De uitgaven voor de ambtenarenpensioenen stijgen pijlsnel. De vakbonden willen niet laten raken aan een aantal principes, maar zien een aanvullend pensioen wel zitten.

Er zijn 2,15 miljoen gepensioneerden. Een op de vijf blikt terug op een loopbaan als ambtenaar. De uitgaven voor de overheidspensioenen bedragen dit jaar ruim 7,6 miljard euro. Dat bedrag stijgt snel omdat bij de ambtenaren de vergrijzing nog meer toeslaat dan in de privé-sector. Dat is op zijn beurt een gevolg van de vele aanwervingen in de jaren zestig en zeventig door de overheid.

Maar CCOD-voorzitter Luc Hamelinck nuanceert. ‘De Studiecommissie voor de Vergrijzing heeft nieuwe prognoses over de uitgaven voor overheidspensioenen gemaakt. Tot 2010 zullen die niet stijgen, maar dalen met 0,2 procent van het bruto binnenlands product. En dat ondanks de toename van het aantal gepensioneerde ambtenaren’, aldus Hamelinck.

Is dat niet tegenstrijdig?

LUC HAMELINCK: Op het eerste gezicht wel, maar er is een uitleg voor. De oudste generatie van gepensioneerde ambtenaren heeft een langere loopbaan gehad en daardoor een hoger pensioen. Omdat niemand het eeuwige leven heeft, verdwijnen zij stilaan uit het stelsel. Tegelijkertijd hebben de nieuwere generaties vaak een gemengde loopbaan en daardoor daalt het gemiddelde ambtenarenpensioen. Die daling wordt maar voor een deel afgeremd door een stijging van het gemiddelde pensioenbedrag voor vrouwelijke ambtenaren.

De overheid kan de kosten perfect voorspellen. Die kunnen geen alibi zijn om te raken aan het principe dat een ambtenarenpensioen een uitgesteld loon is. Net daardoor gaan gepensioneerde ambtenaren er niet fors op achteruit. Dat willen we zo houden.

Een belangrijk mechanisme in de kostenstijging is de perequatie: als de wedden van ambtenaren stijgen, gaan de ambtenarenpensioenen in dezelfde mate de hoogte in.

HAMELINCK: De perequatie is een gevoelige kwestie en ik geef toe dat de ambtenarenbonden op dat vlak enigszins defensief reageren. Maar door de perequatie volgen de overheidspen-sioenen de stijging van de welvaart. Dat voorziet het Generatiepact nu toch ook voor de uitkeringen aan werknemers uit de privé-sector. De publieke sector geeft met andere woorden het goede voorbeeld. Waarom zouden we dat prin-cipe dan opgeven?

Minister van Pensioenen Bruno Tobback (SP.A) vindt nochtans dat de ambtenarenvakbonden op dit punt aan zet zijn. ‘De perequatie werkt averechts, de hoogste pensioenen profiteren er meer van dan de laagste’, zegt hij.

HAMELINCK: De omvang en de aard van de weddeverhogingen hebben ook een invloed. Door de Copernicushervorming bijvoorbeeld zijn de hogere federale ambtenaren er meer op vooruitgegaan dan hun collega’s op een lager niveau. Dat heeft gevolgen voor de pensioenen. De modaliteiten zouden dus misschien rechtvaardiger gemaakt kunnen worden.

Volgens Tobback is het ook onhoudbaar dat de gewesten en gemeenschappen aan hun ambtenaren hogere wedden toekennen, maar amper bijdragen voor de pensioenen van hun personeel. Die kosten zijn voor de federale overheid.

HAMELINCK: Dat is een politiek debat over financieringsstromen tussen verschillende overheidsniveaus. Daar staan de ambtenarenbonden buiten. Wij moeten geen overheidsbegrotingen maken.

Ook voor de lokale besturen worden de ambtenarenpensioenen een nijpend probleem.

HAMELINCK: De socialezekerheidsdienst van het overheidspersoneel legt aan de lokale besturen een pensioenbijdrage op van 20 procent van de loonmassa. Allicht zal dit nog stijgen. Dat schept extra problemen omdat het aantal statutaire ambtenaren alsmaar kleiner wordt en de lokale overheden zo al niet in een riante financiële situatie zitten.

Maar soms krijgen ze ook een opportuniteit. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (VLD) heeft in een recente rondzendbrief aan de steden en gemeenten terecht het advies gegeven een deel van de opbrengst van hun Electrabel-aandelen te gebruiken voor de aanleg van een pensioenreserve.

Bij de overheid werken intussen ongeveer 250.000 contractuele ambtenaren. Die hebben niet alleen minder promotiekansen. Ze krijgen ook maar een gewoon werknemerspensioen. Volgens een Bijzondere Commissie voor de Pensioenen van Lokale Besturen is een tweede pensioenpijler voor hen niet meer dan billijk.

HAMELINCK: In tegenstelling tot wat beweerd wordt, zijn de ambtenarenbonden niet tegen een aanvullend pensioen. Integendeel. Maar in plaats van dit voor elke gemeente of ieder ministerie apart te organiseren, zijn wij voorstander van grote sectorale pensioenfondsen voor de hele openbare sector. Op die manier krijg je een solidair en rechtvaardig systeem voor ambtenaren op lokaal, regionaal en federaal niveau.

Dat voorstel zit in onze eisenbundel voor een nieuw sociaal akkoord voor 2005-2006. Terwijl het overleg met premier Guy Verhofstadt (VLD) slecht verloopt, staat minister Tobback wel open voor onze suggestie. Mogelijk bereiken we met hem binnenkort hierover een akkoord.

Tot dan passen lokale besturen aan het pensioenprobleem van hun contractuele ambtenaren een mouw door hen net voor hun pensioen nog snel vast te benoemen.

HAMELINCK: Dat gebeurt geregeld, maar het is een oneigenlijk gebruik van het systeem. Een vaste benoeming op latere leeftijd betekent ook weinig pensioenbijdragen. Dit zet het stelsel van het ambtenarenpensioen nog meer onder druk. Daar is niemand mee gebaat. n

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content