Het is al vaak gezegd, we kunnen slechts een fractie kennen van alle muziek die ooit is geschreven. En dat is niet erg. We hebben het zo al druk genoeg met de muziek die wél voorhanden is. Maar als een platenfirma er haar politiek van maakt om toch onbekende muziek te laten horen, dan willen we wel eens luisteren. Eerst schoorvoetend. Want laten we eerlijk zijn, dikwijls is veel muziek terecht vergeten. Ze houdt vaak geen stand naast de absolute meesterwerken. Maar wie tevreden is met 'gewone' meesterwerken kan werkelijk ontdekkingen doen op het kleine Duitse label Classic Produktion Osnabrück, of cpo zoals het meestal wordt genoemd.
...

Het is al vaak gezegd, we kunnen slechts een fractie kennen van alle muziek die ooit is geschreven. En dat is niet erg. We hebben het zo al druk genoeg met de muziek die wél voorhanden is. Maar als een platenfirma er haar politiek van maakt om toch onbekende muziek te laten horen, dan willen we wel eens luisteren. Eerst schoorvoetend. Want laten we eerlijk zijn, dikwijls is veel muziek terecht vergeten. Ze houdt vaak geen stand naast de absolute meesterwerken. Maar wie tevreden is met 'gewone' meesterwerken kan werkelijk ontdekkingen doen op het kleine Duitse label Classic Produktion Osnabrück, of cpo zoals het meestal wordt genoemd.Die ontdekkingen kunnen van allerlei aard zijn. Cpo heeft de neiging om een beetje naast het rechte pad van de muziekgeschiedenis te gaan sprokkelen. Het documenteert de namen die in kleinere lettertjes in de muziekgeschiedenis staan. De vroeg-klassieke periode lijkt een onuitputtelijk onderzoeksterrein. De klassieke stijlperiode is de resultante van een hele ontwikkeling. Van twee zonen van Bach - Johann Christian en Carl Philipp Emmanuel - verschenen zo vorig jaar zeer interessante opnamen. Ze schreven tussen het laat-barokke idioom en het klassieke in; ze componeerden in een stijl die verder ging dan die van hun vader Johann Sebastian. De pianoconcerti van Johann Christian kunnen de vergelijking met de vroege concerti van Mozart rustig doorstaan. Even interessant zijn de indertijd bijzonder populaire symfonieën van Georg Christoph Wagneseil. Wagenseil vinden we nog terug in de muziekgeschiedenissen. Ignaz von Beecke daarentegen was slechts een voetnoot, voor de volledigheid. Zijn belangrijkste wapenfeit is dat hij ooit samen met Mozart een duet heeft mogen spelen. Maar wanneer we de strijkkwartetten van deze beroepsmilitair horen, dan lijkt het wel dat hij de muzikale smaak van Mozarts tijd dichter benadert dan Mozart zelf. Want Mozart kreeg het verwijt dat hij in zijn strijkkwartetten te moeilijk deed. De strijkkwartetten van Von Beecke zijn lichter op de hand; ze zijn elegant, vormvast en inventief. Vol goede smaak. Je moet ze gehoord hebben. Maar Mozart gaat net iets verder. Die is geniaal.NIEUWSGIERIGHEID PRIKKELENTerwijl de grote labels vechten om te overleven - winstcijfers zakken elk jaar dieper weg -, schijnt de crisis cpo niet te deren. Blijkbaar is het rendabel om op verkenning te gaan. Want het grote repertoire is al ontelbare keren herkauwd in alle mogelijke versies. Het onbekende repertoire prikkelt de nieuwsgierigheid van de muziekliefhebber. En daarbij komt het er niet zo op aan dat ster x of y die muziek presenteert. De avontuurlijke melomaan is meer geïnteresseerd in het wát dan in het hoe. Waarmee niet gezegd is dat cpo zich slordigheden veroorlooft. De blaasmuziek van Ludwig van Beethoven presenteren ze in een versie van het Consortium Classicum. De integrale van de strijkkwartetten van Schubert gaven ze in handen van het jonge competente strijkkwartet Auryn. (Auryn is de naam van het amulet uit het boek Unendlicher Geschichte van Michael Ende, dat aan zijn drager de intuïtie verschaft.) Bijzonder boeiend zijn de pianotrio's van Haydn. Een bekende componist, maar de pianotrio's zijn wellicht alleen voor de kenners interessant. Het Trio 1790 speelt deze muziek voor de betere amateur, vol vuur en avontuurlijk, op periode-instrumenten. Grote klasse. Nog een combinatie van grote namen en een vrij onbekend repertoire zijn de liedopnamen die cpo realiseert. Iris Vermillion nam Ludwig van Beethoven op. En zopas is een integrale van de liederen van Brahms gestart, met onder meer coryfeeën als Juliane Banse en Andreas Schmidt. Van Hans Pfitzner, een componist die vorig jaar is gevierd, kwamen alle liederen op cd, een première. De liederen en balladen van Carl Loewe, een tijdgenoot van Schubert, is al aan zijn twaalfde volume toe. Cpo mikt duidelijk op de veeleisende luisteraar die alles al lijkt te hebben gehoord en die nog moeilijk kan worden verrast. En toch wil dat nog wel eens lukken. Voor ons was een van de meest onverwachte opnamen die vorig jaar uitkwamen het avondvullend Deens ballet van ene Johann Peter Emilius Hartmann, Valkyrien, uit 1861. De Walkuren. Maar die van Hartmann hebben niets te maken met die van Wagner. Noch met diens muziek, noch met zijn verhaalstof. Niet echt grootse muziek. Maar wel het bewijs dat er buiten de platgetreden paden best interessante ontdekkingen kunnen worden gemaakt. Allemaal binnen één label.CPO wordt verdeeld door Baltic. 03/828.40.84.Lukas Huybrechts