In luttele weken moet het gebeuren. Een album dat niet meteen potten breekt, is vandaag vrijwel onmiddellijk verloren voor het nageslacht. De marketingmachine gaat sputteren en ruilt het dode gewicht voor het volgende snoepje. Waarna ook de bladen en de radio er hun handen van aftrekken en de artiest zich klinisch dood mag laten verklaren.
...

In luttele weken moet het gebeuren. Een album dat niet meteen potten breekt, is vandaag vrijwel onmiddellijk verloren voor het nageslacht. De marketingmachine gaat sputteren en ruilt het dode gewicht voor het volgende snoepje. Waarna ook de bladen en de radio er hun handen van aftrekken en de artiest zich klinisch dood mag laten verklaren. Nog niet zo lang geleden was opgroeien in het openbaar nog heel gewoon en had men het over platen die zich vastzetten op de ziel en langzaam doorsijpelden. Vandaag is morgen al onzeker en kan de kleinste horde een struikelblok zijn. Elk nieuw boekjaar in de popmuziek laat een steeds dikkere laag slib achter van platen die aan een slechte timing of een verkeerd gesternte zijn bezweken. Zo had het in 1999 best wat beter mogen lopen met de geëngageerde zwarte Amerikaanse artieste Meshell Ndegéocello die op haar derde album Bitter een odyssee onderneemt van Joni Mitchell naar Sly & The Family Stone. Of de heruitgebrachte harmonische gezangen uit de jaren zestig van Los Zafiros, die nauwelijks of niet konden profiteren van de Cubaanse rage. Of nog: Lifetime van Terry Callier, die terecht de John Coltrane van de folk wordt genoemd. Ook de meer modernen hebben het niet onder de markt. Het enige meesterstuk dat alsnog van de ondergang werd gered, is Play van Moby. Op zijn vierde album bedient de Amerikaanse alleseter zich van oude veldopnames uit de jaren twintig. Hij linkt die bestofte folk en blues met hiphop en techno en brengt het verleden over naar de toekomst. Play had maandenlang tijd nodig om het onbegrip te overwinnen, maar kan vandaag ineens zowel op familiezenders als op alternatieve radiostations. Of Cold water music van Aim zo'n rehabilitatie wordt gegund, is erg twijfelachtig. DJ/producer Andy Turner zit om te beginnen al op een klein label in het weinig in zwang zijnde Manchester. Een paar dansmagazines hoorden even iets modern-klassieks in zijn combinatie van soul, funk en hiphop, maar lieten Cold water music vervolgens verzuipen in de eindejaarsdrukte. Jammer, omdat mensen die Massive Attack of DJ Shadow waarderen zo de optie op enkele fijne luisteruren wordt ontzegd. Men zou Aim onder hoogwaardige triphop kunnen klasseren, maar dat is te gemakkelijk. Turner is een zoeker die originele geluiden met emotie nastreeft. Dat hij zelfs een harp pakkend laat klinken, mag als reclame volstaan. Jan Delvaux