Jonge politieke daklozen en de voorzitters van de VU- en Agalev-jongeren dromen in een Centrum voor Politieke Vernieuwing (CPV) van een flexibele projectpartij.
...

Jonge politieke daklozen en de voorzitters van de VU- en Agalev-jongeren dromen in een Centrum voor Politieke Vernieuwing (CPV) van een flexibele projectpartij.Het is een veelgehoorde klacht, ook van politici : jongeren zijn maatschappelijke nietsnutten die een ergerlijk nihilisme belijden, verknocht als ze zijn aan hun materiële hebben en houden. Van maatschappelijk engagement valt bij hen geen spoor te bekennen. Vijftien niet zo jonge jongeren willen zich niet neerleggen bij deze niet-bewezen onderstellingen. Volgens hen hebben jongeren wel maatschappelijke belangstelling, maar zijn de politieke partijen niet meer van deze tijd. De vijftien komen sinds december regelmatig samen in een statig huis aan de Leuvense Vlamingenstraat. In dat gebouw, ooit het gastenverblijf voor de pauselijke nuntius, huist nu het Centrum voor Politieke Vernieuwing (CPV). Deze geuzennaam verwijst naar het gelijknamige centrum dat destijds rond de VLD werd opgezet, maar niet meer bleek dan een liberale schminkkamer waar geelzwarte politici in geen tijd blauw werden gepoederd. Behalve politiek daklozen zoals wetenschappelijk medewerker Luc Pauwels (30, KUL), behoren ook Sigurd Vangermeersch (31, voorzitter van de Volksunie-jongeren) en Pieter Vandekerckhove (28, tot voor kort coördinator van de Agalev-jongeren) tot de stuwende krachten van het centrum. Zonder geld, maar met een boek, gesprekken met georganiseerde en niet-georganiseerde jongeren, ludieke debatten en samenwerking met al wie een eind mee wil, wil het CPV de dialoog met jong Vlaanderen aangaan. Want de oude partijen werken niet wervend. SIGURD VANGERMEERSCH : Vijf jaar ben ik nu actief binnen de Vujo. En al die tijd loop ik met vragen rond als : hoeveel mensen zouden er nog gaan stemmen, als ze niet meer moesten ? Telkens stel ik bij verkiezingen vast dat de democratische partij die het minst verliest, tot winnaar wordt uitgeroepen. En in alle cafégesprekken komen we steevast tot het besluit dat het erg gesteld is met de democratie en met de betrokkenheid van de mensen. Na de gebeurtenissen van het najaar en door de samenwerking met andere politieke jongerenpartijen, bleek dat veel politiek geëngageerde jongeren dicht bij elkaar stonden. Ook veel politiek daklozen zijn met dezelfde zaken bezig. Die stemmen zowel voor Bert Anciaux (VU) als voor Mieke Vogels (Agalev). LUC PAUWELS : Ik ben politiek dakloos, volg de politiek al jaren, en stuur af en toe een opiniestuk naar een krant. Na de Zwarte Zondag van 24 november 1991 schreef ik, uit de buik, een lange tekst over wat er volgens mij misliep. Ik stuurde een exemplaar naar telkens een man en een vrouw in elke partij, naar de pers en naar prominenten zoals Jaap Kruithof. Ik kreeg reacties van Frank Vandenbroucke (toen SP-voorzitter), Willy Kuijpers (VU) en van Agalev. En dan vindt Kruithof dat de jeugd onvoldoende interesse voor politiek heeft. Hij ervaart dat misschien zo in zijn ivoren toren. Maar de jeugd kan nergens terecht. Zelf bleef ik ook altijd aan de zijlijn. Achter geen enkele partij kon ik mij volledig zetten. Op de Witte Mars namen enkele vrienden het initiatief om maandelijks een brief aan minister van Justitie Stefaan De Clerck (CVP) te schrijven, om hem aan te porren. Bij de oprichting van dit centrum vond ik dat ik er voor moest gaan. Ging het om een hervorming van een bestaande partij, dan was ik niet gekomen. Er is niks mis met partijen, maar tegenwoordig zijn partijen een doel op zich. Veel politici zijn verslaafd aan de macht. Delen jullie die analyse ? VANGERMEERSCH : Bij pot en pint constateren Pieter en ik dat Agalev en VU nog amper verschillen. Maar omdat beide partijen in dezelfde electorale vijver vissen, worden de overgebleven verschillen telkens karikaturaal uitvergroot. Agalev wordt voorgesteld als een bende groene fundamentalisten, de VU als de voorbode van extreem nationalisme of nazisme. De verschillen worden gediaboliseerd, zoals destijds bij Guy Verhofstadt (VLD) gebeurde. PIETER VANDEKERCKHOVE : Partijen zijn niet mee met de realiteit. Die is niet in enkele grote ideologieën te vatten. Het bedrijfsleven paste zich wel aan de nieuwe tijden aan, splitste ondernemingen, bouwde netwerken uit, speelde flexibel in op reflexen van de consumenten of de maatschappij. Wie de zaken negatief benadert, zegt dat onze maatschappij versplinterd is. Wie er positief tegenaan kijkt, vindt dat er mondige burgers zijn opgestaan. Maar in geen van beide gevallen reageert de politiek voldoende flexibel op het politieke bewustzijn, dat dus wel aanwezig is. Als er toen honderdduizenden op straat kwamen, oversteeg dat het eigenbelang van die mensen. Partijen kunnen dat bewustzijn niet meer kanaliseren. Ik zou dat verhaal breder kunnen opentrekken. De overheid kan de maatschappij almaar minder maken. Kennisprocessen worden altijd belangrijker en de nieuwe informatietechnologie doet de geografische grenzen vervagen. Of je dat leuk vindt of niet, het is zo. VU en Agalev zijn kleinere partijen, waarin mensen wellicht vrijer functioneren dan in de traditionele partijen. Toch volstaat dat voor jullie niet. VANDEKERCKHOVE : De kiezers hebben niet de indruk dat VU en Agalev een antwoord bieden op de diepe malaise. Agalev wordt als een groene partij beschouwd, de VU als een communautaire partij die haar taak voor 95 procent vervuld heeft. Het klopt natuurlijk dat deze partijen inzake Nieuwe Politieke Cultuur veel verder staan dan de grote mastodonten, maar net die beeldvorming maakt het moeilijk om de kiezer daarvan te overtuigen. Wat houdt mensen vandaag bezig ? PAUWELS : Meer of minder democratie. Het Vlaams Blok geeft daarop een autoritair antwoord. Als we die en die groepen eruit gooien, zijn de problemen opgelost. Mensen moeten een alternatief krijgen. Een andere vraag is kennis. Mensen kunnen met de moderne technologieën een enorme voorsprong verwerven, maar wat doen we met wie achterop blijft ? Er is het milieuprobleem of, stomweg, het fileprobleem. De partijen zijn daar niet mee bezig. Waarom kan het parlement niet over de grenzen van meerderheid en oppositie samenwerken ? Wie ligt daarvan wakker ? PAUWELS : Niemand, tenzij dat de werking blokkeert. Louis Tobback (SP) vindt de krappe meerderheid in het Vlaams parlement, waar CVP en SP één stem over hebben, geen probleem. Want arbeiders moeten ook op hun werk zijn. Maar het gaat niet over aanwezigheid. Het gaat erom dat partijen alles aan hun parlementsleden dicteren, omdat anders de coalitie in gevaar is. Verhofstadt pleit nu ook voor wisselmeerderheden, maar de partijen zijn niet gemaakt voor wisselmeerderheden. De particratie blokkeert dat. Dat is ook een probleem van dit CPV : de aanwezigheid van politieke jongerenorganisaties houdt daklozen mogelijk op een afstand. We moeten misschien verder gaan. VANGERMEERSCH : Partijen kunnen niet soepel bewegen omdat ze, vanuit hun historische bestaansreden, omringd zijn door talloze instellingen zoals vakbonden, ziekenfondsen of middenstandsorganisaties. Die uitbouw maakt een alerte reactie op nieuwe thema's moeilijk. Wij merken dat zelfs bij VU en Agalev. Mensen met een nieuw thema worden afgeremd, omdat dat niet past bij de ontstaansgeschiedenis van de partij. VANDEKERCKHOVE : De tijden veranderen, en vele mensen zoeken zingeving voor hun bestaan en dat van de maatschappij. De oude groepsidentiteit waarvan de politieke partijen en, bijvoorbeeld, ook de vakbonden vertrekken, is voorbijgestreefd. Maar partijen verwachten nog altijd dat hun mandatarissen en hun leden als een legertje opdraven om de besluitvorming in goede banen te leiden. Die groepsidentiteit is een fictie, de mensen herkennen zich niet meer in die groepen, maar hebben elk een persoonlijk verhaal. De politicus moet openstaan voor die individuele verhalen en die verweven tot een maatschappijproject. Dan zullen er nog verschillende politieke strekkingen zijn, maar die zullen in de loop van de tijd wisselen. De zekerheden zijn weg. Wat kwam er in de plaats ? Angst ? VANDEKERCKHOVE : Angst, maar ook vrijheid. Mensen zijn bang over de toekomst van de arbeid. Maar de veranderende samenleving biedt ook enorme mogelijkheden. Kennisprocessen kunnen nieuwe vormen van economie doen ontstaan, die ook ecologisch interessant zijn. De kennismaatschappij werkt niet met die grote, vervuilende industrie en verslindt dus minder energie en grondstoffen. Over de voordelen van zo'n kennismaatschappij is niet iedereen bij Agalev het eens ? VANDEKERCKHOVE : Neen, zeker niet. En ook ik geloof niet dat technologie alle problemen oplost. Het gedrag moet worden veranderd, maar ik wil weg van dat moraliserend en betuttelend keurslijf waarin dat wordt verpakt. Mensen leren omgaan met veel vrijheid : dat is toch een prachtige uitdaging voor een progressief politicus ? Erich Fromm schreef al dat vrijheid mensen zo onzeker kan maken dat ze naar autoritaire oplossingen zoeken. Daarom moeten wij een inspirerend en democratisch verhaal brengen, en niet de nadruk leggen op doemscenario's. Zonder geloof in de toekomst grijpen de mensen naar één oplossing, de autoritaire. Hoe wil u met de burger communiceren ? VANDEKERCKHOVE : Wij onderschrijven wat de groep parlementsleden van VLD, Agalev en VU wil realiseren. Maar ook in het onderwijs moeten jongeren politieke en democratische technieken aanleren. U bent, zoals Verhofstadt, bezig met de technische werking van de democratie. Is het geen leuk project om de mensen ook uitzicht op werk te geven, of te streven naar onderwijs waarin kinderen van sociaal zwakke groepen of migranten echte kansen krijgen ? Welke pressiegroepen of adviesraden bij die besluitvorming zijn betrokken, zal de mensen misschien wel worst wezen. VANDEKERCKHOVE : Slechts één Belg op twee heeft vertrouwen in de democratie. De mensen denken op een stuurloos schip te zitten, hebben de idee dat de hele boel uit mekaar rammelt. Hoe kan een maatschappij aan ecologische, sociale en andere uitdagingen werken, als ze geen vertrouwen heeft in zichzelf en in de politiek ? PAUWELS : Uw vraag is terecht. We mogen niet aan navelstaarderij doen. Maar als het politieke instrument verbetert, stromen de vragen gemakkelijker door in de politiek. Zwitserland heeft een traditie van referendums. Met het fantastische resultaat dat vrouwen tot voor kort in sommige plaatsen geen stemrecht kregen. PAUWELS : (lacht) Ik voelde het aankomen. Maar als de meerderheid ervaart dat justitie vierkant draait, dan moeten politici niet als technocraten antwoorden dat de burgers er niks van kennen. Hetzelfde geldt voor de onveiligheid, of de werkloosheid. Veel mensen willen wellicht minder of minder stresserend werken. U wil de burgers en de partijen samenbrengen, op een ogenblik dat partijen geen kip mobiliseren. VANGERMEERSCH : Politici organiseren zich zoals zij het zien en gebruiken dat als alibi om niks te veranderen. Van : de mensen hebben geen interesse. Politici onderschatten de kiezer en ontlopen daardoor belangrijke debatten, bijvoorbeeld, over stemrecht voor migranten. VANDEKERCKHOVE : Mensen komen inderdaad minder naar partijvergaderingen, maar de krantenverkoop stijgt wel in deze periode van politieke affaires. Leve de schandalen. VANDEKERCKHOVE : Of leve het maatschappelijk debat. Niet elk gesprek bij de bakker gaat over de technische hervorming van justitie, maar de mensen willen verbetering. De grote conflicten tussen arbeid en kapitaal zijn voorbij. Mensen debatteren over de leeftijd waarop seks kan, of houden een serene witte optocht. Ze drukken collectief en vredelievend op het beleid. Politici verwijten hun kiezers dat ze onvoldoende maatschappelijk bewogen zijn. VANGERMEERSCH : De vrouwen van de vermoorde para's verwachten een eerlijk onderzoek, geen geld. Zij geloven nog in politiek. Maar veel politici hebben zelf een cynisch mensbeeld. Alsof mensen geen interesse hebben en slechts bestuurd willen worden. Dat leidt tot immobilisme, want waarom zouden politici zich met zulke ongeïnteresseerde burgers bezighouden ? Het beeld van de burgers die met hun pantoffels voor de televisie zitten, biedt politici een alibi om in hun ivoren toren te blijven. PAUWELS : De mensen verwijten dat ze te materialistisch zijn, is oneerlijk. De regeringen zijn zelf al tien jaar met niks anders bezig dan met geld, begrotingen en Maastrichtnormen. Als de mensen mogen kiezen tussen een goed functionerend gerecht en een iets hogere staatsschuld, ik zou weten wat te kiezen. Wat wil uw centrum bereiken ? Uiteindelijk groepeert u in de eerste plaats onafhankelijken, VU'ers en Agalev'ers. PAUWELS : Dit centrum moet daklozen en jongeren aantrekken. Als hieruit iets nieuws zou ontstaan, dan zou ik dat zeer goed vinden. Hoe zit het met de financiën ? VANGERMEERSCH : De schulden van de starthappening moeten nog worden verdeeld. Mocht dit centrum uitmonden in een partij, u zou daar niet van schrikken ? VANGERMEERSCH : We hebben geen verborgen agenda. het kan dat dit CPV ooit tegen de belangen van de VU ingaat, zoals iemand opmerkte in het VU-partijbestuur. Maar het is ook lang niet zeker of de VU in 2015 nog alleen opkomt. VANDEKERCKHOVE : In 2015 ? (lacht). VANGERMEERSCH : Een partij is geen doel. VANDEKERCKHOVE : Wij weten alleen dat de bestaande partijen het vertrouwen in de democratie niet kunnen herstellen en dat ze geen engagement van mensen uitlokken. Ik doe niet theatraal, maar bovenaan mijn politieke agenda staat het herstel van het vertrouwen in de democratie. Want terwijl de progressieve partijen liggen te kibbelen en zich tegen elkaar profileren, wordt extreem-rechts slapend rijk. Het CPV is een eerlijke zoektocht naar antwoorden op die democratische malaise. We weten niet waar we uitkomen, behalve dat we beweging willen in het politieke landschap. We willen een dialoog met jong Vlaanderen aangaan. VANGERMEERSCH : Ik ben Vlaams-nationalist, maar stel vast dat ik zeer kort bij het ecologisme van Pieter zit, en dat mijn Vlaams-nationale visie weinig daklozen afstoot. Dan moeten we toch eens nadenken. Als de samenleving permanent verandert, moeten partijen niet de pretentie van het eeuwig leven hebben. Luc Pauwels, op de vraag of dit tot een partij kan leiden, knikte u spontaan van ja. PAUWELS : Ik stel vast dat de meeste partijen goed gewerkt hebben. De socialisten voor de arbeiders, de VU voor het federalisme dat dertig jaar geleden werd verketterd, de CVP voor de katholieken met het schoolpact. Maar wat kunnen die partijen vandaag nog doen ? Volgens een wet van de organisatieleer zoeken ze nieuwe doelstellingen in de plaats van zich op te heffen. Partijen moeten, zoals in het bedrijfsleven, met task-forces werken die weer worden ontmanteld wanneer de opdracht is vervuld. Daarvoor is er een nieuwe organisatie nodig, want zelfs zwaargewichten als Verhofstadt, Johan Van Hecke (CVP) of Bert Anciaux slaagden er niet in nieuwe mensen aan te trekken. Een andere partij dringt zich op. U kan wel inspelen op waar mensen mee bezig zijn, en dat kan best iets anders zijn dan wat partijen nu doen. Maar er blijven altijd maatschappelijke tegenstellingen. Niet elke burger wil hetzelfde. VANDEKERCKHOVE : Partijen moeten de kiezer duidelijk maken dat er iets kan veranderen. Ik ben voor een platformpartij met politici die rond een aantal thema's samenwerken. Alleen het bestaan van zo'n flexibele politieke formatie zou al nieuw zijn. Het gaat niet uitsluitend om de wijze waarop aan politiek wordt gedaan, maar ook om een maatschappelijk project. VANGERMEERSCH : Ik ben realistisch. Wij zullen het verschil niet maken. Mensen die, zoals ik, politiek actief zijn, willen in de eerste plaats hun eigen partij een spiegel voorhouden, ze doen nadenken en loskomen van haar oude dada's. Het CPV moet ook politiek daklozen aantrekken. Tenslotte willen wij het debat over democratie en besluitvorming aanzwengelen. Maar ik heb geen scenario voor een nieuwe partij. PAUWELS : Wie nu in een partij zit, moet zijn bruggen verbranden. Zeggen dat de eigen partij niet deugt, is niet gemakkelijk. Maar de bestaande structuren zijn, zelfs hervormd, niet meer verkoopbaar. Mensen als Bert Anciaux en Jos Geysels (Agalev) kijken met sympathie naar uw centrum. Dat kan op twee zaken duiden : ze vrezen u niet, of ze hopen dat u doet wat zij niet kunnen. VANGERMEERSCH : Dit centrum is in het partijbestuur van de VU zeer sereen besproken. De meesten delen onze uitgangspunten, maar niet iedereen is het met ons eens. Ook de VU is een instelling, en er leeft de angst voor een tweede VLD-trauma. Niemand vindt dat ik dit niet mag doen en Bert staat sympathiek tegenover de idee. Maar als ik mij als Vlaams-nationalist niet meer herken in wat het CPV doet, stap ik op. VANDEKERCKHOVE : Het partijbestuur van Agalev steunt het CPV. Maar elke verandering stuit op tegenstand. Veel mensen danken hun macht immers aan de bestaande toestand. Velen vrezen ook voor de teloorgang van het groene gedachtengoed. Vandaar de tegenwind en de pleidooien om niet te hard van stapel te lopen. Maar ik betreur dat ook Agalev te veel terugvalt op het eigen gelijk. Werken er ook vrouwen mee aan uw politieke vernieuwing ? VANDEKERCKHOVE : Natuurlijk, maar we steken niet onder stoelen of banken dat dit een maatschappelijk probleem blijft. Er zijn te weinig vrouwen actief. Peter Renard Waar het Centrum voor Politieke Vernieuwing uitkomt, weten we niet. Van links naar rechts : Sigurd Vangermeersch (VU), Pieter Vandekerckhove (Agalev) en Luc Pauwels (dakloos).