Het is dus zover. De staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie ondertekenden vorige zondag het scheidingsakkoord met het Verenigd Koninkrijk. Op 29 maart 2019 stapt Londen er officieel uit. Als het Lagerhuis het nu ook eens is met de zo moeizaam bereikte afspraken, wat lang niet zeker is, kunnen de gesprekken beginnen over de relatie die de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk verder met elkaar willen uitbouwen. Er is daarvoor een - verlengbare - overgangsperiode voorzien, die in principe eind 2020 afloopt. Zolang ve...

Het is dus zover. De staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie ondertekenden vorige zondag het scheidingsakkoord met het Verenigd Koninkrijk. Op 29 maart 2019 stapt Londen er officieel uit. Als het Lagerhuis het nu ook eens is met de zo moeizaam bereikte afspraken, wat lang niet zeker is, kunnen de gesprekken beginnen over de relatie die de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk verder met elkaar willen uitbouwen. Er is daarvoor een - verlengbare - overgangsperiode voorzien, die in principe eind 2020 afloopt. Zolang verandert er weinig en blijft Londen de EU-regels volgen. Het heeft dan alleen geen zeggenschap meer in Brussel. Dat maakt van het Verenigd Koninkrijk, volgens voormalig minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson, een 'vazalstaat' van Europa. Uiteindelijk konden de Britten het front van de overige 27 lidstaten tijdens de onderhandelingen niet breken. Die zijn het tegenwoordig meer oneens met elkaar dan eens, maar over de brexit trekken ze alsnog aan hetzelfde zeel. Ze begrijpen dat niemand van dit avontuur beter wordt, zeker ook de Britten niet. Het is een les dat het bijna niet mogelijk is om uit de Europese Unie te stappen. De touwtjes waarmee de lidstaten met elkaar verbonden zijn, laten zich niet gemakkelijk doorsnijden. En dan betalen de Britten nog niet met de euro en zijn ze geen lid van de Schengenzone. Veel Europeanen hebben nu het gevoel dat de Britten hen in de steek laten. Dat ze zich met lege woorden hebben laten lijmen om iets te beginnen waaraan geen goede kant is. Tegelijk kan het Europese bestuur zeker beter en kan het meer doen - als de nationale leiders dat ten minste toelaten. Maar het is niet omdat de Unie elementen van een supranationaal bestuur ontwikkelt, dat de natiestaten daarom ophouden te bestaan. Europa evolueert toch bijna vanzelf verder naar een organisatie die uit concentrische cirkels bestaat, waarbij landen dichter bij de kern nauwer met elkaar verbonden zijn. Het Verenigd Koninkrijk heeft altijd een plaats in een van die cirkels. Een andere les kan zijn dat het voor de kleine Europese landen hoe dan ook een illusie is om te denken dat ze nog uitsluitend een eigen koers kunnen varen. Het is nog niet overal even scherp doorgedrongen, maar samenwerken is onvermijdelijk en noodzakelijk. Of het om de stabiliteit van de muntunie gaat, een Europees leger of een efficiënte grensbewaking, Europa heeft te maken met problemen die om een Europese oplossing vragen. Politici zoals Viktor Orban en Matteo Salvini stellen het vaak anders voor, maar alleen kunnen ze de wereld niet aan.