Als hij over het familiebedrijf vertelt, wordt Albert Rozenthal erg emotioneel. Hij heeft zijn goudwinkel in de Pelikaansstraat nr 40, dus niet onder de arcaden van het station, maar aan de overkant. Aan de deur hangt een brief waarin de bloei en ondergang van de zaak worden beschreven. De klant wordt er ook op gewezen dat het hier om een "zaak van vertrouwen" gaat, dat de zaakvoerder Belg is en zelfs Antwaarps spreekt.
...

Als hij over het familiebedrijf vertelt, wordt Albert Rozenthal erg emotioneel. Hij heeft zijn goudwinkel in de Pelikaansstraat nr 40, dus niet onder de arcaden van het station, maar aan de overkant. Aan de deur hangt een brief waarin de bloei en ondergang van de zaak worden beschreven. De klant wordt er ook op gewezen dat het hier om een "zaak van vertrouwen" gaat, dat de zaakvoerder Belg is en zelfs Antwaarps spreekt. Albert Rozenthal: De feestdagen zouden de topdagen moeten zijn, maar nu was de handel maar slap voor ons. Vroeger had ik mijn vast cliënteel en werkte ik in vertrouwen. Nu heb je op zondag de toeristen. Die maken er een sport van om op de prijs af te dingen. "Aan de overkant is er vijftig procent vermindering", zeggen ze dan. De Belgische klanten zeggen dat ze schrik hebben om nog naar de Pelikaansstraat te gaan. Er is hier de laatste tien jaar ook zoveel gebeurd. Ik heb hier zelfs al een Japanse televisieploeg zien filmen! Men heeft iedereen in een slecht daglicht geplaatst. U bent hier een van de laatste Antwerpenaren.Rozenthal: Ja, de andere zaken zijn door nieuwkomers overgenomen. Onze familiezaak is al in 1935 door mijn vader gesticht, nadat hij het communistisch regime in Tsjecho-Slovakije ontvlucht was. Hij heeft eerst een winkeltje als uurwerkmaker geopend op de hoek van de Kievitstraat en Stoomstraat. In de oorlog verloor hij zijn eerste vrouw en twee kinderen, maar zelf heeft hij Auschwitz overleefd. Na een overval in de Kievitstraat is hij in 1965 naar de Pelikaansstraat gekomen. Toen waren er hier maar een paar goudwinkeltjes, en verder zaken in speelgoed, breigoed, elektrische apparaten enzovoort. Allemaal traditionele joodse mensen. Ik heb het vak van vader op zoon geleerd, want ik deed na schooltijd de boodschappen voor de zaak. Hij is ermee gestopt toen de BTW werd ingevoerd, en dan heb ik de winkel overgenomen. In 1971 had ik de gelegenheid om naar een betere locatie dichterbij het station te verhuizen. De volgende jaren hadden wij veel last van de metrowerken. Later hebben wij de zaak uitgebreid door een paar aanpalende winkeltjes over te nemen. Ik had toen in oppervlakte de grootste juwelenzaak van de Pelikaansstraat. Ik kon kwaliteitsuurwerken en juwelen importeren, en voerde zelf uit naar landen binnen en buiten Europa. Helaas, het mocht niet baten. In november 1989 vernamen wij dat de eigenaars van dit blok gezwicht waren voor een zéér lucratief aanbod van een buitenlandse groep. Dit hele stuk van de straat was zonder boe of ba overgenomen. In totaal wel zestien winkels. Alle huurders werden zomaar uitgedreven, sommigen na meer dan dertig jaar huur! Wij tekenden verzet aan, maar na bijna twee jaar juridisch getouwtrek moesten wij in 1991 ophoepelen. U kan zich niet voorstellen wat voor emoties die strijd voor ons meebracht. Wij hebben dagenlang gehuild toen wij de zaak moesten achterlaten die wij met eigen handen hadden opgebouwd. Dan ben ik zeven jaar uit de Pelikaansstraat weg geweest. Pas een jaar geleden ben ik er weer in geslaagd om hier een winkeltje over te nemen.Maar alles is veranderd.Rozenthal: Er zijn zeer veel winkels bij gekomen, ze hebben de straat nieuw leven ingeblazen. Maar de concurrentie is daardoor zeer scherp geworden. Net als vroeger doe ik alle moeite om vertrouwen te scheppen en een cliënteel op te bouwen. Maar dat lukt mij maar moeilijk, want ik word over dezelfde kam geschoren als alle anderen van de Pelikaansstraat. Vanaf de late jaren tachtig heb ik al die goudwinkeltjes als paddestoelen uit de grond zien komen. Er zijn er nu wel honderd in de buurt van de Pelikaansstraat alleen. De meeste uitbaters zijn niet in dit vak opgegroeid. Voor hen is het een handel als een andere. Een plaag zijn ook al die Afrikaanse sluikhandelaars die hier het trottoir doen met hun zakken vol kettingen of uurwerken. Zij storen de potentiële klanten op een agressieve manier en bieden namaakartikelen aan. Toen ik dat aan de politie ging melden, zei die agent: als we ze oppakken, zijn ze dezelfde dag toch weer vrij. Ik ben zelfs bij burgemeester Leona Detiège gaan klagen, maar die had haar handen al vol met de overstromingen. Voorlopig blijven wij optimistisch en hopen wij dat de situatie zal beteren. C.D.S.