Paradoxaler kan bijna niet: de ene avond ontvangt Sigiswald Kuijken uit handen van minister van Cultuur Bert Anciaux (SP.A) de bijzonder prestigieuze prijs voor Algemene Culturele Verdiensten, en de ochtend nadien krijgt hij een brief van de Adviescommissie van dezelfde minister die zijn ensemble La Petite Bande de grond inboort. Daarmee is in elk geval bewezen dat Anciaux zelfs geen schijn van partijdigheid vertoont ten opzichte van zijn commissie, of het moest zijn dat hij zeer onhandig warm en koud tegelijk wou blazen.
...

Paradoxaler kan bijna niet: de ene avond ontvangt Sigiswald Kuijken uit handen van minister van Cultuur Bert Anciaux (SP.A) de bijzonder prestigieuze prijs voor Algemene Culturele Verdiensten, en de ochtend nadien krijgt hij een brief van de Adviescommissie van dezelfde minister die zijn ensemble La Petite Bande de grond inboort. Daarmee is in elk geval bewezen dat Anciaux zelfs geen schijn van partijdigheid vertoont ten opzichte van zijn commissie, of het moest zijn dat hij zeer onhandig warm en koud tegelijk wou blazen. Een meerderheid van de Adviescommissie stelt een fikse daling van de subsidies voor als voorbereiding op een zacht einde, een minderheid is zelfs van mening 'dat het weinig zin heeft om nog langer middelen te besteden aan een ensemble dat geen toekomst meer heeft'. Laten we hopen dat de commissie een stevige en gedetailleerde artistieke argumentatie heeft voor dat advies. Want een Vlaams ensemble met een internationale reputatie als La Petite Bande van de kaart vegen (dat is wat de commissie onomwonden zegt) op eender welke andere basis zou getuigen van een enggeestigheid die doet denken aan de ergste tijden van het communisme. Nog volgens de Adviescommissie zou La Petite Bande niet vernieuwend genoeg meer zijn - allicht in tegenstelling tot andere, jongere ensembles. Laat 'vernieuwing' in het kader van barokmuziek nu net een groot twistpunt zijn. Voor de één is vernieuwen naar buiten komen met verrassende uitvoeringen en spectaculaire ensceneringen, voor de ander is het juist doorgaan op het pad van de authenticiteit, met innoverend onderzoek, nog beter gedocumenteerde instrumenten en speeltechnieken enzovoort. Beide benaderingen hebben hun rechten, maar ook hun excessen. Van beide extremen hebben we de voorbije jaren voorbeelden gezien. Het is hoe dan ook maar de vraag of je vernieuwing zonder meer als objectief argument kunt gebruiken voor de barokmuziek. Wat altijd weer stoort in die adviezen is het pure machtsdenken dat er voortdurend uitsijpelt. Er moet gehakt en veroordeeld worden - de formulering hierboven laat bijvoorbeeld geen twijfel, La Petite Bande is afgeschreven, welke inspanningen er ook worden geleverd. De Adviescommissie heeft zelfs commentaar op de manier waarop de lonen binnen het ensemble worden verdeeld, ook al heeft de financiële commissie die dat deel onder de loep neemt er geen enkel probleem mee. Dat valt niet bepaald onder de sterke artistieke argumenten waarover ik het hierboven had. Dat neerbuigende toontje is enkel mogelijk omdat in de sector van de klassieke muziek zowat iedereen bestaat of verdwijnt bij gratie van de subsidies. Daar is maar één goed antwoord op, dat in de ons omringende landen ook effectief blijkt te werken: gedeeltelijke privésponsoring. Politiek vraagt dat om een grondige bezinning, want de overheid kan hier een veel sterkere rol spelen dan vandaag. Maar ook uitvoerders en ensembles moeten anders leren denken, gericht op een sterk imago. Absolute topkwaliteit is op dat vlak in elk geval de beste basis. door Peter Vandeweerdt