Ze worden GPS-jammers genoemd en kosten maar een paar honderd dollar. Het gaat om goedkope stoorzendertjes, waarvan de Amerikanen er nu zes hebben opgespoord en uitgeschakeld. Omdat ze zo gevaarlijk zijn?
...

Ze worden GPS-jammers genoemd en kosten maar een paar honderd dollar. Het gaat om goedkope stoorzendertjes, waarvan de Amerikanen er nu zes hebben opgespoord en uitgeschakeld. Omdat ze zo gevaarlijk zijn? Die GPS-jammers doen wat hun naam zegt: ze blokkeren de signalen van het Global Positioning System, een netwerk van 27 satellieten waarmee de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk niet alleen hun raketten, maar ook hun soldaten en hun vliegtuigen correct kunnen sturen. Als die stoorzenders echt werken, dan kunnen de coalitietroepen niet meer vertrouwen op de GPS-gegevens en is de hele logistiek geraakt. Nog vóór de oorlog losbarstte, waarschuwde de Amerikaanse expert James Zumwalt dat die GPS-jammers kruisraketten konden uitschakelen. Onzin, werpt het hoofd van het GPS-project Douglas Loverro op. De Amerikaanse luchtmachtkolonel is formeel: stoorzenders die een 'GPS-gestuurde raket helemaal kunnen afleiden' bestaan niet. Theoretisch is een GPS-jammer - zoals de Russische firma Awiakonwersija die op de markt brengt - in staat om de satellietsignalen in een omschreven cirkel van 200 kilometer te storen. En dat wil zeggen dat navigatiesystemen, zoals die in auto's of zeilboten zitten, tilt slaan. Maar de GPS-satellieten zenden verschillende signalen uit. De C/A-code is bestemd voor burgerlijk gebruik en laat toe een positie tot op vijf meter nauwkeurig te bepalen. De P-code is zuiver militair en heeft het voordeel dat een positie op één meter nauwkeurig kan worden bepaald. De militaire code is niet alleen preciezer, ze is ook moeilijker te blokkeren. Ze is - zegt Loverro - 'zo'n duizend keer resistenter tegen storingen' dan de civiele code. En bovendien werken GPS-jammers maar in een cirkel van enkele kilometers. Alleen daar zou de precisie van GPS-gestuurde projectielen worden beïnvloed. En dan nog. De Amerikaanse raketten zijn niet alleen GPS-gestuurd. Ze beschikken ook over een Inertie Navigatie Systeem (INS). Voor het afvuren van een gestuurd projectiel wordt een referentiepositie ingegeven, elke verandering van die positie wordt door het INS herkend, waarna het systeem een nieuwe positie berekent. Weliswaar is INS niet zo nauwkeurig als de GPS-berekening, maar het systeem heeft een groot voordeel: het kan niet worden gestoord. Conclusie: zelfs als een stoorzender het GPS-signaal afblokt, dan blijft het INS intact en wordt de raket toch naar haar doel geleid. Als het gaat om een aanval op militaire doelwitten, is een kleine afwijking amper van belang. Maar bij bombardementen op een stad kunnen enkele meters bepalen of een lanceerplatform of een woonhuis geraakt wordt.