Het late werk van Georges Braque : kleine dingen verstrengeld in het beeldvlak.
...

Het late werk van Georges Braque : kleine dingen verstrengeld in het beeldvlak.Als gedempte kleuren een treurend gemoed zouden weerspiegelen, dan heeft Georges Braque (1882-1963) tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn Parijse woning inderdaad wat zitten kniezen, zoals John Golding veronderstelt. Alleen, het zijn grosso modo dezelfde tinten, dezelfde onderwerpen ook, die hij dertig jaar tevoren, in volle kubistische euforie, gebruikte. Hij was een stil symbool van de weerstand tegen de Duitse bezetter, zo betoogt nog Golding. En, in zijn huis kreeg hij alleen de keuken en de badkamer enigszins opgewarmd zodat zijn stillevens zich daar afspelen. (En wat met dat prachtige schilderij Le Salon ?) De spaarzame gegevens die de eminente Braque-kenner over het leven van de schilder tijdens de oorlogsjaren bijeenscharrelt, wijzen eigenlijk veel meer op het tegendeel : zo Georges Braque al beroerd werd door het wereldleed, dan liet hij er in zijn kunst alleszins niets van blijken. Zijn vroegere kompaan Pablo Picasso reageerde op het Duitse bombardement van het Baskische dorp Guernica met een universeel anti-oorlogsschilderij, Jean Fautrier maakte een aangrijpende serie Têtes d'Otages, na een moordpartij van de Duitsers op weerloze burgers. Braque, voor wie de menselijke figuur nooit echt een onderwerp geweest was, bleef zich toeleggen op het stilleven. Eén en al vredigheid dus, met heel af en toe de schrille dissonant van een doodshoofd, tè brutaal grijnzend om als een gewoon bespiegelende Vanitas te gelden. Die onverstoorbaarheid, die voorliefde ook om de decoratieve kant van de dingen wellustig in de verf te zetten, waar hebben we dat nog gezien ? De geestverwantschap met Henri Matisse zou onmiddellijk in het oog springen, als Braque niet veel voorzichtiger zou hebben leren omspringen met het gebruik van felle kleuren dan de meester uit Vence. Amper een jaar of drie voor hij met Picasso betrokken raakte in de uitvinding van het kubisme, had Braque nog het schitterende palet en de solide vormen van de fauvisten Matisse, Derain en De Vlaminck omarmd. Dat was na zijn eerste stapjes in het impressionisme hij was ten slotte in Argenteuil aan de Seine geboren, in 1882. Wat zal de trotse Picasso een schik hebben gehad in de bekering van een navolger van zijn aartsrivaal Matisse. Samen gooiden ze de boel helemaal open : vormen werden opgebroken en volgens geometrische patronen hertekend, kleuren leken uit een sepiabad te zijn gehaald, nieuwe ruimtelijke verhoudingen werden aangeboord. Hun lichtend voorbeeld was Paul Cézanne. De tentoonstelling met vijftig late schilderijen van Braque in de Londense Royal Academy laat zien dat de rijpe kunstenaar de twee grootste invloedssferen uit zijn jeugd met elkaar verzoend had om zijn eigen ster met eindeloos geduld te kunnen volgen : de verhouding tussen kleine dingen, verstrengeld in de speciale ruimte van het schilderij. EEN NERVEUZE NABIJHEIDSpeciaal, en hoe. Bij het Grand Intérieur à la Palette (1942) is het al raak. Over en in elkaar schuivende, gefacetteerde vlakken, multipele perspectieven op een ruimte die eigenlijk niet te peilen is. De blik moet door de lege contouren van de bovenkant van een schildersezel boren om een palet, een tafel, een vrucht, een beker en een bloempot te ontwaren. Doordat de tafel tegelijk frontaal en van bovenaf voorgesteld is, lijken de dingen er niet rustig op te liggen maar doodgemoedereerd op ons af te komen. Dit schept een nerveuze nabijheid die ook geldt voor het in horizontale en verticale lijnen verdeelde zwarte vlak, de oprukkende achtergrond. Braque sprak ooit over de tactiele ruimte van het stilleven, tegenover de visuele ruimte van een landschap. Tot dat gevoel zullen ook wel de korrelige textuur van bepaalde delen van het doek (olie en zand), de grillige tafelpoten en de fantaisistische overgangszones tussen de vlakken bijdragen. Bij een veel simpeler opgezet werk als Vase et Poisson Noir (1943) is het ruimtelijke effect nog scherper gezet. Een scherpe hoek van een zwart tafelblad klimt naar het midden van de compositie. Een fel geel, bruin en zwart achtergrondvlak komt naar voren en vormt een geometrisch geordend tegengewicht voor de drijvende vis, de zwevende citroen, de doorzichtige vaas, de virtuele bloem. Het was Braque die in 1912, na de fase van het analytische kubisme, als eerste gebruik ging maken van woorden en opgekleefde papieren ( papiers collés) in zijn schilderijen. Dat was de aanzet tot het synthetische kubisme waarbij het fysieke aspect van de vormen en van de textuur aan belang won, en het kleurenpalet al eens levendiger werd. Het was ook het begin van het einde van de intense samenwerking tussen Picasso en Braque. De eerste evolueerde naar een compacte figuratie, de tweede tippelde steeds vaker over de grens met de abstractie, zonder er zich met huid en haar aan over te leveren. Kleurrijke decoratieve passages à la Matisse verluchtten zijn doeken. Toen hij zich rond 1930 in zijn atelier aan de Normandische kust vestigde, legde hij zich toe op het schilderen van baders, strandscènes en marines. Dat hij tijdens en vlak na de Tweede Wereldoolog - de periode waarmee de tentoonstelling in de Royal Academy begint - stilistisch en inhoudelijk opnieuw aanknoopte bij zijn vroege jaren, komt voortreffelijk tot uiting. Het schitterende stilleven in de hoogte, Le Chaudron (1947), met zijn scherp gesneden, golvende lineatie en zijn over elkaar heen schuivende vormen, is opgebouwd als met papiers collés. Over de hele lengte van het schilderij loopt een brede zwarte verticale band. Hij is de lege fond waaruit bloembladen, schoenafdrukken, sterren, een ketel en moeilijk definieerbare vormen gecatapulteerd worden. Evengoed metamorfoseert de lege zwarte zone, waar hij over de korrelige lichte zijband met informele verfvlekken schuift, tot een volle golvende vorm. De krachttoer is natuurlijk dat Braque in zoiets volmaakt onspectaculairs als een stilleven zoveel kan laten gebeuren dat hij je dwingt om langer te kijken. Niet in één oogopslag is alles te zien. De verschillende zones op het beeldvlak moeten geleidelijk verkend worden tot de dingen zich in beweging zetten in de picturale ruimte. In de stillevens verliezen het dagelijkse interieur en de werkmiddelen (ezel, palet) hun vanzelfsprekende vorm. Ze verwijzen naar wat ze zijn, maar evengoed naar iets wat ze kunnen worden. Het is iets raadselachtigs dat een geheime onderlinge band schept met andere vormen op het schilderij, die al helemaal niet te verklaren zijn : versierselen, schaduwen, vlakken, lijnen, leeglopende voltes, vol lopende leegtes. Zijn eigenlijke onderwerp was meer dan ooit de schilderkunst zelf. In een interview met John Richardson zei hij : ?Kijk, ik heb een grote ontdekking gedaan. Ik geloof niet langer in iets. Dingen bestaan niet voor mij behalve in zoverre ze in relatie staan met elkaar of tussen elkaar en mezelf. Wanneer men die harmonie bereikt komt men tot een soort intellectueel niet-bestaan dat ik enkel kan beschrijven als een gevoel van vrede, wat alles mogelijk en juist maakt. Het leven wordt dan een voortdurende openbaring. Dat is ware poëzie.?EEN SALON MET ALLES EROP EN ERAANBraque was dol op spelletjes met de representatie van de dingen. Hij maakte de werkelijkheid naar believen herkenbaar of onkennelijk, vaak in één en hetzelfde schilderij. Liefhebbers van la belle peinture vergapen zich aan de weergave van een mooi Salon met alles erop en eraan, en raken vervolgens, op een smalle strook aan de rechterkant van dat brede doek, verstrikt in een kluwen van onduidelijke vormen waarin sommigen zelfs het silhouet van een vrouw herkennen, met lange vlechten en een hoed. In Le Double Bouquet (1948-52) één van de lievelingsschilderijen van zijn vriend, de dichter René Char, en van Alberto Giacometti schildert hij op twee verschillende manieren een vaas met bloemen als een grijpbare droomverschijning. De witzwarte scheidingslijn - die het uitzicht van het werk als tweeluik versterkt - wordt overschreden door een zwarte ovaal die de twee tafellakens aan elkaar klit. (En onder de rechter tafelhelft koeken stukken van vreemde dingen samen. Bij Gauguin begon dat heel onopvallend in een kleine zone van sommige schilderijen, bij Braque nam het hand over hand toe, tot het zich bij een schilder als Walter Swennen overal en altijd ging manifesteren. Een zeer besmettelijke ziekte.) In de laatste twintig jaren van zijn leven wijdde de kunstenaar het leeuwendeel van zijn energie aan het uitwerken van drie grote series, de Biljarttafels ('44-'52), de Ateliers ('49-'56) en ten slotte de Vogels. Niemand zag ooit een biljarttafel in Braques woning. Als we zien hoe hij het meubel een muur laat opkruipen, in tweeën plooit, kromtrekt en er vogels laat over vliegen bij gelegenheid, dan weten we dat hij het een dankbaar object vond om speciale ruimtelijke effecten mee uit te halen. Ongetwijfeld moet Le Billard van '44 uit de collectie van het Musée National d'Art Moderne (Centre Pompidou, Parijs), de Amerikaanse kunstenaar Richard Artschwager (73) geïnspireerd hebben bij het maken van zijn Splatter Table-sculptuur, een zoömorf tafelblad dat in de hoek tussen twee wanden in tweeën splitst. Het is een recente aanwinst van het Gentse Museum van Hedendaagse Kunst. Net als Artschwager was Braque vertrouwd met de meubelmakerij, het binnenhuisschilderen en de decoratie. Een geïnspireerde omschrijving van zijn Atelier-serie vond Isabelle Monod-Fontaine. Ze schrijft dat hij de ateliers ?hergroepeerde tot geheime landschappen?. En de ruimtelijke sensatie die hij er in creëerde, deden John Golding denken aan ?duiken in een watertank of een zwembad?. Braque stak er daarvoor eerst vissen en later vogels in. De vogels vlogen er uit en vulden op hun eentje de laatste schilderijen van de meester. Hij kreeg meer behoefte aan lucht. Hij verbleef steeds vaker aan zijn Normandische kust in Varengeville, borstelde er lelijke landschappen met een verstikkende dikke lucht, maar stierf in Parijs in 1963 op de gezegende leeftijd van 81 jaar. Jan Braet Tot 6.4.97 in de Royal Academy, Piccadilly, London W1. Elke dag open van 10 tot 18 u. Gesloten op 28.3. Georges Braque, Le Billard, 1947-49, olie op doek, 145x195cm. : dankbaar object voor ruimtelijke effecten.