Wat krijg je als een al lang gepensioneerd hoogleraar die veel tijd heeft gehad om na te denken over hoe hij de aandacht zou kunnen trekken en een journalist die bijna op brugpensioen moest, de koppen samen steken? Een kop op de voorpagina van een krant: ZURE REGEN BESTAAT NIET.
...

Wat krijg je als een al lang gepensioneerd hoogleraar die veel tijd heeft gehad om na te denken over hoe hij de aandacht zou kunnen trekken en een journalist die bijna op brugpensioen moest, de koppen samen steken? Een kop op de voorpagina van een krant: ZURE REGEN BESTAAT NIET. Uit het bericht bleek niet alleen dat zure regen een fabeltje was, maar ook dat bossen in Vlaanderen een voor de mens schadelijke bron van nitraatvervuiling zijn. Om het nog interessanter te maken lanceerden beide verlichte denkers ook de stelling dat compost een grote bron van nitraat is. Drie wetenschappelijke wereldprimeurs op een hoop. De Standaard zal blij geweest zijn dat ze de maker van het verhaal nog in huis had. Milieuverenigingen reageerden onthutst, counterden de gepresenteerde verhalen met gepubliceerde informatie en besloten dat 'wetenschappelijk ongefundeerde en niet-geverifieerde uitspraken het al aangetaste maatschappelijke en politieke draagvlak voor milieubeleid verder ondergraven'. Opvallend was dat ook de wetenschappelijke wereld furieus reageerde, vooral het Laboratorium voor Bosbouw van de Universiteit Gent dat de studie over zure regen coördineerde. Volledig uit de lucht gegrepen, absoluut fout, raakt kant noch wal... De (echte) wetenschappers verborgen hun boosheid om zoveel onzin niet. Hun reactie had drie titels: zure regen bestaat wel, bossen produceren geen nitraat, compost veroorzaakt geen nitraatvervuiling. De regen in Vlaanderen (en elders in Europa) druipt van de verzurende stoffen, voornamelijk afkomstig van landbouw, verkeer en industrie. Bossen zijn géén natuurlijke producenten van nitraat: het nitraat dat uit bossen spoelt is afkomstig van de intensieve veeteelt - natuurlijke bosecosystemen houden zelfs nitraat vast. Ook de stelling over compost werd als 'wetenschappelijke nonsens' afgedaan. Een dag na de publicatie van zijn wereldnieuws nam De Standaard zijn bocht. Debat over zure regen barst los, was nu de kop - ergens op de binnenbladzijden - van dezelfde journalist. Om zich uit de nesten te werken, moest hij zelfs de stilaan klassiek wordende dichotomie tussen believers en disbelievers opvoeren, hoewel in dit geval hij en zijn kompaan in ruste de enige believers waren. Het enige interessante debat dat dit bericht opwoelde, was de vraag hoe zoveel onzin op de voorpagina van een kwaliteitskrant kon terechtko- men. Het artikel is koren op de molen van lobbygroepen die de strijd tegen milieuvervuiling als overbodig afdoen. De journalist in kwestie staat erom bekend vooral oog te hebben voor landbouwbelangen. De boeren namen de stelling dat niet zij de bodem vervuilen, maar de bossen, maar al te graag over. Nog later publiceerde De Standaard een soort rechtzetting van het verhaal. Geschreven door een wetenschapsjournalist op pagina 35. Helaas zullen vele mensen alleen de kop van het eerste artikel op de voorpagina onthouden. Beeldvorming kan simpel zijn. Dirk Draulans