De huurlingen kunnen in Oost-Zaïre het verschil niet maken. De rebellen rukken onstuitbaar op. De mensen willen Kabila.
...

De huurlingen kunnen in Oost-Zaïre het verschil niet maken. De rebellen rukken onstuitbaar op. De mensen willen Kabila.De huurlingen in Zaïre zijn er erg aan toe. De mythe rond hun beroep krijgt stevige klappen. Het Zaïre van vandaag is ook voor huurlingen niet langer het Kongo van vroeger. Ongeveer tweehonderd jonge Serviërs, onder leiding van een 35-jarige Bosnische oorlogscrimineel die nog nooit een voet in Afrika had gezet, zijn gelegerd in een groot tentenkamp aan de rand van Kisangani, de derde stad van Zaïre die als een bolwerk wordt versterkt tegen de opmars van de rebellen van Laurent Kabila. Een deel van de Serviërs draagt uniformen die zijn gestolen van blauwhelmen in Bosnië ze deden niet eens de moeite de VN-insignes van de mouwen te halen. Een nog groter aantal van hen is voorlopig uitgeschakeld voor de strijd : geveld door dysenterie en malaria. Er bevinden zich amper zwarten in de rangen van de Serviërs, die zelf hun weg in het gebied niet kennen en geen duidelijke orders ontvangen. Ze lopen verloren in de Afrikaanse chaos. De Belgische huurlingenleider Christian Tavernier zou uit het oorlogsgebied verdwenen zijn. Tavernier staat aan het hoofd van een veertigtal ?instructeurs? : onder meer Belgische en Franse huurlingen uit de goede oude tijd, die dus wel terreinervaring in Afrika hebben, maar niet langer de fysieke conditie en het moreel om afdoende weerstand te bieden tegen de rebellen. In de strijd om het plaatsje Watsa konden de huurlingen, die er toevallig aanwezig waren, het verschil niet maken. Elders volgden ze de Zaïrezen in hun overhaaste vlucht. Taverniers groep opereerde voor zover er van operaties sprake was totaal onafhankelijk van de Serviërs. Niemand weet waarom de twee groepen huurlingen niet samen werden gebracht. Ook Tavernier ontving nooit duidelijke orders. Zijn grootste bekommernis zou momenteel zijn dat het geld voor de betaling van zijn manschappen verdwenen is. Hij zou nu meer op zoek zijn naar de Zaïrezen die er met zijn geld vandoor gingen dan naar de rebellen tegen wie hij verondersteld werd te vechten. Taverniers groep zou ingehuurd zijn met geld uit het fortuin van president Mobutu Sese Seko zelf, geld dat hem via de vroegere chef van de Zaïrese veiligheidsdienst, generaal Seti Yale, zou zijn overgemaakt. Seti prijkt als de nummer 1 op een ?dodenlijst? van Kabila, die in de Zaïrese hoofdstad Kinshasa circuleert. Mobutu zelf staat amper op de 13de plaats. ?Een kleine pesterij van de rebellenleider,? lachen de Zaïrezen die deze grap duidelijk weten te waarderen. DRIE REBELLEN OP EEN MOTORFIETSDe logistiek van het Zaïrese leger in Kisangani is een ramp. De brandstof moet met emmers gegoten worden in de weinige helikopters die nog operationeel zijn. Een man staat op een leeg olievat, krijgt een emmer brandstof aangereikt van een man op de grond, probeert die zo goed en zo kwaad mogelijk in de tank te gieten en geeft de emmer vervolgens terug voor de volgende geut. Een proces dat per tankbeurt een uur of zes in beslag zou nemen. Er bestaat geen enkele vorm van coördinatie of communicatie meer. Het Zaïrese opperbevel weet niet wat zijn eigen troepen uitspoken. Om te weten hoe de toestand aan het front is, moeten de commandanten ter plekke gaan kijken. Iets wat ze wel zullen laten, want een frontlijn is gevaarlijk. Dus modderen de manschappen maar wat aan, tot ze de indruk krijgen dat de rebellen naderen en ze plunderend op de vlucht slaan. ?Dit is een merkwaardige oorlog,? zegt een waarnemer in Kisangani. ?Er wordt bijna niet gevochten. Voor zo ver bekend, is Watsa het enige plaatsje geweest waar effectief slag is geleverd. Er zijn dorpjes veroverd door drie rebellen op één motorfiets met één geweer en twee speren. Als de Zaïrezen denken dat de rebellen op komst zijn, slaan ze op de vlucht. Als ze niet meer weg kunnen, lopen ze over. Daarom gaat de opmars van de rebellen zo snel. De oorlog is ook merkwaardig omdat we niet de indruk hebben dat de rebellen de gebieden die ze veroveren ook echt bezetten. Zo kan Kabila met relatief weinig soldaten toch een groot gebied controleren. Tussen de diverse frontlijnzones en de uitvalsregio in het verre oosten opereren uitsluitend kleine groepen, die onder meer jacht maken op verspreide Rwandese vluchtelingen.? ?Kabila on t'attend? staat in Kisangani in grote letters op de muren gekalkt. Het is relatief rustig in de stad, hoewel de sfeer gespannen is. Om zes uur gaat een avondklok in, die strikt wordt nageleefd, want 's nachts wordt er soms geschoten. Het gaat daarbij meestal om lokale soldaten van het regeringsleger die in de clinch moeten met vluchtende en plunderende Zaïrese soldaten uit de Kivustreek. Er zijn nog dertig Belgen in de stad, van wie de helft paters en zusters. Een Belgisch handelaar beschrijft de sfeer als ?minder angstaanjagend dan in de tijd van de Simba's.? Hij verwacht niet dat de weinige blanken die achterbleven om hun bezittingen te beschermen op dezelfde manier geviseerd zullen worden als tijdens de rebellieën van de jaren zestig. Kisangani is niet alleen een bolwerk, maar ook een rattenval. Via de lucht worden voortdurend soldaten en munitie aangevoerd, maar het is niet duidelijk hoe die zullen worden ingezet. Op de invalswegen naar de stad zijn geen loopgraven aangelegd, of bunkers of andere verdedigingsconstructies opgetrokken. Er worden gewoon soldaten ingevlogen met vaak oude toestellen van kleine privé-luchtvaartmaatschappijen die werden opgevorderd voor de oorlog. Er ligt geen enkele boot die naam waardig in Kisangani. Hoewel de rivier de enige echte uitweg zou zijn voor de soldaten, mochten ze worden aangevallen. Dus wordt verwacht dat ook hier de weerstand gering zal zijn. De rebellen beweren voortdurend dat ze de stad binnen bereik hebben en snel zullen aanvallen. Maar ervaren waarnemers vermoeden dat dit afleidingsmanoeuvers zijn. Kabila heeft ook al ettelijke ultimata tegen het ruimschoots van wapens en munitie voorziene Rwandese vluchtelingenkamp van Tingi-Tingi laten passeren. Ondertussen rukt hij in het noorden steeds verder op in de richting van Gbadolite, de geboorteplaats van president Mobutu, die op sterven na dood zou zijn. Een Belgisch zakenman die hem vorige week bezocht, zei dat de president vel over het been is en amper vijf minuten geconcentreerd kan luisteren. Mobutu liet zich ondertussen weer naar Zuid-Frankrijk afvoeren, waarschijnlijk definitief. DE EXPLOITATIE IS BEGONNENIn het zuiden stoot Kabila bijna ongemerkt door naar Lubumbashi, de tweede stad van Zaïre, waar de spanning te snijden zou zijn. Hij zou momenteel een goed doordachte omtrekkende beweging om het stadje Moba aan het Tanganyikameer maken, waarmee hij echt op de weg naar Lubumbashi zou terechtkomen. Geruchten willen dat er afspraken over een overgave worden voorbereid. Kabila en de gouverneur van Lubumbashi zouden uit hetzelfde dorp stammen. In Afrika is zoiets belangrijk. De rebellen zouden ook om Kindu trekken, een stadje met een bruikbaar vliegveld ten zuiden van Kisangani, en zouden boven Kisangani een speerpuntbeweging richting Zaïrestroom maken, zodat ze de stad helemaal kunnen afsluiten. Ten westen is er namelijk niets dan ondoordringbaar regenwoud. ?Kisangani zal als een rotte vrucht in de handen van de rebellen vallen,? besluit een waarnemer. De stad Bukavu, helemaal in het oosten, is relatief rustig gebleven na de luchtaanvallen van het Zaïrese leger die er een tiental burgers doodden. In de stad zouden, vanuit Rwanda, discreet Amerikaanse en Canadese prospecteurs binnensijpelen. Begin de jaren zeventig werden in de regio grote velden olie en gas ontdekt, maar er werd nooit met de exploitatie begonnen omdat die te duur zou zijn geweest. Door de veranderingen in de markt en de verbeteringen van de logistieke mogelijkheden na de inval van de rebellen zou de ontginning nu wel lucratief kunnen zijn. Tot in Kinshasa worden Belgische en andere buitenlandse experts benaderd om voor rekening van Amerikaanse bedrijven, via een tussenstop in Londen, als consultant naar Bukavu te trekken. De exploitatie van de regio is begonnen nog voor de oorlog afgelopen is. ?Wie zich afvraagt van waar al die mooie uniformen van de rebellen komen, moet maar eens naar de chique Club L'Orchid in Bukavu trekken,? zegt een Belgisch zakenman. Sommige buitenlanders in Kinshasa maken er zich al zorgen om dat de grote veranderingen, die nieuwe zaken mogelijk zouden maken, niet tot de Zaïrese hoofdstad zullen doordringen. Maar ook in Kinshasa klinkt de roep om ?president Kabila? steeds luider. Een tuinman die zijn vrouw in het binnenland wou gaan bezoeken, blijft in de stad, want hij wil de intrede van Kabila voor geen geld missen. Mobutu kon het verschil niet maken en heeft afgedaan. De luchtaanvallen op Bukavu werden in Kinshasa verkocht als een goed geplande moordaanslag op Kabila, die zich voor een parade op de getroffen markt zou hebben moeten bevinden. De kranten hadden het over de almacht van het Zaïrese leger in de lucht. Maar de bevolking loopt daar niet meer in. ?Mobutu denkt dat hij met wat frappes chirurgicales de oorlog kan winnen,? smaalt een verkoper. ?Maar hij slaat als een zieke hond op de vlucht.? Het leven in Kinshasa gaat rustig zijn gang. Het leger is al twee maanden na elkaar betaald en wel met de oude biljetten van 50.000 nieuwe Zaïre, zodat rellen uitbleven. De regering van premier Kengo wa Dondo wil het volk geen kans geven om in opstand te komen. ?Het volk zal de minste vonk gebruiken om te rebelleren,? meent een Belgisch inwoner van Kinshasa. ?De kans is groot dat Kabila Kinshasa en de rest van Zaïre zo in handen zal krijgen. De mensen hebben geen greintje vertrouwen meer in het regime dat hen zo lang heeft uitgebuit. Ze herinneren zich nog dat de eerste tien jaren na de machtsovername door Mobutu een zegen waren. Ze hopen dat onder het bewind van Kabila hetzelfde zal gebeuren. Wij geloven dat het mogelijk is dat de machtsovername in Zaïre zonder al te zware strijd afgerond zal kunnen worden.? Dirk Draulans Militaire oefening in het rebellenleger : chef Laurent Kabila is aan de winnende hand.