Rond halfnegen in de avond van 6 april 1994 naderde het vliegtuig van de Rwandese president Juvénal Habyarimana de luchthaven van de Rwandese hoofdstad Kigali. Plots werden twee grond-luchtraketten afgevuurd op de al laagvliegende Falcon 50. Bij de crash kwam de president om, net als diens Burundese collega Cyprien Ntaryamira, die van hem een lift had gekregen. Geen 24 uur later waren tien Belgische blauwhelmen vermoord en kwam de genocide volop op gang die tenminste een half miljoen doden zou eisen, mogelijk zelfs dubbel zoveel.
...

Rond halfnegen in de avond van 6 april 1994 naderde het vliegtuig van de Rwandese president Juvénal Habyarimana de luchthaven van de Rwandese hoofdstad Kigali. Plots werden twee grond-luchtraketten afgevuurd op de al laagvliegende Falcon 50. Bij de crash kwam de president om, net als diens Burundese collega Cyprien Ntaryamira, die van hem een lift had gekregen. Geen 24 uur later waren tien Belgische blauwhelmen vermoord en kwam de genocide volop op gang die tenminste een half miljoen doden zou eisen, mogelijk zelfs dubbel zoveel.Nog altijd is niet opgehelderd wie deze aanslag heeft uitgevoerd. Er is ook nooit veel onderzoek naar verricht. Dat er buitenlanders bij betrokken waren, staat echter zo goed als vast. De Falcon werd immers neergehaald met tamelijk geavanceerde SAM-16-raketten van sovjetmakelij. Die waren hoogstwaarschijnlijk in 1988 door de Sovjet-Unie aan Irak verkocht en werden daar in de nasleep van de Golfoorlog op Saddam Hoesseins leger buitgemaakt. De raketten kwamen uit een Franse stock, zo leidde de Antwerpse hoogleraar Filip Reyntjens af uit de serienummers die hij had kunnen opduikelen. De Franse krant Le Figaro bevestigde dat, maar de Franse regering ontkende - enigszins voorspelbaar - elke betrokkenheid. Maar ook de Amerikanen hadden in Irak SAM-16's in beslag genomen en daarvan was een aantal uiteindelijk in Rwanda's buurland Uganda beland. Daarmee zijn ook de internationale opponenten in het conflict aangeduid: enerzijds Frankrijk, dat het vooral uit vertegenwoordigers van de Hutu-meerderheid bestaande regime in Kigali steunde, anderzijds de VS, die aan de kant stonden van het Rwandees Patriottisch Front (RPF), dat zich opwierp als de politieke en militaire vertegenwoordiger van de Tutsi-minderheid en dat zeer actief werd gesteund door Uganda.TEGENWIND VOOR KIGALIVorige week lekte in de Canadese krant The National Post een document uit, waarin drie informanten tegenover onderzoekers van de Verenigde Naties (VN) verklaren dat de aanslag het werk was van het RPF, 'met hulp van een buitenlandse regering'. De informanten zouden officieren zijn van het huidige bewind in Kigali, dat na de genocide aan de macht kwam met de militaire overwinning van het RPF op Habyarimana's leger. De VN leken de getuigenis zeer ernstig te nemen; het document werd omschreven als 'uiterst gevoelig' en de informatie erin als 'explosief'. Niettemin besloot Louise Arbour - nu lid van het Canadese Hooggerechtshof, maar toen procureur bij het VN-tribunaal dat de verantwoordelijken voor de genocide vervolgt - om de zaak niet verder uit te spitten. Het VN-memo omschrijft de status van de geleverde informatie dan ook als 'waarschijnlijk waar, maar niet gecontroleerd'. Welke die 'buitenlandse regering' mag zijn, valt dus al evenmin te achterhalen, hoewel het voor de hand ligt om bij een RPF-operatie te denken aan Uganda en/of de VS - of om lieden die beweerden in opdracht van deze regering(en) te werken. Hoe dan ook brengt het lek naar The National Post (wellicht afkomstig uit het bureau van de procureur bij het Rwanda-tribunaal) geen uitsluitsel over de aanslag. Nog altijd blijven meerdere hypothesen mogelijk, die alles te maken hebben met het begin 1994 in een impasse verzeilde vredesproces in Rwanda. Dat proces berustte op de akkoorden van Arusha, die aanstuurden op een machtsdeling tussen Hutu's en Tutsi's. Noch het RPF, noch de radicale kern van Hutu-extremisten, die inmiddels al volop de genocide voorbereidden, waren tuk op zo'n machtsdeling. Beide groepen hadden dus redenen om zich te ontdoen van Habyarimana, die onder zware - onder andere Belgische druk - uiteindelijk toch leek in te stemmen met een machtsdeling. Maar ook de gematigde Hutu's konden redenen hebben om Habyarimana uit de weg te ruimen, aangezien de genocide in zijn onmiddellijke omgeving en met zijn medeweten was voorbereid. Zeker is alleen: deze aanslag vormde de aanleiding voor de massale moordpartijen. Mocht het VN-document op waarheid berusten, dan brengt dat het RPF en dus het huidige regime in Kigali in grote problemen, aangezien het op die manier mee verantwoordelijkheid krijgt in de genocide. Tenslotte berust het krediet dat Kigali in de wereld geniet nog altijd op het trauma dat de massamoorden in het wankelmoedige wereldgeweten hebben nagelaten. Aan die goodwill wordt al een tijdje geknaagd. Het kleine Rwanda krijgt het verwijt zich al te arrogant te gedragen in zijn internationale optreden, onder meer door de feitelijke annexatie van een stuk van buurland Congo. De wreedheden die het RPF zou hebben begaan, krijgen steeds meer aandacht, ook vanwege het VN-tribunaal. Maar dat in dat spel van de internationale diplomatie, waarbij ook geheime diensten nooit ver uit de buurt zijn, ook graag valse sporen worden uitgezet, valt al evenmin uit te sluiten. Wie de schuld draagt voor de genocide van 1994, is met zekerheid bekend, dat waren de radicale Hutu's. Maar wie president Habyarimana uit de lucht heeft geschoten, blijft nog altijd een mysterie. Marc Reynebeau