Als travestiet in een Iers katholiek dorp leven is geen lolletje. Op een paar vrienden na met wie hij de meest "kakkineuze onzin" uithaalt, wordt Patrick Braden, alias Poesje, door iedereen scheef bekeken of uitgelachen. In het hippe Londen van de jaren zeventig hoopt hij soelaas te vinden. Na een paar relaties met mannen die zijn zucht naar glitter en glinster kunnen stillen, moet hij gaan tippelen. Ook andere landgenoten spoelen in die gore onderwereld aan, IRA-leden inclusief. Reeds in zijn dorp brach...

Als travestiet in een Iers katholiek dorp leven is geen lolletje. Op een paar vrienden na met wie hij de meest "kakkineuze onzin" uithaalt, wordt Patrick Braden, alias Poesje, door iedereen scheef bekeken of uitgelachen. In het hippe Londen van de jaren zeventig hoopt hij soelaas te vinden. Na een paar relaties met mannen die zijn zucht naar glitter en glinster kunnen stillen, moet hij gaan tippelen. Ook andere landgenoten spoelen in die gore onderwereld aan, IRA-leden inclusief. Reeds in zijn dorp brachten ze hem door hun blind geweld aan het huiveren. Nu wordt hij na een bomaanslag op een disco-pub waar hij toevallig aan het flirten was, door de politie als hoofdverdachte in de cel gestopt. De psychiater die hem behandelt, raadt hem aan zijn leven neer te pennen en zo krijgt men De lotgevallen van Patrick Braden te lezen, een levensverhaal dat in Patrick McCabes nieuwe roman Ontbijt op Pluto is ingebed. McCabe is ijzersterk in zijn toonvariaties. De sappige, soms hilarische passages in de ik-vorm wisselen af met idyllisch getekende huisscènes en sec beschreven moordtaferelen in de hij-vorm. Die modulatie geeft perfect Poesjes zielenroerselen weer. Achter zijn behaagzucht gaat een verlangen naar "pure liefde" en naar een normaal gezinsleven schuil. Als kind bleef hij hiervan gespeend. Zijn moeder heeft hij nooit gekend: als jong meisje werd ze verkracht door een pastoor die haar dwong het kind af te staan aan een drankzuchtige vrouw. De liefdevolle gezinstaferelen zijn gefantaseerd. De bomaanslagen zijn dat niet. Ze maken deel uit van een werkelijkheid waarmee Poesje willens nillens wordt geconfronteerd. McCabes vlijmscherpe kritiek op de Ierse samenleving richt zich vooral tegen de mannen: tegen een schijnheilige katholieke priester, tegen getrouwde mannen die veertienjarige meisjes met een kind schoppen en zodra ze hun gerief hebben gehad geen zier meer geven om moeder of baby. "Het leven is zuiver! Kostbaar! Je moest het koesteren", zegt Poesje. Mooie maar loze woorden zijn dit, als het godsdienstige fanatisme toeslaat en een man al wordt vermoord omdat hij met "zijn paapse pik het gif van Rome in de onbevlekte vagina van een godvrezende protestantse dame" heeft gespoten. In dit bestaan is Poesje een outcast niet enkel om zijn seksuele geaardheid, maar ook om zijn romantische verlangen naar een andere wereld waar leven en liefde van zulke gewelddadige machospelletjes gezuiverd zijn. Geen wonder dat hij van een ontbijt op Pluto droomt.Patrick McCabe, "Ontbijt op Pluto", Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 207 blz., 800 fr.Agnes Van Emelen