Wellicht heeft gewezen premier Wilfried Martens gelijk als hij verderop in Knack beweert dat het land steviger in elkaar zit dan vaak wordt gedacht. Toch werden de lezers van de Brusselse krant Le Soir vorige week opgeschrikt met de paginabrede mededeling dat 'België aan een zijden draad'hangt. Die hachelijke situatie is volgens de krant een gevolg van de welhaast eindeloze communautaire saga van Brussel-Halle-Vilvoorde, waar Vlamingen en Franstaligen zich gedragen alsof ze in een vechtscheiding zijn gewikkeld.
...

Wellicht heeft gewezen premier Wilfried Martens gelijk als hij verderop in Knack beweert dat het land steviger in elkaar zit dan vaak wordt gedacht. Toch werden de lezers van de Brusselse krant Le Soir vorige week opgeschrikt met de paginabrede mededeling dat 'België aan een zijden draad'hangt. Die hachelijke situatie is volgens de krant een gevolg van de welhaast eindeloze communautaire saga van Brussel-Halle-Vilvoorde, waar Vlamingen en Franstaligen zich gedragen alsof ze in een vechtscheiding zijn gewikkeld. Nu roeren de Franstalige media wel vaker de onheilstrom. Veertig jaar geleden al, bij de splitsing van de universiteit van Leuven, zagen ze het einde van België naderen. Een bezorgde premier Paul Vanden Boeynants sprak toen het volk toe. Hij en zijn liberale coalitiepartner Willy De Clercq hadden nog zo hun best gedaan om een demper te zetten op het communautaire krakeel. Want 'de mensen wilden daar niet meer van weten, die hadden andere zorgen aan hun hoofd: werk, pensioen'. Toen al! De paarse meerderheid heeft de afgelopen dagen op ultrageheime plekken beraad gehouden om toch maar met een oplossing op de proppen te komen voor het zogenaamde non-probleem Brussel-Halle-Vilvoorde. Want het mag dan zo zijn dat hooguit één procent van de Vlamingen wakker ligt van B-H-V, het zijn wel de grote Vlaamse partijen die hen met hun klaroengeschal uit hun slaap hebben gehaald. Een goede week geleden al maakten de Vlaamse liberalen zich sterk dat een oplossing in de maak was. Al werd er meteen bij gezegd dat het 'geen schoon kind zou zijn'. Vorig weekend lanceerde SP.A-voorzitter Steve Stevaert in alle zaterdagkranten zijn oneliner over 'een wit konijn met een gebroken poot en met één oor'. Stevaert-exegeten meenden te weten dat hij daarmee bedoelde dat er een oplossing was, maar dat niemand er als eerste mee naar buiten durfde te komen. Dat premier Guy Verhofstadt afgelopen zondag niet voor de oorlogsherdenkingen naar Moskou afreisde, waardoor het gezelschap van wereldleiders aldaar van zijn aanwezigheid verstoken bleef, kon volgens Wetstraatwichelaars alleen duiden op zwaarwichtige ontwikkelingen op het communautaire front. Maar zelfs al slagen Steve Stevaert en de meerderheid erin hun wit konijn met hangoor en gespalkte poot als een pronte Vlaamse Reus voor te stellen, dan nog is de gapende kloof tussen Noord en Zuid niet gedicht. Dat heeft N-VA-voorzitter Bart De Wever heel juist geformuleerd: het gaat allang niet meer om Brussel-Halle-Vilvoorde. De Vlaams-Brabander kan best wel in vrede leven met die Franstalige buur met zijn taalfaciliteiten en zijn Union-lijstjes. Waar het echt om gaat, zijn de machtsverhoudingen in het land: tussen de netto-betaler, Vlaanderen, en de netto-ontvangers, Wallonië en Brussel. De afloop van het B-H-V-dossier zal daarom ook bepalend zijn voor de Franstalige politieke kaste die, net als haar voorgangers, Wallonië heeft laten verkommeren. Als België aan een zijden draad hangt, dan zij ook. Wat er in Wallonië is misgelopen, staat kristalhelder geformuleerd in de memoires van Gaston Eyskens. Er is sindsdien niets veranderd in het zuiden, waar de drie grote partijen het eigenbelang boven dat van hun regio, van hun gemeenschap hebben gesteld. Vandaag durven bedrijfsleiders in Wallonië de schuld voor de hardnekkige economische problemen in het Waals Gewest al eens bij de PS te leggen. Tientallen jaren hebben de Boëls en de Frères nochtans stevig hun voordeel gedaan met de samenwerking, om niet zeggen collaboratie met de PS. Ze zijn niet te tellen, de Franstalige financiers en entrepreneurs die vroeger in Flémalle bij André Cools, later in Ath bij Guy Spitaels en vandaag in Mons bij Elio Di Rupo in de rij staan om te mogen delen in staalplannen en andere, door de Belgische en later de Europese politiek ontworpen cashautomaten. Alleen die Waalse arbeider die moest toezien hoe zijn kinderen en kleinkinderen, net als hij, in de werkloosheidsstatistieken verdween, die werd daar nooit beter van. Net zo min als die werkloze eentalige bediende, verbitterd gestrand in de achterstandswijken van Brussel. In de hoofdkwartieren van de grote Franstalige partijen moeten ze stilaan beseffen dat het Belgische model niet zal overleven op grond van alarmbellen en andere procedures, maar alleen door nuchtere cijfers en correcte rekeningen. Rik Van CauwelaertNiet alleen het lot van België, ook dat van de Franstalige politici hangt aan een zijden draad.