De beelden staren je niet zozeer aan, ze kijken meer naar binnen. En ze glimlachen, met begrip. Het zijn vreemde sculpturen, snel in hout gehakt op de rand van het abstracte. Ze zijn groot, uit een boom gehaald, maar ook klein, uit splinters en snippers, uit afval, gesneden na de bouw van een tempel, een schrijn: hout was hout, hier werd niet neergekeken op minderwaardig materiaal. En ook niet op mensen. Iedereen kan boeddha worden.
...

De beelden staren je niet zozeer aan, ze kijken meer naar binnen. En ze glimlachen, met begrip. Het zijn vreemde sculpturen, snel in hout gehakt op de rand van het abstracte. Ze zijn groot, uit een boom gehaald, maar ook klein, uit splinters en snippers, uit afval, gesneden na de bouw van een tempel, een schrijn: hout was hout, hier werd niet neergekeken op minderwaardig materiaal. En ook niet op mensen. Iedereen kan boeddha worden. De gedreven beeldhouwer was Enku. Hij leefde van 1632 tot 1695 op verschillende plaatsen in Japan, een verre tijdgenoot van Antoon van Dyck - een slechte vergelijking want ze doet denken aan establishment en perfectie in het hart van een aanvaarde canon, en dààr ging het bij Enku nu precies niet om. Op de tentoonstelling in het Etnografisch Museum van Antwerpen is dat trouwens duidelijk genoeg: de tegenstelling tussen de aristocratische meester van het portret en de zeventig boerenbeelden die hier te zien zijn, kon niet groter. Dat maakt het schouwspel trouwens ook zo fris, want de tegenstelling geldt ook in Japan, in de tijd van Edo en het Tokugawa-tijdperk. De beelden van Enku zijn nu eenmaal niet wat je verwacht in een expositie van boeddhistische kunst, die vaak terecht geassocieerd wordt met heel geformaliseerd, aan tal van regels en rituele formules gehoorzamend werk, waar het genie van de kunstenaar echt niet veel kansen krijgt om naar buiten te komen (des te oogverblindender is het resultaat als die zeldzame kans met succes gegrepen wordt). Tegelijk zijn ze door hun eenvoud en hun vriendelijkheid misschien wel toegankelijker voor de vreemdeling dan klassieke boeddhistische kunst: het formalistische is bij de snel werkende Enku vervangen door expressie, wat op het oog zeer westers werkt, maar eigenlijk ook diepe wortels heeft in de Japanse kunst - meer bepaald dan de kunst van het "zenboeddhisme". De beelden van Enku, zegt conservator Jan van Alphen, zijn eigenlijk gebruiksvoorwerpen die door niemand als kunst werden beschouwd. Enku zelf komt niet of nauwelijks in de overzichten van Japanse kunst voor - ook niet in de Japanse boeken zelf. Hij was een zwervende asceet-monnik van een nogal speciale sekte die het maken van beelden van de Boeddha als een godvruchtige activiteit beschouwde, en hij had zich zelf tot taak gesteld 120.000 beelden te maken - op zijn eigen eenvoudige manier van woeste, zonderlinge, zwervende monnik, met zijn kapmes hakkend in het hout. Hoeveel heeft hij er in werkelijkheid gemaakt? Totnogtoe zijn er een zesduizendtal van teruggevonden, maar het zoeken is eigenlijk nog niet zo lang bezig en het vinden duurt nog voort. Al weet men dat er in tempelbranden honderden van zijn beeldjes verbrand zijn - niemand weet hoeveel er nog op zolders of onder plankenvloeren wachten. Tegelijkertijd weet men heel goed dat deze beelden "Enku's" zijn, en worden ze zorgvuldig bewaard in de tempels, schrijnen en kapellen waar hij ze vaak oorspronkelijk gemaakt had. Van Alphen is, eens dat het redelijk waanzinnige idee van de Enku-tentoonstelling in zijn hoofd had plaatsgevat, twee keer Japan rond gemoeten om, van klooster naar tempel, stuk voor stuk de beelden te gaan losweken, voor een bruikleen van een paar maanden, en meer dan één beeld heeft hij niet gekregen. Maar veel beelden heeft hij wèl meegekregen, en dàt al maakt deze tentoonstelling uniek en, zoals het ernaar uitziet, eenmalig: het is de eerste keer in de geschiedenis dat zeventig Enku-beelden Japan verlaten, en wellicht is het ook de laatste keer. Zelfs in Japan is het niet evident dat de tempelbewaarders hun beelden nog eens voor langere tijd zouden afstaan om samen in een tentoonstelling te staan. Want misschien was het dan geen kunst, maar ondertussen stelt men er wel prijs op. Enku heeft geen navolgers gehad in de beeldhouwkunst in Japan, maar zijn meesterschap heeft zeker gewogen op wat na hem kwam. Het boeddhisme van de sjamanen op de berg is misschien onbekend bij ons, maar uiteindelijk is dat ons probleem."Enku, tijdloze beelden uit 17de-eeuws Japan", Etnografisch museum, Suikerrui 19, Antwerpen, t/m 29/8/99 alle dagen van 10 tot 18 uur, gesloten op maandag.Sus van Elzen