In het Bonnefantenmuseum maakten zestien kunstenaars ?The Spiral Village?.
...

In het Bonnefantenmuseum maakten zestien kunstenaars ?The Spiral Village?.De autostrades op internet hebben Marshall McLuhans profetie van de wereld als Global Village weer wat dichterbij gebracht, zo vinden velen. Iedereen in communicatie met iedereen, prachtig toch ? Francesco Bonami, hoofdredacteur van de Amerikaanse editie van het kunstmagazine Flash Art, heeft heel wat aanmerkingen op dit ideaal model van wereldcommunicatie. Hij werkte een eigen alternatief uit, The Spiral Village. Het werd de basis voor een tentoonstelling met zestien kunstenaars die eerst in Turijn te zien was, en nu in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum. Daar weefde hij zijn project, samen met Aloys van den Berck, doorheen enkele werken uit de vaste collectie. Het werd iets wat eerder op een ketting ging lijken. Een oud idee van hoofdconservator Alexander van Grevenstein werd tot leven gewekt. Maar de spiraal als mentale structuur bleef overeind, vertelt Francesco Bonami : ?De tentoonstelling doet enkele suggesties hoe een soort communicatie gestructureerd kan worden rond dat idee wat ik in mijn hoofd heb : een spiraal die het pad van al de versplinterde en eindeloze communicatiemogelijkheden reconstrueert. We leven immers in een vals Utopia, in een vals communicatie-optimisme. We denken dat we in contact zijn met een enorm aantal individuen en toch denk ik dat we dat niet zijn. Omdat we met die communicatie niet echt in contact komen met de verschillende contexten.? ?De tentoonstelling geeft de mogelijkheid van de spiraal, omdat zij een contradictie creëert. De kijker raakt in tegenspraak met de kunstwerken. De show geeft je de mogelijkheid om bewust te worden van een zeker niveau van incommunicabiliteit, en om tegelijk misschien een weg te vinden om een positieve site van verschillen te vinden. Verschillen zijn een realiteit die we misschien op een positieve manier moeten benaderen. Minder utopisch, minder hypocriet.? Het is een bevreemdend gezicht, wanneer de gele oldtimer van Rikrit Tiravanija traag en statig door de verlaten museumzalen naar zijn plek van tentoonstelling wordt gereden. Het wordt een lange pitstop die je toelaat om je hoofd door het raam van de lekker naar opgewarmd leer ruikende wagen te steken en te kijken naar de filmpjes uit drie op de achterbank gemonteerde mini-monitoren. Het zijn opnames van de ritten die de kunstenaar, de wereld rond, van tentoonstellingsplaats naar tentoonstellingsplaats onderneemt. Zijn auto is zijn huis, zijn keuken en zijn werkplaats, zo te zien. Zijn onderwerp is de rit, het landschap en de mensen onderweg met wie hij gesprekken aanknoopt. Op zijn eigen schone langzame tempo, verkent hij de wereld als zijn global village, althans de op zijn persoonlijke maat gesneden versie daarvan. GEVAARLIJKE SCHARENAmper een paar passen verderop in het dorp prijkt het popperige huisje van Mark Dion, Bokrijk of stemmig Maastricht waardig. Hier moet niettemin een armzalige censor leven, want tegen een plank achter zijn pc hangen gevaarlijke grote scharen, op de bureautafels staan diverse stempels, potjes lijm. En klaar liggen de publicaties en de films die te behandelen blijven. Zou het er in ons cybertijdperk nog zo aan toegaan ? Ja, de geniepige, alledaagse censuur die iedereen zichzelf en anderen oplegt onder het mom van reuze gezelligheid, verschillen misschien niet al te zeer van de grootschaliger, digitale verzwijgtrucs. Elke Spiral Village zijn eigen censuurbureautje. In dit geval het Maastricht Bureau of Censorship. Omvertrekken ! Thomas Demand kon de contradictie tussen megaspace en microcosmos, tussen het universeel onpersoonlijke en het huisbakken eigene, niet beter vatten dan door het bureautje van waaruit Bill Gates zijn Microsoft communicatie-imperium opzette, in karton na te bouwen en dan te fotograferen. De aanblik is er één van een onwerkelijke spoorloosheid, de stempel wellicht van het nieuwe tijdperk van virtuele realiteit. Daarmee vergeleken lijken de half vermolmde brokstukken, krijtkribbels, tekeningen, kreten en gedichten van Pascale Marthine Tayou uit de pre-historie te stammen. We zijn geneigd om ze als authentieke getuigenissen van een persoonlijke queeste naar identiteit en zingeving te koesteren, maar moeten vaststellen dat ze zich grotendeels aan een omvattende interpretatie onttrekken. Ongenadig tonen wat er zich achter de muren van onze privé-vertrekken afspeelt, dat is de opdracht die Sam Taylor-Wood zichzelf gegeven heeft. Travesty of a Mockery is een springerige scène waarin een van de kook geraakte vrouw met wild wanhopige verwijten door het harnas van haar stony faced kerel probeert te dringen. Haar uitbarsting ( ?Wie ben je in werkelijkheid ? Laat je ware gezicht eens zien !?) volgen we op een groot scherm in een hoek, zijn belabberde reacties in de hoek haaks daarop. Zij in haar teneerdrukkende clichésituatie in de keuken, hij tegen een smetteloos witte wand. Soms overschrijden ze een moment lang elkaars territorium. In beide ruimtes zijn de radio's of tv's uitgetrokken, de stekkerdozen van de verdovende wereldcommunicatie grijnzen wanneer het op zichzelf teruggeworpen koppel unplugged een model van wancommunicatie op microniveau ten beste geeft. (De scène wordt eindeloos herhaald.) Om te overleven in een wereld waar geen enkel plekje onontdekt, ongefotografeerd of onontgonnen is gebleven, zal men zich met clichés tevreden stellen of situaties opzoeken waarin het leven opnieuw lijkt te kunnen beginnen. Philippe Parreno trok met Charles de Meaux naar de hoogvlakte van Pamir in Tadjikistan, aan de grens met alles. Ze troffen er een van de wereld afgesneden gemeenschap aan. De kunstenaars gingen niet documenteren maar registreerden wat hun ervaring aan mentale openingen inhield. Ze maakten een weerbarstige montage van beelden die ze op een muur van achtenveertig videomonitoren presenteren ( Le Pont du Trieur). Op het dak van de wereld slaat uit een gesprek langs een baan bergop tussen twee mensen die de hemel lijken te naderen af en toe een vonk over ( ?We blijven ruimteschepen uitsturen hoewel we weten dat er alleen stof op de maan ligt?), zelfs het begin van een nieuw project : ?Zou het geen idee zijn om op een andere manier over vertrouwde dingen te gaan praten ??MOMENTEN UIT HET KINDERLEVENSteven Pippin, ook een dromer van ongerepte gebieden en authentieke weergave, ontsnapt aan de gladde perfectie van de fotografie door van zijn caravan een camera obscura te maken. De barre omgeving van Death Valley in California wordt aldus geprojecteerd op de wanden, die met fotopapier bedekt zijn. Hij kiest een belichtingstijd van tweemaal een half uur, en krijgt een doorlopende beeldstrook in negatief, waarop de wielkasten van de caravan uitgespaard zijn. Het werd, voor zover het dat nog niet was, een maanlandschap met een stralend schuimende zee. Opvallend is wel hoe het oog van veel kunstenaars in het spiraaldorp op kleine dingen viel, die normaal het bekijken niet waard geacht worden. Gabriel Orozco hield zijn camera op de grond gericht, op stenen vloeren, zanderige oppervlakken, drempels, hoeken en deuren. Zijn reeks van 16 cibachromes maakt een passage tussen lege, wèl en niet bevloerde zones. Architecturale details, in intense kleuren gefotografeerd, met een paar lichte sandalen als weerkerend motief : niet de stapper-reiziger-toerist is interessant, wel de plek waar hij met zorg zijn schamele schoeisel heeft neergezet. Fragmenten kunnen meer reveleren dan grote verhalen. Dat vindt ook Tracey Moffatt, die uit het kinderleven de momenten gekozen heeft die blijvende littekens laten. Ze heeft die op zeer gevoelige, weinig spectaculaire offset kleurenfoto's vastgelegd en voorzien van laconieke commentaartjes zoals : ?After three weeks he still couldn't find a job. His mother said to him : 'maybe you're not good enough'. Het persoonlijke wordt op eenieder toepasselijk. Zoals bij de in een grijs deken gehulde voddenpop van Maurizio Cattelan, ineengedoken achter een plant tegen de achterkant van Broodthaers' Entree de l'exposition. Alsof hij nog voor de aanvang van het hele dorpsbetoog de moed verliest om er ooit zijn plaats in te vinden. De schaarse esacapades in het gelikte of het spectaculaire, zijn evenwel de grootste wanhoopskreten. Modefotograaf en muziekvideast Doug Aitken's elegant gedraaide bespiegeling over de lotgevallen van een geboren ster, eindigt in de complete uitzichtloosheid ( Bad Animal), en de cyberversie die Dinos & Jake Chapman ons van de Heilige Sebastiaan leveren, ziet zijn uit gapende wonden stromende bloed via een pompsysteem eindeloos in zijn lichaam terugvloeien, een lijdensverhaal zonder einde. Sarah Ciraci liet twee spiralen als gevaarlijke boorwapens uit de grond rijzen, en William Kentridge monteerde zijn gewelddadigste tekeningen tot een film die als een nachtmerrie over het doek raast. Het is het bewegende middendeel van een drieluik, met een hart en een doodskop als vaste zijpanelen. Hoop voor het dorp ligt in het ambachtelijke. Tobias Rehberger vatte de persoonlijkheid van elk van zijn collega's in een ontwerp van een vaas, die hij door de befaamde Maastrichtse pottenbakkers liet vervaardigen. Hij koos er ook de passende bloemen voor. En Giuseppe Gabellone creëerde negen weken werkgelegenheid voor een man of acht. Ze vervlochten raffiatouwen tot een organisch ogende sculptuur, goed samengaand met de obscene vingertaal op Bruce Naumans tekeningen uit de vaste collectie. Zulke vonken makende verbanden zijn er wel meer : de sandalen van Orozco met de wandsculptuur van Richard Deacon, de Who's Afraid-scène van Taylor-Wood met de psychiatrische kliniek van Franz West, de poëtische dimensie in Aitkens video met de pureté van Robert Ryman. Wie de weg niet kwijtraakt in Spiral Village is een kei. Een ervaren reiziger in het postmoderne. Jan Braet Tot 25 mei, Bonnefantenmuseum, Avenue Ceramique 250, Maastricht. Marc Dion, Maastricht Bureau of Censorship, 1996-97 : omvertrekken !