'Al wie Schüssel totnogtoe de hand reikte, mocht daarna op zoek naar een prothese.' Zo omschreef het groene parlementslid Stefan Schennach, zondag 24 november, de houding van zijn partij. Kanselier Wolfgang Schüssel had in de Oostenrijkse parlementsverkiezingen net twee naoorlogse partijrecords verpulverd. Hij had zijn christen-democratische ÖVP de grootste overwinning bezorgd (van 27 naar 42 procent van de stemmen) en tegelijk de rechts-populistische FPÖ, zijn coalitiepartner, de fermste klap verkocht (27 naar 10 procent). Met zijn 42 procent kon Schüssel nu met om het even welke partij een kabinet vormen.
...

'Al wie Schüssel totnogtoe de hand reikte, mocht daarna op zoek naar een prothese.' Zo omschreef het groene parlementslid Stefan Schennach, zondag 24 november, de houding van zijn partij. Kanselier Wolfgang Schüssel had in de Oostenrijkse parlementsverkiezingen net twee naoorlogse partijrecords verpulverd. Hij had zijn christen-democratische ÖVP de grootste overwinning bezorgd (van 27 naar 42 procent van de stemmen) en tegelijk de rechts-populistische FPÖ, zijn coalitiepartner, de fermste klap verkocht (27 naar 10 procent). Met zijn 42 procent kon Schüssel nu met om het even welke partij een kabinet vormen. Theoretisch, maar dus niet met de groenen. Wegens geen zin in een handgreep die hun aanhang (9 procent), zoals die van de FPÖ, zou kunnen decimeren. Listige streber, die Schüssel. In 1995 beroofde hij Erhard Busek in de ÖVP van de macht, om zelf in diens voorzitterszetel plaats te nemen. Vervolgens probeerde hij de socialistische kanselier Franz Vranitzky een hak te zetten. Schüssel deed de regering vallen over het begrotingstekort. Een regering waarin hijzelf zetelde als vice-kanselier en minister van Buitenlandse Zaken. 'De kleine prins' - voor de vrienden - ambieerde duidelijk het hoogste ambt. Om de top, het kanselierschap, te bereiken, moest zijn ÖVP wel de grootste partij worden, groter dus dan de socialistische SPÖ. Schüssel geloofde in de gok van vervroegde verkiezingen. Maar, schade, de ÖVP bleef status-quo (28 procent) en de socialisten wonnen, met 10 procent voorsprong. Schüssel zat nog een coalitieronde uit met de socialisten. Noodgedwongen. Waar hij uiteindelijk heen wou, had hij al verklapt in een televisieduel met FPÖ-voorzitter Jörg Haider. 'Niet Vranitzky, maar ik ben uw echte tegenstander', zei hij tot Haider. 'Ik ben niet bang van de FPÖ. Laat uw hervormingsgezinde aanhangers het een keer met de ÖVP proberen.'Vier jaar later, verkiezingen oktober 1999. ÖVP en FPÖ finishen allebei met 27 procent, de socialisten hebben nog maar 5 procent voorsprong. Vier maanden later wordt Schüssel, dankzij een handslag met Haider, kanselier van een kabinet met de FPÖ. President Thomas Klestil gruwt bij de beëdiging, hoewel hij echte racisten heeft weten te weren. De Europese Unie staat op zijn kop: extreem-rechts komt mee aan de macht in een lidstaat! De nieuwe regering wordt internationaal geboycot. In betogingen verschijnen borden met een rood doorstreept strikje, het vestimentaire kenmerk van Schüssel. Weg met de verrader van de democratie, schreeuwt de straat. De kanselier draagt sindsdien een gewone das, trekt zich weinig aan van volksgewoel en banbliksems, provoceert. Voor de draaiende camera's maakt hij een rit in de Porsche van Haider, met de breedlachen- de FPÖ-chef aan het stuur. Een half jaar later stuurt de EU drie wijzen uit om te onderzoeken of de Oostenrijkse regering de Europese waarden respecteert. Het verslag is positief. Geen van de FPÖ-ministers heeft zich bezondigd aan 'xenofoob, racistisch of discriminerend gedrag'. De Unie draait bij. Schüssel is tevreden met het werk van de FPÖ-ministers. Hij reageert niet op de uitvallen van Haider, die ze te volgzaam vindt. Ze moeten zich volgens Haider harder opstellen: tegen de uitbreiding van de EU, bijvoorbeeld. In de FPÖ loopt de spanning op tussen de gematigden en de strekking-Haider. Schüssel laat niet na een wig te drijven tussen de twee clans. Hij stelt voor de belastingverlaging 2003 uit te stellen, om de bijstand aan door watersnood getroffen gezinnen te financieren. De FPÖ-ministers steunen het voorstel. Haider ziedend. Op een speciaal bijeengeroepen partijconclaaf laat hij de ministers desavoueren. Drie van hen treden af. Kanselier Schüssel weigert ze te vervangen; zijn hele ploeg neemt ontslag. Hij kiest voor een vervroegde stembusgang, nu de FPÖ in de peilingen naar een dieptepunt is gezakt. In de campagne noemt hij de groenen geweldplegers en drugsgebruikers. De socialisten verwijt hij gebrek aan vaderlandsliefde: toen de EU sancties nam, hebben ze het champagneglas geheven met de vijanden van de Heimat. Voor de FPÖ is Schüssel mild. Hij voert ze in de verkiezingen naar de afgrond en snoept ze een bekwame spits af: ex-FPÖ-minister van Financiën Karl-Heinz Grasser loopt over naar de ÖVP. En de socialisten? Voor het eerst sinds 1970 eindigen ze in parlementsverkiezingen op de tweede plaats. Weltergewicht Schüssel (65 kilogram, 1,72 meter), die de kamp om zijn politiek overleven in 2000 begon als een kamikaze, verlaat op 24 november 2002 de ring als meesterstrateeg. Wolfgang Schüssel is Wener van geboorte (° 7 juni 1945). Hij groeide op in een kleinburgerlijk milieu. Vader was journalist, moeder arbeidster. Ze scheidden. Hun zoon probeerde vruchteloos ze opnieuw onder één dak te herenigen. Hij begon in '69 een relatie met de vijf jaar jongere Krista ('Gigi'), met wie hij in '72 trouwde. Ze is kinderpsychologe en geldt als raadgeefster van haar man. Groen-conservatief van geweten, stond ze huiverig tegenover diens liaison met de FPÖ. Het praktiserend katholieke paar kreeg twee kinderen: Nina (° '73, inmiddels psychologe) en Daniel (° '87). Aan de Universiteit Wenen werd Schüssel lid van de progressieve Katholischen Hochschuljugend. Hij verdiende als student een stuiver op de Musicbox-redactie van de nieuwe popzender Ö3 en trad op als zanger-gitarist in jazz-missen in Weense parochies. In '68 promoveerde hij tot Doktor juris. Meteen trad hij in de voetsporen van zijn vriend Erhard Busek. Schüssel volgde Busek op als secretaris van de ÖVP-parlementsfractie ('68), als secretaris-generaal van de werkgeversbond van de ÖVP ('75) en tenslotte als partijvoorzitter en vice-kanselier ('95). In partijkringen taxeerden ze zijn talent lange tijd als matig. Maar de intellectueel Busek bleef zijn tactische behendigheid, zijn praktische sluwheid prijzen, tot hij er zelf het slachtoffer van werd en zijn beschermeling hem wegjende als partijvoorzitter. Twee dagen voor zijn 34e verjaardag ('79), werd Schüssel volksvertegenwoordiger. Zeven jaar later bracht hij het tot fractievoorzitter en nog drie jaar later tot minister van Economie ('89). De Britse premier Margaret Thatcher maakte toen furore als IJzeren Dame en speerpunt van het neoliberalisme in Europa. Het tijdsklimaat verleidde SPÖ-econoom Ewald Nowotny ertoe Schüssel te betitelen als 'de enige Thatcheriaan in de ÖVP, maar dan veeleer als ideoloog dan als pragmaticus.' Schüssel, die de mond vol had van privatisering, decentralisering en de afbouw van de bureaucratie, kon als minister van Economie slechts één privatisering succesvol afronden: die van het oude keizerlijke domein Schönbrunn. Bij de coalitiegesprekken van '90 en '94 blonk hij uit door zijn onderhandelingstactiek: pokeren, zaken aan mekaar koppelen, afwachten en dan toeslaan. In '95 werd hij, behalve partijleider, minister van Buitenlandse Zaken - chef-diplomatie - en vice-premier. Een jaar later, bij de eerste verkiezingen voor het Europese parlement in Oostenrijk, kwam zijn partij als sterkste uit de bus, een opsteker. Maar vlak daarna moesten hij en zijn 'zwarten' - zoals de ÖVP'ers in de wandeling heten - de duimen leggen. De 'rode' minister van Financiën Viktor Klima besliste dat de 'rode' Bank Austria, de grootste bank van het land, de op één na grootste en 'zwarte' Creditanstalt-Bankverein mocht kopen omdat ze het beste bod had gedaan. Schüssel dreigde nog met een parlementaire wisselmeerderheid om de overname te beletten. Tevergeefs. De FPÖ, die de wisselmeerderheid zou leveren, trok haar staart in. De sfeer in de SPÖ-ÖVP-coalitie etterde. Versleten na twaalf jaar kanselierschap, gaf Vranitzky halfweg de regeerperiode de helmstok door aan Klima. Maar Schüssel kon bezwaarlijk het kabinet opblazen. Rood en zwart waren aan mekaar geketend. Ze moesten samen de nodige besparingen doorvoeren om de Maastricht-normen te halen voor de invoering van de euro. Schüssel hoorde zich als staatsman te gedragen, als overtuigd Europeaan. Zo wilde het zijn werkgeversachterban. Pas in 2000 mocht hij een avontuur wagen, met de rechts-populisten. Het liep goed af voor hem. Dankzij het geklungel van Haider mag hij zichzelf als kanselier opvolgen. Frans VugaZIJN MENTOR PREES DE SLUWHEID VAN SCHÜSSEL, TOT HIJ ER ZELF HET SLACHTOFFER VAN WERD.