Op 25 april 1943 werd generaal Kurt von Hammerstein (1878-1943) op het familiekerkhof in Steinhorst begraven. De familieleden hadden ervoor gezorgd dat Hitlers krans zonder lint of hakenkruis werd neergelegd. Ook als chef van de legerleiding had Hammerstein zijn afkeer voor Hitler en de nazi's nooit verborgen. Hij nam eind december 1933 ontslag nadat Hitler in februari van datzelfde jaar zijn plannen voor een wereldoorlog had bekendgemaakt in een geheime rede voor de Duitse generaals. De Duitse schrijver en essayist Hans Magnus Enzensberger (°1929) dook in de archieven en reconstrueerde in zijn boek De eigenzinnigheid van Hammerstein het leven van de eigengereide generaal. Knack sprak met Enzensberger in zijn woning in München.
...

Op 25 april 1943 werd generaal Kurt von Hammerstein (1878-1943) op het familiekerkhof in Steinhorst begraven. De familieleden hadden ervoor gezorgd dat Hitlers krans zonder lint of hakenkruis werd neergelegd. Ook als chef van de legerleiding had Hammerstein zijn afkeer voor Hitler en de nazi's nooit verborgen. Hij nam eind december 1933 ontslag nadat Hitler in februari van datzelfde jaar zijn plannen voor een wereldoorlog had bekendgemaakt in een geheime rede voor de Duitse generaals. De Duitse schrijver en essayist Hans Magnus Enzensberger (°1929) dook in de archieven en reconstrueerde in zijn boek De eigenzinnigheid van Hammerstein het leven van de eigengereide generaal. Knack sprak met Enzensberger in zijn woning in München. HANS MAGNUS ENZENSBERGER: De literatuur is geen machine van het moment. De belangrijkste boeken over de Eerste Wereldoorlog verschenen laat in de jaren twintig. Zo'n afstand in de waarneming is wenselijk voor de literatuur. Tegelijk leven we nu in een politieke constellatie die ons niet meer bindt aan ideologische dwangvoorstellingen. Mentaal kunnen we ons weer vrij bewegen, iets wat in Duitsland al altijd een moeilijke zaak is geweest. Verder is het nu gemakkelijker om te rechercheren en bronnen op te speuren. Stel je voor dat ik in de jaren vijftig naar Moskou gereisd zou zijn en inzage in de archieven van de KGB verlangd zou hebben. Een onmogelijke zaak! ENZENSBERGER: De stukken die u noemt, stonden destijds in het teken van de heropvoeding. De Duitse democratie is een import. De pedagogische dimensie aan die literatuur was toen noodzakelijk in Duitsland. Maar die toon zou ik vandaag niet meer willen aanslaan. In de jaren zestig heeft men vooral duivels en engelen beschreven. Boosaardige concentratiekampcommandanten stonden tegenover heroïsche verzetsstrijders. Maar de waarheid is dat in elke samenleving de grijze tinten en de morele ambivalenties overheersen. Het interesseert me hoe graaf Claus Schenk von Stauffenberg van een enthousiaste Hitleraanhanger naar een overtuigde nazitegenstander evolueerde. Het moment waarop zoiets gebeurt, is voor een schrijver pas écht interessant. ENZENSBERGER: Hammerstein was een scherp analyticus. In 1933 voorspelde hij al dat de Duitsers de oorlog tegen de Russen zouden verliezen. Dat was geen klein bier! Toen Hitler de lakens begon uit te delen, kwam de nuchtere Hammerstein tot de conclusie dat de Duitsers de soep die ze klaargemaakt hadden nu ook maar moesten uitlepelen. Hij was geen voorstander van een aanslag. Tijdens de oorlog was hij ervan overtuigd dat een geslaagde aanslag op Hitler een herhaling van de Dolkstootlegende in de Weimarrepubliek zou betekenen en dat de Duitsers de gelegenheid zouden aangrijpen om weer eens te klagen dat Hitler zijn oorlog gewonnen zou hebben als er geen verraad in het spel was geweest. Niettemin heeft Hammerstein, die kanker had, geluk gehad dat hij in 1943 gestorven is. Hitler wist immers dat Hammerstein een tegenstander was. Na Stauffenbergs mislukte aanslag op Hitler zou Hammerstein na 20 juli 1944 zeker in het concentratiekamp zijn beland. ENZENSBERGER: Die tijd was voor mij zeer ingrijpend natuurlijk. Die ervaring raak je niet meer kwijt. Mijn viscerale haat tegen dictaturen en dictators komt uit die tijd. Het gevoel speelt daarin misschien nog een grotere rol dan de ratio. Maar als kind was ik natuurlijk geen antifascist. Het zou absurd zijn zoiets te beweren. Ik had wel een instinctieve afkeer van de Hitlerjugend. Ik kon niet tegen dat eeuwige commanderen, tegen de bosspelletjes waarin jongens elkaar moesten afranselen. Dat vond ik een zinloos tijdverdrijf. Maar dat was natuurlijk geen verzet. Ik had verder geluk met mijn ouders. Ze waren geen nazi's, ook al waren ze geen verzetsstrijders. Ook zij zaten in de grijze zone. ENZENSBERGER: Als schrijver heb je mogelijkheden die een historicus niet heeft. De historici hebben zich overigens nooit met Hammerstein beziggehouden. Er is nauwelijks literatuur over die man. Dat was mijn geluk. Historici mogen natuurlijk niet met doden spreken, ik wel. Ik kan het me veroorloven meer speelruimte en bewegingsvrijheid te nemen. Voor elk project moet je de juiste vorm vinden. Die vorm hangt ook af van de mediageschiedenis in het tijdperk waarover je schrijft. In de romantiek was de brief de gebruikelijke communicatievorm, later de telefoon en nu het e-mailverkeer. Soms beschik je over bronnen, soms niet. In het geval van Hammerstein moest ik de dingen combineren. Ik was aangewezen op documenten uit de archieven, op bestaande literatuur en op contacten en gesprekken met overlevenden. Maar ik voerde ook doden op. Ik kwam tot de conclusie dat een mozaïekachtige vorm de geschiktste architectuur was voor mijn boek. ENZENSBERGER: Die mening was hij zeker toegedaan, maar hij heeft dat niet met die woorden gezegd. Hindenburg was een idioot, maar hij was ook leep. Kort vóór Hitler met de macht werd bekleed, heeft Hindenburg nog tegen Hammerstein gezegd dat hij er niet over dacht om Hitler tot kanselier te benoemen. Hindenburg was een heel dubbelzinnig figuur, een leugenaar, een fataal personage. Maar om het probleem dat u aanraakt in het algemeen te schetsen: er is een ruime zone waarin fictie en non-fictie elkaar ontmoeten in de literatuur. Ik geloof niet in de fixatie van de genres. Neem een auteur als Ryszard Kapuscinski, die ik zeer waardeer. Is zijn schitterende boek over de laatste keizer van Ethiopië fictie of non-fictie? Het is in zekere zin de twee. Grensoverschrijdingen tussen fictie en non-fictie kunnen intellectueel erg prikkelend zijn. ENZENSBERGER: Ja, hoewel ikzelf tot dat verleden behoor, heb ik me toch in de positie van de jongere en plaatsvervangende vragensteller gebracht. Ik vraag me soms af of generaal Hammerstein mij als gesprekspartner werkelijk ernstig genomen zou hebben. Want een boekenschrijver zoals ik, behoorde niet tot zijn wereld. Hij zou waarschijnlijk wantrouwig geweest zijn en me beschouwd hebben als een journalist. In het boek heb ik me dus vermomd als iemand die minder weet dan in werkelijkheid het geval is, want Het Hitlerregime en de bommenoorlog zijn fenomenen die ik uit eigen ervaring ken. De oorlog steekt in mijn knoken. Daarom zal ik mijn wantrouwen tegenover de huidige tijd nooit kwijtraken. Ik kan me er nog altijd over verbazen dat er elke ochtend verse melk in de winkel is. ENZENSBERGER: Mein Kampf is een afschuwelijk boek, maar zeer lezenswaard. Hitlers obsessie met de Joden staat erin, en ook zijn haat tegen de marxisten. Je vindt er alle obsessies van Hitler in terug, ook dat de Duitsers Lebensraum nodig hebben. Maar deze nobody die in 1924 Mein Kampf in de vesting van Landsberg schreef, kon zich toen nog niet voorstellen dat hij ooit over de middelen zou beschikken om zijn obsessies uit te voeren. De precisie waarmee Hitler in februari 1933 als Führer voor de generaals spreekt, was geen pure propaganda meer. Hij realiseerde zich dat hij nu over de middelen beschikte om zijn plannen te realiseren. Hitler wist dat hij de generaals nodig had om zijn project te verwezenlijken, hoewel hij de hoge militairen wantrouwde omdat ze uit een oude en degelijke school kwamen. Toen Hitler aan de macht was gekomen, heeft Hammerstein meteen gezegd dat hij niet meer meedeed. De andere hoge militairen hebben zich laten verleiden. Hitler heeft hen allerlei speelgoed beloofd: tanks, vliegtuigen, schepen en schitterende carrières. Dat beviel hen, ze lieten zich rollen. Hitler was in zulke dingen erg geslepen. Vervolgens kwamen de enorme binnen- en buitenlandse successen van Hitler, ook de geslaagde militaire veroveringen in het begin van de oorlog. Het werd almaar moeilijker om aan zijn zuigkracht te ontsnappen. Tot grote verontwaardiging van velen heb ik me eens gepermitteerd om te zeggen dat Hitler een zeer doortrapt en zelfs een uitstekend politicus was. Hij heeft iedereen om de tuin geleid, hij heeft de westerse machten gemanipuleerd. Hij was een professional, dat moet men - des te erger natuurlijk - toch toegeven. Hitler was de enige die precies wist wat hij wilde, hij heeft zijn project met alle denkbare trucs doorgezet. Vergeet overigens niet dat hij in het Westen gedurende lange tijd heel wat bewonderaars had onder de prominenten. Hij was niet zo geïsoleerd als men achteraf heeft willen doen aannemen. Joseph Kennedy, de vader van de latere president, was een echte aanhanger, en ook Henry Ford. Heel wat vooraanstaande Hitlerfans zagen pas achteraf in dat zijzelf en de hele wereld bedrogen werden. ENZENSBERGER: Mijn boek is niet de biografie van slechts één man, maar een familiesaga. In de machocontext van de militairen en generaals is de rol van de vrouwen in het verzet indrukwekkend geweest. Twee dochters van Hammerstein onderhielden intensieve contacten met communisten. Zonder de inzet van zulke vrouwen zou het verzet van de mannen niet mogelijk zijn geweest. De vrouwen zorgden voor de infrastructuur, namen de koerierdienst op zich, stelden woningen ter beschikking enz. Ze hadden stijl. Toen na de oorlog aan Hammersteins echtgenote Maria gevraagd werd wat voor mensen ze in het concentratiekamp had aangetroffen, antwoordde ze: 'Eindelijk fatsoenlijk gezelschap.' ENZENSBERGER: De schrijver mag zich niet met zijn personage identificeren, al moet hij er een affectieve relatie mee hebben. Toen ik aan dit boek begon, was de militaire wereld van Hammerstein mij vreemd, met dat milieu heb ik nooit iets uit te staan gehad. Maar wat me aan Hammerstein vooral beviel en wat ik met hem deel, is zijn eigenzinnigheid. Ik ben erg gehecht aan het bestaan van het karakter, ook al is dat vandaag een totaal onmoderne opvatting. De neurologen willen niets meer weten van het karakter, ze geloven alleen nog in de genen. Maar ik deel dat geloof niet. Mijn hele levenservaring spreekt dat tegen. Daarom word ik gefascineerd door de vraag waarom iemand in bepaalde omstandigheden iets zo en niet anders doet. Dat is een laatste raadsel dat je niet kunt oplossen. DE EIGENZINNIGHEID VAN HAMMERSTEIN DOORH.M. ENZENSBERGER. VERTAALD DOOR OLAF BRENNINK-MEIJER. UITGEVERIJ COSSEE, AMSTERDAM, 304 BLZ., 26,90 EURO. DOOR PIET DE MOOR