Carll Cneut (Boekenpluim). De Vlaamse kinder- en jeugdliteratuur heeft de voorbije tien jaar een grote bloei gekend. De Vlaamse illustratoren worden internationaal gewaardeerd, net zoals de auteurs Bart Moeyaert en Anne Provoost. Dat ligt niet voor de hand, want de productie van kinder- en jeugdliteratuur is de voorbije jaren sterk in volume toegenomen. Jammer genoeg wellicht om commerciële redenen. We leven duidelijk in het Harry Pottertijdperk. Gelukkig zijn er nog uitgevers voor wie kwaliteit boven verkoopcijfers gaat. In 1990 raapte Bart Desmyter in de West-Vlaamse gemeente Wielsbeke al zijn moed en zijn schaarse centen bijeen en startte een uitgeverij van kinder- en jeugdliteratuur. Twaalf jaar later is De Eenhoorn een nationaal én internationaal begrip geworden, vooral door de prachtige prentenboeken die de uitgeverij in haar fonds heeft. In 2001 kreeg Ozewiezewoze, een boek waarin Jan van Coillie klassieke Vlaamse kinderliedjes verzamelde, in Bologna - waar de belangrijkste jeugdliteratuurbeurs van Europa plaatsvindt- de Ragazzi Award voor het werk van illustrator Klaas Verplancke. En Gerda Dendooven en Carll Cneut kregen in 2002 respectievelijk de Boekenpauw en de Boekenpluim, de belangrijkste Vlaamse illustratorenprijzen, voor publicaties bij De Eenhoorn. Een typisch verhaal van West-Vlaamse koppigheid? Desmyter: 'Het is allemaal toevallig begonnen. De Eenhoorn gaf aanvankelijk alleen maar de kinderkrant Kits uit, met Geert De Kockere als hoofdredacteur. Hij had al bij Lannoo gepubliceerd, maar hij had een manuscript voor een prentenboek klaar. We besloten om het, met tekeningen van Geert Vervaecke, uit te geven. Technisch konden we dat goed aan, want wij zijn een drukkersfamilie sinds 1836. Een groter probleem was het boek bij de lezers te brengen. We moesten een plaats veroveren tussen de bestaande uitgeverijen. Ik herinner me nog hoe ik voor Puntje, puntje, puntje, dat eerste boek bij ons van Geert De Kockere, vierhonderd boekhandels een brief toestuurde om hen enthousiast te maken. Er werden zes exemplaren besteld. En toen we een tijdje later voor de illustraties van Marjolein Pottie een Boekenpauw kregen, liep ik voor de prijsuitreiking nog even binnen bij Fnac in Antwerpen. Er was geen enkel exemplaar te vinden. 'De eerste zeven jaar waren we Don Quichot, maar we zijn geleidelijk aan gegroeid. We kregen erkenning door de prijzen die we ontvingen. Jonge lezers begonnen naar ons te vragen, zodat de boekhandelaars ons wel moesten opmerken. En ook de recensenten gingen ons waarderen. De kring van illustratoren die voor ons werken, werd snel groter. Via onze kindertijdschriften hebben sommigen bij ons ook echt hun eerste stappen gezet. Neem Marjolein Pottie of Carll Cneut, die in Groot-Brittannië en Frankrijk nu echt op handen gedragen wordt. Op de beurs van Bologna werden enkele jaren geleden meerdere prentenboeken van ons gestolen. Ik vond dat een goed teken. Buitenlandse uitgevers hebben veel interesse voor ons werk, omdat ze weten welke kwaliteit ze bij ons kunnen vinden. Op internationale beurzen merk ik trouwens dat het werk van onze Vlaamse illustratoren nauwelijks overtroffen wordt. 'Stilaan zijn we ook met ons publiek meegegroeid: in het begin gaven we bijna alleen prentenboeken uit, maar geleidelijk aan kwamen daar ook poëzie voor kleuters, boeken voor eerste en iets oudere lezers, en nu ook al boeken voor jonge tieners bij. En we geven ook boeken uit van illustratoren die zelf aan het schrijven gaan. Neem, onlangs nog, Het ongelooflijke liefdesverhaal van Heer Morf, het debuut van Carll Cneut.'